Ga onmiddellijk naar de inhoud

Aangevraagde verminderingen van sociale bijdragen

Wat is het doel van de verminderingen van sociale bijdragen?

Verminderingen van werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid hebben meerdere doeleinden:

  • de loonkosten voor werkgevers verminderen,
  • werkgelegenheid en (weder)tewerkstelling van sommige groepen (jongeren, werklozen enz.) bevorderen, en
  • het beschikbare werk herverdelen.

Verminderingen van werknemersbijdragen voor de sociale zekerheid hebben tot doel om het nettoloon van de werknemer te verhogen.

Een beschrijving van deze bijdrageverminderingen is opgenomen in de rubriek Bijdrageverminderingen van de Administratieve instructies op de portaalsite van de sociale zekerheid .

Gewestelijke bevoegdheid

Vanaf 2015 zijn de gewesten bevoegd voor het beleid in verband met de bijdrageverminderingen voor ‘doelgroepen’ – groepen werknemers die het moeilijk hebben op de arbeidsmarkt. De locatie van de werkplaats bepaalt welk gewest bevoegd is.

Alle gewesten hebben de neiging om bepaalde bijdrageverminderingen niet meer toe te staan wanneer de indienstneming na een bepaalde datum plaatsvindt. Zij gebruiken andere maatregelen dan de socialezekerheidsbijdrageverminderingen.

Aangevraagde verminderingen van sociale bijdragen in 2025

De hier gepresenteerde gegevens voor 2025 en de jaren daarvoor houden rekening met de informatie in verband met werknemers die bij de lokale overheidsdiensten worden tewerkgesteld. Vóór 31 december 2016 vielen zij onder de bevoegdheid van de DIBISS.

De gevolgen van de verminderingen van werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid zijn niet eenvoudig te meten. Alleen met een combinatie van econometrische modellen en onderzoeken bij werkgevers zou het mogelijk zijn om het netto-effect van de verminderingen op de werkgelegenheid te bepalen.

Doelgroepverminderingen gaan namelijk soms gepaard met perverse effecten, zoals:

  • deadweighteffecten: een werkgever werft iemand aan die beantwoordt aan de vereisten van een bijdragevermindering, enkel om de vermindering te krijgen;
  • substitutie-effecten: een werkgever vervangt een werknemer voor wie hij geen bijdragevermindering krijgt, door iemand voor wie hij er wel een krijgt.

De gegevens in dit verslag gaan net als de tijdreeksen gepubliceerd in de rubriek Statistieken van de RSZ-website over de aangevraagde verminderingen zoals we die hebben geregistreerd in onze databanken. Sommige van die verminderingen zijn nog niet getoetst aan informatie uit andere bronnen.

Ter herinnering: in 2014 zijn wetswijzigingen in voege getreden die enkele bijzondere verminderingen integreerden in het systeem van de geharmoniseerde bijdragevermindering. Dat bevat zowel een structurele als een doelgroepcomponent. Naar aanleiding van deze wijziging worden sinds 2014 ook de gegevens rond gesubsidieerde contractuelen bekendgemaakt.

De gegevens voor 2025 worden afgesloten midden maart 2026.

Aandeel van de doelgroepverminderingen in aantal betrokken werknemers

De volgende tabel toont hoe de aangevraagde doelgroepverminderingen zich in 2025 tot elkaar verhielden. De cijfers verwijzen naar het aantal werknemers (voltijdse equivalenten of ‘VTE’) per doelgroep.

Aandeel aangevraagde doelgroepverminderingen in aantal betrokken werknemers (VTE) voor 2025
Type bijdragevermindering Percentage Voltijdse equivalenten
Vermindering voor oudere werknemers 25,39% 178.102
Vermindering bij aanwerving van langdurig werkzoekenden 2,34% 16.428
Vermindering bij wedertewerkstelling van met herstructurering geconfronteerde werklozen 0,00% 0
Vermindering bij de aanwerving of de tewerkstelling van jonge werknemers 0,64% 4.524
Vermindering voor gesubsidieerde contractuelen 3,09% 21.667
Vermindering voor huispersoneel 0,00% 19
Vermindering voor onthaalouders 1,50% 10.529
Vermindering voor kunstenaars 1,79% 12.554
Vermindering voor vaste werknemers in de horecasector 5,48% 38.410
Vermindering voor werknemers-'mentors' 0,04% 251
Vermindering In het kader van de 'plusplannen' 54,66% 383.334
Vermindering in geval van collectieve arbeidsduurvermindering en herverdeling van arbeid 2,36% 16.537
Vermindering voor vervangers in de openbare sector 0,24% 1.709
Vermindering voor betaalde sportbeoefenaars 0,94% 6.577
Specifieke vermindering voor plaatselijke besturen - Werknemers tewerkgesteld in het kader van artikel 60 § 7 van de organieke OCMW-wet van 08.07.1976 1,53% 10.726
Totaal 100,00% 701.367

Van alle doelgroepverminderingen kent die voor oudere werknemers veel succes. Op een marginale uitzondering eigen aan het Vlaamse Gewest na, vloeit deze vermindering namelijk voort uit de tewerkstelling van oudere werknemers en niet uit hun wedertewerkstelling. Over het algemeen is er daarbij geen andere voorwaarde dan het bedrag van het loon, waarvan het hoogste bedrag aan het dalen of aan het stabiliseren is.

De vermindering voor ‘Plan Plus’ of ‘eerste aanwervingen’ wordt het meest gewaardeerd door de werkgevers dankzij de uitbreiding ervan in 1 januari 2016.

Van de specifieke verminderingen die in 2014 in de doelgroepverminderingen geïntegreerd zijn, heeft de vermindering ter bevordering van de tewerkstelling van gesubsidieerde contractuelen het meeste succes.

Aandeel aangevraagde bedragen per type van bijdragevermindering en per doelgroepvermindering

De volgende grafiek en tabel tonen voor 2025 het aandeel van de aangevraagde bedragen per type van bijdragevermindering en per doelgroepvermindering.

Aandeel grote types van bijdrageverminderingen in aangevraagde bedragen voor 2025 (bedragen in duizenden euro's)
Type bijdragevermindering Bedrag
Structurele vermindering 2.135.430
Doelgroepverminderingen overgeheveld naar de gewesten vanaf 2015 222.796
Vermindering van de werknemersbijdragen met versterking van de koopkracht 1.725.240
Federale doelgroepverminderingen 770.062
Specifieke verminderingen van werknemers- en werkgeversbijdragen 196.843
Aandeel doelgroepverminderingen in bedragen voor 2025 (in duizenden euro’s)
Type bijdragevermindering Percentage Bedrag
Vermindering In het kader van de 'plusplannen' 60,04% 634.666
Vermindering in geval van collectieve arbeidsduurvermindering en herverdeling van arbeid 0,65% 6.876
Vermindering voor vervangers in de openbare sector 0,58% 6.116
Vermindering voor oudere werknemers 18,53% 195.865
Vermindering bij aanwerving van langdurig werkzoekenden 1,55% 16.351
Vermindering bij wedertewerkstelling van met herstructurering geconfronteerde werklozen 0,00% 0
Vermindering bij de aanwerving of de tewerkstelling van jonge werknemers 0,45% 4.756
Vermindering voor gesubsidieerde contractuelen 6,83% 72.145
Vermindering voor huispersoneel 0,00% 21
Vermindering voor onthaalouders 0,81% 8.570
Vermindering voor kunstenaars 0,80% 8.503
Vermindering voor vaste werknemers in de horecasector 2,07% 21.841
Vermindering voor werknemers-'mentors' 0,02% 208
Vermindering voor betaalde sportbeoefenaars 5,46% 57.716
Specifieke vermindering voor plaatselijke besturen - Werknemers tewerkgesteld in het kader van artikel 60 § 7 van de organieke OCMW-wet van 08.07.1976 2,21% 23.402
Totaal 100,00% 1.057.038

Financieel gezien (en ook op grond van het aantal betrokken personen, maar die gegevens komen hier niet aan bod) blijft de structurele vermindering zeer belangrijk.

Bij de doelgroepen is het verschil tussen het aandeel in betrokken personen en het aandeel in aangevraagde bedragen het grootst voor de vermindering voor de gesubsidieerde contractuelen. Deze vermindering bestaat immers uit de volledige vrijstelling van basiswerkgeversbijdragen, na aftrek van het bedrag van de structurele vermindering in de gevallen waar deze laatste kan worden toegepast. Dat is overigens niet het geval voor de grote meerderheid van de publieke sector.

Voor de andere verminderingen geldt dat hoe hoger het gemiddelde bedrag per persoon is, hoe groter het financiële gewicht van elke vermindering is in verhouding tot het gewicht van de betrokken personen.

Betrokken werknemers en aangevraagde bedragen voor de structurele vermindering

De volgende grafieken tonen hoe het aantal betrokken werknemers en de aangevraagde bedragen voor de structurele vermindering zich in de afgelopen jaren hebben ontwikkeld.

Werkvolume in VTE's van werknemers waarvoor een structurele verlaging wordt aangevraagd
Kwartaal Arbeidsvolume 
2022/1 1.480.939
2022/2 1.535.807
2022/3 1.556.403
2022/4 1.139.410
2023/1 1.522.117
2023/2 1.520.601
2023/3 1.499.616
2023/4 1.062.546
2024/1 1.512.720
2024/2 1.500.061
2024/3 1.537.227
2024/4 1.103.361
2025/1 1.451.344
2025/2 1.514.760
2025/3 1.511.293
2025/4 1.085.360
Gevraagde bedragen voor structurele verlaging
Kwartaal Bedrag (in duizend €)
2022/1 416.247
2022/2 468.318
2022/3 501.954
2022/4 301.759
2023/1 487.603
2023/2 495.931
2023/3 487.890
2023/4 280.993
2024/1 496.418
2024/2 502.826
2024/3 551.518
2024/4 314.312
2025/1 472.519
2025/2 621.315
2025/3 687.744
2025/4 353.852

In het eerste kwartaal van 2018 is het arbeidsvolume van de werknemers die voor deze vermindering in aanmerking kwamen, aanzienlijk gedaald. Dit is het gevolg van de daling van het percentage van de werkgeversbijdragen, dat dus geleid heeft tot een daling van het toegekend bedrag van de bijdragevermindering.