Risico’s opsporen en beheersen

Het antifraudebeleid van de RSZ is gericht op risicobeheersing. Signalen die aangeven dat de invordering moeilijk of onmogelijk zou kunnen worden, en tekenen van frauduleus onvolledige of onjuiste aangiften, zowel voor Belgische als buitenlandse werkkrachten, worden zo vroeg mogelijk gedetecteerd. Daarna zetten we de meest geschikte middelen in om de invordering mogelijk te maken.

Belangrijkste risico’s

De RSZ focust vooral op vier soorten risico’s:

  • het niet-betalen van sociale bijdragen: dit risico doet zich bijvoorbeeld voor wanneer ondernemingen op een georganiseerde manier sociale bijdragen ontduiken. Meestal zetten de organisatoren van de fraude complexe constructies op met onderaannemers die failliet gaan en geen bijdragen betalen. Het gebeurt dat dezelfde verantwoordelijken in opeenvolgende faillissementen hun bijdragen niet betalen.
  • onterecht verkregen uitkeringen: typisch voor dit risico is dat werknemers wel worden aangegeven, maar geen prestaties leveren. Zo kunnen ze voordelen krijgen, bijvoorbeeld uitkeringen, zonder dat ze de nodige arbeidsprestaties leveren en de bijdragen betalen die daarmee gepaard gaan.
  • grensoverschrijdende misbruiken: buitenlandse ondernemingen proberen werknemers of zelfstandigen in België aan de slag te krijgen zonder de arbeidsrechtelijke en sociale voorwaarden te respecteren. De bekendste uiting daarvan is sociale dumping.
  • economische en sociale uitbuiting van werknemers en mensenhandel: mensenhandel neemt twee vormen aan. Enerzijds is er de uitbuiting van arbeidskrachten die zich in een precaire toestand bevinden en in mensonwaardige omstandigheden tewerkgesteld worden. Anderzijds is er de uitbuiting van het werk van een werknemer. In dat geval stort de werkgever geen of slechts gedeeltelijke bijdragen als tegenprestatie aan de RSZ.

Detectie en analyse

Risicobeheersing bestaat er enerzijds in om risico’s in de eigen processen proactief op te sporen, zodat misbruik onmogelijk wordt. Anderzijds betekent het ook dat je risicovolle fenomenen opspoort, onderzoekt en in kaart brengt. De aanleiding daartoe kunnen vaststellingen op het terrein zijn, maatregelen die minder financiële opbrengsten genereren, of de vaststelling van grotere uitgaven voor de sociale zekerheid in bepaalde domeinen. We maken bij het opsporen en in kaart brengen ook in toenemende mate gebruik van doorgedreven analyses van gegevens uit databanken.

Welke analysemethode wordt gehanteerd, hangt af van de situatie. Bij datamatching worden verschillende gegevens uit meerdere datasets met elkaar vergeleken. Bij datamining worden er diepere analyses uitgevoerd en zoeken we bijvoorbeeld in de diepte naar patronen die afwijken van de normale of aanvaardbare situatie. Bij voorspellende analyses proberen we net op basis van historische data en gelijkaardige patronen nieuwe risico’s te voorspellen.

Vaak is het de bedoeling om het netwerk van bedrijven en verantwoordelijken bloot te leggen en te ontmantelen. Inspecties van de boekhouding en de financiële transacties, en ondervraging van het personeel en de echte of vermeende verantwoordelijken, helpen om de problemen in kaart te brengen. Een goede samenwerking met de gerechtelijke instanties, met andere instellingen van de sociale zekerheid (RVA, RSVZ enz.) en met andere externe instellingen (bijvoorbeeld de fiscale administratie, het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen, de regionale inspectiediensten...) is daarbij onontbeerlijk.

Rond faillissementscarroussels werd een nieuw model ontwikkeld dat niet alleen hulp biedt bij het signaleren van ‘risicodossiers’, maar ook de juristen en dossierbeheerders ondersteunt door het netwerk van bestaande dossiers te visualiseren. Dat leidt tot een efficiëntere opvolging. Een ander nieuw model laat de directie Controle van de RSZ toe om gemakkelijker onterechte aanvragen van verminderingen voor de aanwerving van eerste werknemers te detecteren.

In 2019 werd er ook geïnvesteerd in de voorbereiding van het nieuwe 'Big Data Analytics Platform' (BDAP) met tal van mogelijkheden in verband met de evaluatie van kandidaten, het juridische kader, gunningen, technische voorbereidingen enz.

Tevens werd een nieuw predictief model ontwikkeld dat in kaart brengt in welke mate werkgevers bereid en in de mogelijkheid zijn om hun sociale bijdragen te betalen. Het model zou een belangrijk hulpinstrument kunnen worden in de strijd tegen de betaalfraude.

Verder wil de Directie Datamining ook inzetten op de techniek van 'webscraping'. De Proof Of Concept (POC) die in 2019 uitgewerkt werd, zal in de loop van 2020 uitgerold worden. Parallel loopt er een traject om een solide juridische basis te verkrijgen voor het inzetten van de techniek.

Bestrijding en invordering

De RSZ beschikt over een arsenaal aan middelen om risico’s op een moeilijke invordering te voorkomen en alsnog tot invordering van de verschuldigde bedragen over te gaan:

  • Sneller een uitvoerbare titel verkrijgen via een dwangbevel. Dit maakt beslagen (roerend en onroerend) mogelijk op heel korte termijn en eventueel wordt er in faling gedagvaard;
  • derdenbeslagen uitvoeren op financiële rekeningen en tegoeden;
  • de feitelijke verantwoordelijke hoofdelijk aansprakelijk stellen voor de opgebouwde RSZ-schulden (op basis van het Wetboek van vennootschappen);
  • correctionele procedures opstarten. Bij onterecht verkregen uitkeringen treden we vaak samen op met de getroffen instellingen van de sociale zekerheid.

Risicobeheersing in 2019

Nieuwe interne structuur

Begin 2019 werd de Directie Risicobeheer - sedert begin 2015 onderdeel van de Algemene Directie van de Inspectiediensten - gesplitst in de Directie Bijzondere Invorderingen en de Directie Datamining. Daaraan ging de integratie van de Dienst voor Bijzondere Sozialezekerheidsstelsels (DIBISS) en de Sociale Inspectie bij de RSZ vooraf, net als de invoering van de 'matrix-structuur'.

De splitsing had als bedoeling om het inningsrisico en de fraude transversaal beter op te volgen en te beheersen. Beide directies blijven echter nauw samenwerken. De sociaal inspecteurs die deel uitmaakten van de Directie Risicobeheer werden opgenomen in de nieuwe matrix-structuur. De 'datamining-cel' van de vroegere Sociale Inspectie en de detectiecel van de RSZ werden samengevoegd tot één team.

Gedetecteerde risicogevallen

In 2019 detecteerden en analyseerden we 209 complexe dossiers van onbetaalde sociale bijdragen en onterecht ontvangen uitkeringen, opgespoord door de dienst fraudenetwerken en door de binnendiensten (DBI, datamining, …) . Dat gaf aanleiding tot de behandeling van 124 nieuwe dossiers met een ernstige problematiek, die met de gepaste strenge procedures werden behandeld.

Eind 2019 waren in totaal sinds de eerste vaststellingen 1.614 fictieve werkgevers geschrapt, waarvan 85 in 2019, op basis van 336 fictieve DmfA-aangiften. In de loop van 2019 werden 364 werknemers geschrapt of geannuleerd bij hun fictieve werkgever. Voor 89 van hen gebeurde een overboeking naar hun feitelijke werkgever (de uiteindelijke gebruiker).

Gekozen procedures

In 2019 werden 448 dwangbevelen verstuurd in verband met dossiers die door de Directie Bijzondere Invorderingen werden behandeld. Ook werden er 403 bewarende en uitvoerende beslagen gelegd bij werkgevers en derdenbeslagen bij klanten en banken. Om de betaling van de openstaande RSZ-bijdragen te verkrijgen, werden verder beslagen gelegd op 222 roerende en twee onroerende goederen.

In 79 dossiers was in 2019 sprake van een uitzonderlijke burgerlijke of strafrechtelijke procedure tegen de feitelijke verantwoordelijken van malafide ondernemingen. Zulke procedures zijn een middel om de beperkte aansprakelijkheid te doorbreken die de verantwoordelijken ontlenen aan de vennootschapsvormen die ze gebruiken. De procedures helpen om de niet-betaalde RSZ-bijdragen te recupereren op het persoonlijke vermogen van de verantwoordelijken.

Werken in onroerende staat

In de sectoren waar werken in onroerende staat uitgevoerd worden (art. 30bis), zijn in het verleden vaak koppelbazen actief geweest die de sociale en fiscale wetgeving ontduiken. Om zulke vormen van ontduiking in deze sectoren te voorkomen, hebben we diverse maatregelen in het leven geroepen.

In 2019 werden 494 ingebrekestellingen verstuurd naar aannemers die niet in orde waren met de inhoudingsplicht. In datzelfde jaar vertrokken 664 ingebrekestellingen naar aannemers die in gebreke waren gebleven met de aangifte van werken.

In de sectoren die onder het toepassingsgebied van artikel 30ter vallen (vleesverwerking en bewaking) verstuurden we 29 ingebrekestellingen naar verantwoordelijke ondernemingen die niet in orde waren met de inhoudingsplicht en 23 ingebrekestellingen naar verantwoordelijke ondernemingen die in gebreke waren gebleven met de aangifte van werken.

Sociale dumping

Sociale dumping slaat op de praktijken van buitenlandse ondernemingen die de wetgeving rond de detachering van werknemers of zelfstandigen schenden. Deze ondernemingen zetten constructies op om geen of slechts gedeeltelijk sociale bijdragen te betalen. Zo dringen zij ondernemingen en werkgevers die te goeder trouw handelen, van de markt.

De strijd tegen sociale dumping is één van de speerpunten van het antifraudebeleid van de jongste federale regeringen. In het actieplan is een centrale rol weggelegd voor de RSZ, ook in 2019.

Allereerst pleegden we overleg met de verschillende bevoegde inspectiediensten om het fenomeen zo goed mogelijk in kaart te brengen, de gegevens adequaat te analyseren en mogelijke scenario’s voor onderzoek uit te tekenen. Regelmatig was er overleg met de inspecteurs van de verschillende socialezekerheidsinstellingen om nieuwe fenomenen en concrete transversale dossiers te onderzoeken.

Daarnaast levert de RSZ maandelijks een lijst van adressen van werven of werkplaatsen die per gerechtelijk arrondissement bezocht kunnen worden. Van deze ‘targets’ konden alle inspectiediensten gebruikmaken om hun acties beter te sturen. Uit de resultaten blijkt dat bij een vrij hoog percentage (meer dan 80%) van de geselecteerde en bezochte werkplaatsen, inbreuken en of ernstige vermoedens van sociale-dumpingpraktijken konden worden vastgesteld. De samenwerking met de inspecteurs op het terrein en het nuttige gebruik van hun terreinkennis hebben de succesratio alleen maar verhoogd.

Netwerkanalyses hebben ertoe bijgedragen dat netwerken gemakkelijker in kaart konden worden gebracht. Eind 2015 werd binnen wat toen het ‘Strategisch comité voor sociale dumping’ (bestaande uit gespecialiseerde inspecteurs van diverse diensten en uit referentiemagistraten bij Justitie) heette, beslist om deze netwerkanalyses verder uit te bouwen. Vanaf 2017 werden meerdere testgevallen in samenwerking met de referentiemagistraten onderzocht, geanalyseerd en ook aan hen opgeleverd.

We combineerden de positieve resultaten met de kennis die we opgebouwd hebben, zowel op het vlak van netwerkanalyses als rond het bepalen van risicovolle werkplaatsen en ondernemingen. Dat heeft geleid tot de ontwikkeling van vier nieuwe modellen in samenwerking met de inspectiediensten van Toezicht op de Sociale Wetten, de Rijksdienst voor Sociale Verzekering van Zelfstandigen (RSVZ) en de arbeidsauditoraten.

Controles op het terrein uitvoeren

Controle op fraude

Naast hun ondersteunende opdrachten voeren de sociaal inspecteurs in de loop van 2019 ook fraudegeoriënteerde onderzoeken uitgevoerd. De integratie van de Sociale Inspectie bij de RSZ op 1 juli 2017 heeft ertoe geleid dat het aandeel van de fraudebestrijdingsactiviteiten gevoelig toenam.

De fraudegeoriënteerde controles gebeurden op basis van:

  • eigen initiatief,
  • klachten,
  • signalen verkregen via datamatching en datamining, of
  • deelnames aan de systematische controleacties op vraag van de SIOD (Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst) in de diverse gerechtelijke arrondissementen.

Sinds de integratie van de Sociale Inspectie bij de RSZ-inspectie werkten we een nieuwe organisatiestructuur uit. Het werd een matrixstructuur met tien provinciale en zes thematische directies. Met deze matrix kan de RSZ bepaalde fraudefenomenen veel gerichter onderzoeken en de juiste inspecteurs-experten inzetten in de provincies of op complexere dossiers. De structuur van de inspectiedienst in provinciale kantoren versterkt de terreinkennis. Bij gerichte onderzoeken bij werkgevers van wie we vermoeden dat ze sociale fraude plegen, komen we vaker tot positieve resultaten.

Onze acties concentreerden zich vooral op de bouw- en de horecasector, maar ook andere sectoren zoals de kleinhandel, het vervoer, de schoonmaak- en de uitzendsector kwamen aan bod.

Sinds 2017 behoort zo ook de thematische aanpak van de strijd tegen economische en sociale uitbuiting (mensenhandel) tot de kerntaken van de inspectiediensten bij de RSZ. Onze prioriteiten op dat vlak zijn de opsporing van illegale arbeid door buitenlandse arbeidskrachten en de bestrijding van criminele vormen van economische uitbuiting door gevallen van mensenhandel op te sporen. Mensenhandel is een misdrijf omschreven in artikel 433quinquies e.v. van het Strafwetboek.

We besteden bijzondere aandacht aan risicosectoren zoals handcarwashes, verwerking van tweedehandskledij en nachtwinkels. Maar ook massagesalons, bars, exotische horecazaken en huishoudelijke arbeid (met au pairs, onderhouds- en verzorgingspersoneel) blijven in deze context vaak gecontroleerde sectoren. Voor de selectie van hun targets deden de gespecialiseerde teams mensenhandel een beroep op de detectiecel.

De aanpak van mensenhandel onder de vorm van economische uitbuiting verloopt multidisciplinair. Deze onderzoeken gebeuren meestal in samenwerking met justitie, politie en andere diensten. Deze thematische directie nam sinds 2018 initiatieven om alle inspecteurs van de RSZ te sensibiliseren voor de problematiek van economische uitbuiting. Zo gaf ze hen een basisvorming. Ook de inspecteurs van de Brusselse Sociale Inspectie en van de Wooninspectie werden bij deze opleiding betrokken.

In de provincies hebben de inspectiediensten dus een dubbel takenpakket. Enerzijds zijn er inspecteurs die zich focussen op de basisopdrachten: zwartwerk, inbreuken op de koppelbaaswetgeving, fictieve aangiften enzovoort. Anderzijds zijn er teams actief die specifieke fraudefenomenen binnen het domein van de sociale fraudebestrijding opsporen en bestrijden. Het gaat dan over vormen van sociale dumping, economische en sociale uitbuiting, georganiseerde fraudenetwerken en de zogenaamde social engineering.

Resultaten

In de strijd tegen de verschillende verschijningsvormen van fraudefenomenen voerden we in totaal 20.228 onderzoeken uit. Op basis van deze onderzoeken werd 179 miljoen euro ter regularisatie aan bijkomende bijdragen voorgesteld. De onderzoeken van de inspectiediensten in het kader van de hoofdelijke aansprakelijkheid hebben in 2019 ook geleid tot een storting van 36.130.000 euro aan inhoudingen op basis van de inhoudingsplicht.

Er werden 1.525 inbreuken rond zwartwerk en 165 inbreuken op het vlak van tewerkstelling van buitenlandse werknemers vastgesteld. Die gaven aanleiding tot het opstellen van pro justitia’s.

De verplichte werkmelding controleren

Bij werkzaamheden op werven gaan we vaak ter plaatse om een controle uit te voeren. Die controles passen in de strijd tegen koppelbazen bij onderaanneming en het toezicht op de verplichte voorafgaandelijke aangifte van werkzaamheden (al dan niet met onderaannemers).

Resultaten

In 2019 zijn er in totaal 743 onderzoeken uitgevoerd op het correct aangeven van de werkzaamheden op werven. Hierbij waren 645 werkgevers betrokken.

2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
Aantal verrichte controles 1 825 2 154 1 008 859 680 749 743
Aantal werven dat niet voldeed aan de aangifteplicht 617 814 665 566 378 545 645

Samenwerken met externe organisaties

In de strijd tegen sociale fraude wordt er nauw samengewerkt met diverse externe inspectiediensten en andere organisaties.

In 2019 heeft de dienst Inspectie van de RSZ 8.203 dossiers behandeld in het kader van samenwerkingsverdragen met andere inspectiediensten. Dat komt overeen met 15,33% van onze activiteiten.

SIOD

Een van onze belangrijkste partners is de SIOD (Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst). De SIOD voert zelf geen onderzoek op het terrein uit, maar is een coördinerend orgaan dat de federale diensten voor sociale inspectie ondersteunt in hun strijd tegen zwartwerk en sociale fraude. De SIOD staat onder de directe bevoegdheid van de Staatssecretaris voor Fraudebestrijding.

Elk jaar stelt de staatssecretaris een actieplan voor de strijd tegen de sociale fraude op. De SIOD, waarin de inspectiediensten van de RSZ vertegenwoordigd zijn, draagt daaraan actief bij.

Het actieplan sociale fraudebestrijding beschrijft de precieze doelstellingen in termen van het aantal controles, de sectoren die bezocht moeten worden en de verwachte resultaten. De inspectiediensten van de RSZ sluiten zich aan bij deze doelstellingen en nemen actief deel aan de voorbereiding en de uitwerking ervan.

De deelname van de RSZ-inspectiediensten aan onderzoeken in SIOD-verband vertegenwoordigde in 2019 ongeveer 79,22% onze opdrachten.

Samenwerking met justitie, politie en sociale inspectiediensten

Sinds het samenwerkingsprotocol dat eind 2017 werd afgesloten tussen justitie, politie en sociale inspectiediensten, kreeg de SIOD in vergelijking met vroeger eerder een strategische rol. Op het operationele niveau werd in 2018 nog verder vorm gegeven aan de twee nieuwe overlegplatformen die intussen in het leven werden geroepen:

  • het Overlegplatform Justitie voor de georganiseerde sociale fraude, onder voorzitterschap van de federale procureur en de procureur-generaal bevoegd voor sociaalrechtelijke misdrijven;
  • het Overlegplatform Sociale Inspectiediensten, dat in 2018 werd voorgezeten door de Directeur-generaal van de Inspectiediensten van de RSZ.

In het kader van dit laatste platform werden in 2019 de guidelines en de onderrichtingen inzake de te volgen werkmethodologie verder verfijnd en in de praktijk uitgetest. Voor het gebruik van het ‘elektronische platform’, werd in samenwerking met medewerkers van Smals ook een veiligheidspolicy opgesteld.

In totaal kwamen in 2019 vier gevallen aan bod waarbij tot een gezamenlijk onderzoek werd beslist.

Bovendien tekenden Justitie, de Politie en de Sociale Inspectiediensten op 12 november een kaderakkoord inzake de samenwerking van gemengde onderzoeksteams binnen het domein van de georganiseerde sociale fraude.

Samenwerking met de fiscus

Sinds 1 januari 2010 bestaat er een samenwerkingsakkoord tussen de diverse sociale inspectiediensten, de SIOD en de FOD Financiën om de uitwisseling en het gebruik van fiscale en sociale gegevens te verbeteren. Er is nog steeds een regelmatige uitwisseling van informatie rond punctuele dossiers, na controles uitgevoerd door één van beide partijen.

Trimestrieel komen de topmanagers van de RSZ en de FOD Financiën samen en monitoren ze de resultaten van de uitwisseling tussen beide instanties. Ook in de loop van 2019 was dit het geval, en werden er nog nieuwe synergiën besproken en opgestart.

Via andere samenwerkingsovereenkomsten staan we ook in contact met andere federale instanties en worden er onderlinge gegevens en ervaringen uitgewisseld.

Partnershipovereenkomsten en PEC-plannen (Plannen voor Eerlijke Concurrentie)

De inspectiediensten van de RSZ bleven in de loop van 2019 tegemoetkomen aan de afspraken die de voorbije jaren gemaakt werden in het kader van de Plannen voor Eerlijke Concurrentie. Ze werkten ook mee aan partnershipovereenkomsten met meerdere bedrijfssectoren, waaronder:

  • de bouwsector,
  • de sector van de elektrotechnische werken,
  • de groene sectoren,
  • de sector van garages en koetswerk,
  • de sector van de carwashes,
  • de metaalsector, en
  • de sector van de begrafenisonedernemingen.

Het uitgangspunt hierbij was nog steeds om sectorspecifieke ervaringen uit te wisselen. Die moeten helpen om de onderzoeksmethodes te verbeteren en om onderzoeken bij de ondernemingen in kwestie bij te sturen waar nodig.

Met partners van de sectoren waarmee de overeenkomsten werden afgesloten en collega's van de andere inspectiediensten werd de uitvoering van de afgesproken acties ook nog steeds besproken en geëvalueerd.

Samenwerkingsprotocol met de RSVZ

Op 6 oktober 2018 sloten de RSZ en de diensten van het RSVZ een samenwerkingsakkoord af in het kader van de strijd tegen schijnstatuten als zelfstandige en als werknemer. De gemeenschappelijke doelstelling was om de eerlijke concurrentie te vrijwaren door het onrechtmatig gebruik van deze schijnstatuten aan te pakken. Ook in 2019 hebben de inspectiediensten van de RSZ zowel strategisch als operationeel een actieve bijdrage geleverd.

Sociale flitscontroles

In samenwerking met de SIOD hebben de inspectiediensten van de RSZ ‘sociale flitscontroles’ voorbereid en mogelijke controledoelen aangereikt. Deze flitscontroles hadden vooral een preventief karakter. In 2019 waren ze voorzien in een aantal sectoren die deel uitmaakten van het actieplan voor fraudebestrijding, zoals de horeca, de schoonmaak, de taxi- en verhuissector enz. De RSZ-inspecteurs hebben aan deze controles hun volle medewerking verleend.

Staatshervorming en samenwerking met de regionale inspectiediensten

Als gevolg van de 6de staatshervorming werden een aantal bevoegdheden herschikt. De geregionaliseerde inbreuken werden opgelijst, en het overzicht van wie er bevoegd is voor welke materie werd verder verfijnd.

De RSZ inspectiediensten hebben op regelmatige basis met de regionale collega’s overlegd over de controles op het specifieke doelgroepenbeleid, waarvoor de regionale overheden nu bevoegd zijn. Medewerkers van de verschillende diensten werden tijdens deze bijeenkomsten op de hoogte gebracht van de recentste evoluties in de maatregelen op regionaal niveau. In 2017 maakten we een gezamenlijke fenomeenanalyse. Elke regionale inspectiedienst leverde ook een lijst met werkgevers die een verhoogd risico vertoonden op misbruik van doelgroepverminderingen. Sedert 2018 staat de procedure op punt waarbij vaststellingen van inspecteurs op het terrein onderling besproken worden. De bedoeling daarvan is om toekomstige selecties en mogelijke onderzoeksmethodes verder te verfijnen.

Uitwisseling van informatie

Voor een performantere uitwisseling van gegevens en een betere beheersing van het invorderingsrisico waren er ook in 2019 nog overlegvergaderingen met collega’s van de fiscus – Bijzondere Belastingsinspectie (BBI), Fiscale Administratie… – en van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ). Tijdens deze vergaderingen werd besproken welk soort informatie er voor alle partijen van belang kan zijn, binnen welk kader en via welke kanalen. Deze uitwisseling moet de betrokken diensten toelaten om elk binnen hun domein het invorderingsrisico, het aangifterisico en het risico op grensoverschrijdend misbruik zoveel mogelijk te beperken. Zo was er concrete uitwisseling over:

  • uitgevoerde sociale of fiscale regularisaties,
  • buitenlandse werknemers die al gedurende een langere periode werkzaam zijn op het Belgisch grondgebied,
  • ondernemingen met een risico op insolvabiliteit,
  • netwerken van ondernemingen,
  • aangegeven werken,
  • Checkinatwork (C@W), en
  • unieke identificatiegegevens van buitenlandse ondernemingen.

Samenwerking in internationaal verband

Binnen het kader van de Beneluxwerking hebben we de grensoverschrijdende samenwerking verdergezet. De RSZ werkte samen met de Nederlandse en Luxemburgse inspectiediensten en overheden in twee werkgroepen:

  • de werkgroep frauduleuze uitzendkantoren, waarvoor we onze kennis en expertise op het gebied van grensoverschrijdende fraude ter beschikking stellen en concrete doellocaties aanleveren, en
  • de werkgroep misbruik van werkloosheid, waarvoor we samen met de RVA informatie verrijken met DmfA-gegevens. Die konden we vervolgens ‘matchen’ met informatie van de bevoegde instellingen in Nederland.

Bovendien hebben we voor het eerst gezamenlijke en simultane controleacties voorbereid en uitgevoerd met de Nederlandse inspectiediensten.

Met de ACOSS uit Frankrijk vonden in de loop van 2019 enkele bilaterale vergaderingen plaats. Tijdens die vergaderingen werden er technische voorbereidingen getroffen met het oog op een administratieve schikking. Op basis daarvan, en na het bekomen van de nodige machtigingen van de bevoegde autoriteiten, zouden dus enkele van hun inspecteurs (ook van de RSZ ) wederzijds gegevens in een beperkt aantal databanken kunnen raadplegen. Daardoor zou een aantal grensoverschrijdende gevallen van mogelijke fraude sneller kunnen worden vastgesteld en aangepakt.

In de loop van 2019 was de RSZ ook opnieuw betrokken bij de werkzaamheden van het ‘European Platform for Undeclared Work (EPUDW)’, een ontmoetingsplaats voor de Commissie en de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor de bestrijding van zwartwerk. Het platform faciliteert allerlei initiatieven ter bevordering van een nauwere samenwerking tussen de lidstaten, en ter aanmoediging van een vlottere uitwisseling van informatie en goede praktijken voor de preventie en bestrijding van zwartwerk.

In het kader daarvan nam de RSZ deel aan de halfjaarlijkse Algemene vergaderingen, alsook aan enkele workshops. Die hadden als doel een Europese preventiecampagne op touw te zetten ter sensibilisering van werkgevers, werknemers en andere betrokken partners voor eerlijk werk. Tot slot nam de RSZ-inspectiedienst op vraag van het Platform nog deel aan een ‘staff exchange’ met de Inspectiediensten van Cyprus. Na de inspecties op het terrein wisselden ze ervaringen en aanbevelingen uit.

Joint Action Days ‘labour exploitation’

Een nieuwe prioriteit binnen de missie van de RSZ-inspectiedienst is het ‘willen excelleren in de strijd tegen de economische uitbuiting’. Daarom namen we in 2018 het voortouw bij de organisatie van Joint Action Days ‘labour exploitation’ (14-20 mei 2018). Dit Europese initiatief krijgt de steun van Europol: politie en sociale inspectiediensten in de verschillende EU-lidstatenvoeren controles uit in risicosectoren. Deze controles zijn gericht op het opsporen van economische uitbuiting.

In april 2019 nam de RSZ-inspectiedienst deel aan de ‘Joint Action Days labour exploitation’ (JAD), een internationaal initiatief tegen arbeidsuitbuiting dat kadert in het EU-actieplan tegen mensenhandel.

De themadirectie mensenhandel coördineerde het Belgische luik van deze JAD, in samenwerking met andere inspectie- en politiediensten en met een sterke centrale ondersteuning van Europol. Gezien de sterke internationale dimensie van het initiatief werd met verschillende EU-landen samengewerkt en informatie uitgewisseld. Meer bepaald waren er concrete samenwerkingen met de Sloveense arbeidsinspectie en met de Nederlandse Inspectie SWZ. Op zes arbeidsplaatsen werden indicatoren aangetroffen die wezen op economische uitbuiting en zes potentiële slachtoffers van mensenhandel werden gedetecteerd.

De inspecteurs gespecialiseerd in dit thema hebben op internationaal vlak een degelijke reputatie opgebouwd. Daardoor wordt de werking van de ECOSOC-teams door internationale organisaties vaak als voorbeeld gezien. Zo kreeg de themadirectie mensenhandel van de RSZ-inspectiedienst in 2019 twee keer de vraag van de Raad van Europa om een bijdrage te leveren voor een workshop voor Servische actoren in de strijd tegen de mensenhandel. Daarbij werd verzocht om in het bijzonder de rol toe te lichten die de gespecialiseerde ECOSOC-inspecteurs spelen in de Belgische multidisciplinaire aanpak ter bestrijding van mensenhandel.