Grensoverschrijdende tewerkstelling beheren

De RSZ speelt een belangrijke rol op het vlak van de sociale zekerheid in een internationaal perspectief. Onze rol is om twee redenen versterkt:

  • Het Belgische socialezekerheidsstelsel is gebaseerd op een gecentraliseerde organisatie van de instellingen.
  • De RSZ is als enige Belgische instelling bevoegd voor het bepalen van de toepasselijke wetgeving voor werknemers en ambtenaren die grensoverschrijdend werken, en dit wereldwijd.

Waarover gaat het?

Grensoverschrijdende tewerkstelling heeft bijvoorbeeld betrekking op werknemers die:

  • voor een tijdelijke opdracht naar een ander land gezonden worden dan dat waar ze gewoonlijk tewerkgesteld zijn (detachering), of
  • gedeeltelijk actief zijn in verschillende landen (georganiseerde en geplande tewerkstelling op verschillende grondgebieden).

In elk van deze situaties bepaalt de RSZ onder welk socialezekerheidsstelsel deze werknemers vallen. Daarbij geeft de RSZ aan in welk land de werknemer moet worden onderworpen en daardoor ook in welk land de werkgever voor alle uitgeoefende activiteiten socialezekerheidsbijdragen moet betalen. Als de Belgische wetgeving van toepassing is, geldt er ook een formeel aspect. Dan wordt een A1-attest afgeleverd, conform de Europese socialezekerheidswetgeving, of een ‘Certificate of coverage’ op basis van bilaterale overeenkomsten afgesloten met landen buiten de EU.

Attesten aanvragen bij tewerkstelling in het buitenland

Werkgevers en sociale dienstverrichters moeten hun aanvragen voor tewerkstelling in het buitenland indienen via de beveiligde onlinedienst Werken in het buitenland (of 'WABRO', wat staat voor 'Working ABROad'). Na onderzoek bepaalt de RSZ de toepasselijke wetgeving en levert – indien nodig - het vereiste attest af voor grensoverschrijdende tewerkstelling binnen en buiten de Europese Unie.

Alle gegevens over buitenlandse opdrachten van werknemers die onderworpen blijven aan de Belgische sociale zekerheid worden op die manier verzameld en kunnen in WABRO worden geraadpleegd.

WABRO wordt regelmatig aangepast, om up-to-date te blijven met reglementaire wijzigingen, en om ervoor te zorgen dat de onlinedienst goed werkt en gebruiksvriendelijk blijft.

In 2019 en 2020 gebeurde een belangrijke aanpassing om een snelle en beveiligde elektronische uitwisseling van gegevens mogelijk te maken met de socialezekerheidsinstellingen van de andere lidstaten van de EU (+ Zwitserland, Liechtenstein, Noorwegen, Ijsland en het Verenigd Koninkrijk). Hiervoor gebruikt men het Europese elektronische platform EESSI (Electronic Exchange of Social Security Information).

Sinds 2019 communiceren nationale instellingen steeds meer elektronisch met elkaar over grensoverschrijdende dossiers, waar dit voorheen hoofdzakelijk op papier gebeurde. Het gaat om een elektronische uitwisseling van gestructureerde documenten (SED). Deze elektronische uitwisseling gebeurt volgens een reeks van vooraf gedefinieerde uitwisselingen/scenario’s of Business Use Cases (BUC).

De eerste elektronische uitwisseling gebeurde tussen de RSZ en andere Europese socialezekerheidsinstellingen, sinds september 2019. Het gaat in eerste instantie om kennisgevingen van detachering en kennisgevingen van beslissingen over toepasselijke wetgeving van onder meer ambtenaren en reizend personeel dat onder de luchtvaart valt.

In de loop van 2020 werden de laatste EESSI-uitwisselingen met betrekking tot de socialezekerheidswetgeving in WABRO geïmplementeerd. Hier gaat het om uitwisselingen over de bepaling van de toepasselijke wetgeving bij een activiteit op verschillende grondgebieden, het afsluiten van afwijkingsakkoorden en het delen van informatie. Hiermee gaan we veel verder dan het uitwisselen van eenvoudige kennisgevingen, voortaan gebeuren er complexere uitwisselingen tussen de socialezekerheidsinstellingen die een werkelijke dialoog via elektronische weg mogelijk maken.

Evolutie van het aantal dossiers door de jaren heen

In 2020 heeft de RSZ 104.454 dossiers ‘toepasselijke wetgeving’ behandeld, waarvoor een attest afgeleverd werd dat bevestigt dat de persoon onderworpen blijft aan het Belgische socialezekerheidsstelsel in geval van tewerkstelling in het buitenland

De gezondheidscrisis had in 2020 een belangrijke impact op de grensoverschrijdende mobiliteit van werknemers. Dat vertaalt zich in een aanzienlijke vermindering (- 29 %) van het aantal attesten dat de RSZ heeft uitgereikt ten opzichte van 2019.

Er dient overigens benadrukt te worden dat de Regering op 13/03/2020 besloten heeft om de sociaaleconomische moeilijkheden veroorzaakt door de pandemie niet te verergeren door soepelheid te tonen bij de bepaling van de toepasselijke wetgeving. De nieuwe mobiliteitsschema’s leiden dan ook niet tot wijzigingen inzake dekking van de werknemer als deze gebonden zijn aan de sanitaire beperkingen. De wijzigingen vereisen ook geen enkele formaliteit.

Alle Lidstaten van de Europese Unie volgen dit standpunt, dat logischerwijze tijdelijk is. De verlenging is strikt afhankelijk van de evolutie van de pandemie en van de gevolgen ervan voor de actieve mobiliteit.

Wat onze partners buiten de Europese Unie betreft, worden de dossiers geval per geval behandeld en vragen deze nog bilaterale contacten met onze collega’s in het buitenland.

Vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie op 1 februari 2020

Sinds 1 februari 2020 is het Verenigd Koninkrijk geen lidstaat van de Europese Unie meer maar een ‘derde land’.

Niettemin blijft het volledige Europese recht gedurende een overgangsperiode in 2020 van toepassing volgens een terugtrekkingsakkoord tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk.

Hierdoor blijven de Verordeningen over de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels tot 31 december 2020 integraal van toepassing op grensoverschrijdende situaties die de lidstaten van de EU en het Verenigd Koninkrijk aanbelangen.

Vanaf 1 januari 2021 geldt een handels – en samenwerkingsakkoord afgesloten tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk. Dit akkoord regelt via een Protocol de socialezekerheidsaspecten van een grensoverschrijdende situatie waarvoor het ‘acquis communautaire’ niet wordt behouden krachtens het terugtrekkingsakkoord.

Deze politieke situatie leidt effectief tot een wijziging in de behandeling van de dossiers met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk. Sinds 1 februari 2020 moet men bijzonder letten op de regels over aanwijzing van het toepasselijke socialezekerheidsstelsel.

De cijfers in verband met grensoverschrijdende dossiers met het Verenigd Koninkrijk zullen in de toekomst zeker evolueren.

De bepaling van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving optimaliseren

Om de sociale rechten van grensarbeiders te waarborgen, werkt de RSZ nauw samen met de nationale socialezekerheidsinstellingen in België en in het buitenland. Het bepalen van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving is namelijk een complexe oefening die specifieke werkprocedures en overlegprocessen vergt teneinde:

  • een duidelijke en uniforme behandeling van individuele gevallen na te streven,
  • de soms uiteenlopende standpunten van de buitenlandse instellingen en de grondslagen ervan beter leren kennen en begrijpen, om zo de interpretatie van bepaalde regels te verfijnen,
  • een Belgisch beleid en standpunt vastleggen in een Europese en mondiale context, en
  • de vertrouwensrelatie met onze collega’s in het buitenland versterken om zo een optimale en betrouwbare expertise te verwerven.

Samenwerken op strategisch niveau

De RSZ neemt actief deel aan de ontwikkeling van de beleidsstrategie inzake grensoverschrijdende tewerkstelling op nationaal en internationaal niveau. We doen dit op verschillende manieren:

  • samenwerking bij de voorbereiding van nieuwe , de interpretatie en toepassing ervan,
  • deelname aan verschillende werkgroepen van de Europese Commissie (op het gebied van de toepasselijke wetgeving en de afgifte van A1-attesten),
  • deelname aan de onderhandelingen over de verklaringen inzake de ‘toepasselijke wetgeving’ op grond van bilaterale overeenkomsten met staten buiten de EU (Certificate of Coverage),
  • voorbereiding, als expert-adviseur, van rechtszaken die voor de Belgische rechtbanken en het Hof van Justitie van de Europese Unie aanhangig zijn gemaakt,
  • vertegenwoordiging en actieve deelname aan de Commissie voor Goede Diensten (dossiers van personeel dat in België door diplomatieke zendingen wordt aangeworven).
Terug naar boven