Financiering van de sociale zekerheid

Een van de centrale taken van de RSZ is de dagelijkse financiering van instellingen en fondsen van de sociale zekerheid.

Financiering binnen het Globaal Financieel Beheer

Een belangrijk deel van die financiering verloopt via het systeem van Globaal Financieel Beheer (GFB).

Globaal Financieel Beheer houdt in dat de RSZ de geldmiddelen voor de sociale zekerheid van werknemers (bijdragen, rijkstoelagen, alternatieve financiering) globaliseert en verdeelt onder de sectoren die er recht op hebben. De verdeling gebeurt volgens de kasbehoeften van de sectoren.

Het Globaal Financieel Beheer bestaat sinds 1995. Daarvoor kreeg iedere instelling de opbrengst van de sectorale bijdragevoeten.

Welke instellingen?

De volgende tabel toont welke instellingen of stelsels hun middelen krijgen via het Globaal Financieel Beheer, en waarvoor zij die middelen aanwenden.

Welke instellingen en stelsels?
Instelling/stelsel Voorwerp van de financiering
RIZIV
  • geneeskundige verzorging
  • uitkeringen
  • invaliditeitsuitkeringen voor mijnwerkers
  • Interdepartementaal begrotingsfonds (IBF)
RVA
  • werkloosheid
  • werkloosheidsuitkering met anciënniteitstoeslag
  • loopbaanonderbreking
  • tijdskredieten
  • tewerkstellingscellen - outplacement
  • burn-out project
FPD
  • rust- en overlevingspensioenen
  • overblijfselen van het kapitalisatiestelsel (sinds 2008; uitdovend)
RJV

bijkomende financiering

Fedris - AO

arbeidsongevallen (uitgezonderd het kapitalisatiestelsel)

Fedris - BZ

beroepsziekten (uitgezonderd de sector van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsbesturen)

Stelsel van de zeelieden
  • geneeskundige verzorging
  • uitkeringen voor ziekte en invaliditeit
  • werkloosheid

Als gevolg van de zesde staatshervorming wordt de gezinsbijslag sinds 2015 niet meer gefinancierd door het Globaal Beheer.

Daarnaast financiert de RSZ ook nog een aantal specifieke uitgaven op basis van wettelijke bepalingen (bijvoorbeeld: de sociale Maribelfondsen en de tewerkstellingscellen).

Beheerscomité van de Sociale Zekerheid

Globaal Financieel Beheer is meer dan het verstrekken van de nodige financiën. Het is ook: beheren, adviseren, opvolgen en evalueren.

Deze opdrachten voert de RSZ uit onder het gezag van het Beheerscomité van de Sociale Zekerheid (BCSZ). Het BCSZ moet jaarlijks verslag uitbrengen aan de federale regering over het Globaal Financieel Beheer:

  • Hoe ontwikkelen de ontvangsten en uitgaven zich?
  • Wat zijn de prioritaire beleidslijnen?
  • Hoe verzekeren we een duurzaam financieel evenwicht van het stelsel?

Deze informatie ondersteunt de regering zowel bij de opmaak en controle van de begroting als bij het uitwerken van een meerjarenperspectief.

De RSZ bezorgt het BCSZ ramingen van de ontvangsten: de betrokken socialezekerheidsinstellingen zorgen voor ramingen van de uitgaven. Deze gegevens worden geconsolideerd bij het RSZ-Globaal Beheer.

Leningen

Met toestemming van de minister van Financiën en de voogdijminister kan het RSZ-Globaal Beheer leningen afsluiten om de financiering van alle takken te waarborgen.

Financiering buiten het Globaal Financieel Beheer

Een 160-tal instellingen en fondsen worden buiten het Globaal Beheer gefinancierd. Ze hebben recht op een deel van de opbrengst van de sociale bijdragen. Meestal wordt dat aandeel berekend op basis van een bijdragevoet op de aangegeven loonmassa. Onder meer de financiering van de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) wordt op deze manier berekend.

Inkomsten

Overzicht cijfers

De volgende tabellen geven een overzicht van de bijdragen en transfers die we in de loop van het kalenderjaar hebben ontvangen.

Tabel 1 - Inkomsten van de sociale zekerheid: overzicht (in miljoenen euro)
  2017 2018 2019
Binnen globaal beheer 61.559 63.603 66.750
Buiten globaal beheer 8.676 8.988 9.271
Totaal 70.235 72.591 76.021
Tabel 2 - Inkomsten binnen het globaal beheer: details (in miljoenen euro)
  2017 2018 2019
1. Bijdragen voor de sociale zekerheid 40.606 42.229 43.297
2. Specifieke bijdragen 2.808 2.959 3.046
- 13,07% op het dubbel vakantiegeld 592 627 640
- Bijdrage voor aanvullend pensioen 354 355 387
- Bijdragen werkloosheid met bedrijfstoeslag 244 245 213
- Bijdrage tijdelijke werkloosheid en de anciënniteitstoeslagrtiel 95 100 104
- Solidariteitsbijdrage op het gebruik van een bedrijfsvoertuig 220 226 247
- Solidariteitsbijdrage op de tewerkstelling van studenten 80 90 97
- Solidariteitsbijdrage op winstdeelname 9 14 18
- Bijdrage niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen 298 338 330
- Solidariteitsbijdrage op verkeersboetes 0 0 0
- Solidariteitsbijdrage op ontbrekende Dimona 6 5 6
- Risicogroepen en Inschakelingsparcours jongeren 8 8 9
- Bijzondere economische werkloosheid - niet bouw 5 3 2
- Activeringsbijdrage 0 1 3
- Mobiliteitsvergoeding 0 0 0
- Bijzondere bijdrage voor arbeidsongevallen 0 0 0
- Bijzondere bijdrage voor Sociale Zekerheid 897 947 990
3. Transferten 18.145 18.415 20.407
- OISZ 297 323 301
- Alternatieve financiering 11.190 12.522 13.456
- Rijkstoelagen 5.161 4.188 5.174
- Tussenkomsten doelgroepenverminderingen 1.173 1.068 1.175
- Schatkist - Bijzondere bijdrage voor Sociale Zekerheid 216 200 181
- Schatkist - Bedrijfsvoorheffing Sociale Maribel 103 107 112
- Diverse andere overdrachten 5 7 8
Tabel 3 - Inkomsten buiten globaal beheer: details (in miljoenen euro)
  2017 2018 2019
Bijdrage voor de jaarlijkse vakantie van de arbeiders 4.421 4.597 4.753
Bijdrage voor het Fonds voor collectieve uitrustingen en diensten 0 0 0
Bijdrage voor de compensatiekas verlof Zeevarenden 0 0 0
Bijdragen voor het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen 316 294 289
Bijdrage voor het betaald educatief verlof, onvoldoende opleidingsinspanningen en outplacementn et outplacement 0 0 0
Bijdrage voor het Fedris - Asbestfonds 7 6 6
Bijdrage voor de Fedris - premies arbeidsongevallen zeevarenden (verplicht) 0 1 1
Bijdrage voor de Fedris - premies arbeidsongevallen zeevarenden (bijkomend) 0 0 0
Bijdrage voor de Federale Pensioendienst 2.038 2.073 2.143
Pensioenbijdrage voor regionale ontvangers 4 3 3
Bijdragen voor de Fondsen voor bestaanszekerheid 1.708 1.817 1.863
Bijdragen voor de sectorale pensioenfondsen 182 197 213

In 2019 waren de financiële middelen waarover het RSZ-Globaal beheer beschikte om zijn financiële opdracht uit te voeren grosso modo voor 69% afkomstig van zelf geïnde bijdragen. 31% bestond uit transfers, voornamelijk afkomstig van de federale overheid.

Ook de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) en de Hulp- en Voorzorgskas voor Zeevarenden (tot en met het vierde kwartaal 2017) droegen bijdragen over.

Voor het jaar 2017 was er een daling van de bijdragen voor de sociale zekerheid met 0,2%. Dat kwam onder andere door de taxshift.

Voor het jaar 2018 was er een groei van de bijdragen voor de sociale zekerheid met 4,0%.

Ook voor het jaar 2019 was er een groei van de bijdragen voor de sociale zekerheid, meer bepaald met 2,5%.

Wat de specifieke bijdragen betreft, merken we de volgende bijzonderheden op:

  • de bijzondere bijdrage op bepaalde extralegale pensioenen, de zogenoemde Wijninckx-bijdrage, werd hervormd en is met ingang van 1 januari 2019 definitief van kracht. In 2019 nam hij met 9,1% toe ten opzichte van 2018,
  • de bijdragen werkloosheid met bedrijfstoeslag namen in 2019 met 13,0% toe ten opzichte van 2018,
  • de solidariteitsbijdrage op de tewerkstelling van studenten kende dan weer een sterke groei van 7,9% ten opzichte van 2018,
  • voor de solidariteitsbijdrage op het gebruik van een bedrijfsvoertuig was er een sterke groei van 9,3% ten opzichte van 2018, en
  • de nieuwe specifieke bijdragen van 2018 en 2019 vertegenwoordigden in 2019 samen een beperkt bedrag van 3 miljoen euro. Het gaat daarbij om de activeringsbijdrage en de mobiliteitsvergoeding sinds 2018, en het mobiliteitsbudget en de solidariteitsbijdrage op de vergoeding voor een zeegewenningsreis sinds 2019.

Op 1 januari 2017 fusioneerden de RSZ en de Dienst voor de Bijzondere Socialezekerheidsstelsels (DIBISS), en op 1 januari 2018 fusioneerden de RSZ en de Hulp- en Voorzorgskas voor Zeevarenden (HVKZ). De inkomsten van de lokale sociale zekerheid (ex-DIBISS) voor 2017, 2018 en 2019 werden opgenomen in een apart hoofdstuk. De inkomsten Zeevarenden (ex-HVKZ) voor 2018 en 2019 zijn geïntegreerd in het Globaal Beheer. Het bedrag van 301 miljoen euro aan transferten van de Openbare Instellingen voor Sociale Zekerheid (OISZ) betreft voor 2019 enkel nog de overdracht van de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV).

Evolutie binnen het Globaal Financieel Beheer

Een deel van de instellingen vallen onder het Globaal Financieel Beheer en ontvangen hun middelen volgens hun behoeften. Wat zijn de inkomstenbronnen voor dat systeem?

De belangrijkste financieringsbronnen zijn de gewone werknemers- en werkgeversbijdragen (64,9% in 20189), gevolgd door de alternatieve financiering (20,2% in 2019) en de rijkstoelagen (7,7% in 2019). In 2019 bedroeg het aandeel van de alternatieve financiering in de totale ontvangsten van het Globaal Financieel Beheer 19,7% en dat van de Rijkstoelagen nog 6,6%. Samen vertegenwoordigen ze in 2019 meer dan een kwart van de totale ontvangsten binnen het Globaal Financieel Beheer.

In 2017 is de financiering van de sociale zekerheid hervormd. De nieuwe regels zijn vastgesteld in de wet van 18 april 2017. De wet stemt de financiering van de sociale zekerheid af op de structureel lagere uitgaven door de bevoegdheidsoverdrachten in het kader van de zesde staatshervorming. Het Globaal Beheer van de RSZ krijgt voortaan een jaarlijkse basisdotatie die wordt aangevuld met een evenwichtsdotatie. In 2019 bedroegen de totale Rijkstoelagen 5.174,2 miljoen euro, of een stijging met 23,5% ten opzichte van 2018.

In 2017 was er een toename van de alternatieve financiering met 76,3% ten opzichte van 2016 tot 11,19 miljard euro. Deze ontvangsten bestaan enkel nog uit btw-opbrengsten en middelen die worden voorafgenomen van de roerende voorheffing.

In 2018 was er opnieuw een toename van de alternatieve financiering met 11,9% ten opzichte van 2017 tot 12,52 miljard euro.

In 2019 was er een nieuwe toename van de alternatieve financiering met 7,5% ten opzichte van 2018 tot 13,46 miljard euro.

De tegemoetkoming van de gefedereerde entiteiten (gemeenschappen en gewesten) voor de geregionaliseerde doelgroepverminderingen, zonder het deel van de lokale sociale zekerheid, vertegenwoordigt in 2019 1,76% in de totale ontvangsten van het Globaal Financieel Beheer.

Evolutie buiten Globaal Financieel Beheer

Instellingen en fondsen die niet onder het Globaal Financieel Beheer vallen, ontvangen hun financiële middelen op basis van de opbrengst van hun bijdragevoet.

Het aandeel van de middelen die de RSZ int voor fondsen en instellingen buiten het Globaal Financieel Beheer daalde van 12,4% van de totale ontvangen bedragen in 2017 en 2018 naar 12,2% in 2019.

Sinds 1 januari 2015 staat de RSZ in voor de inning van de bijdragen bestemd voor de financiering van het overheidspensioen van de statutaire ambtenaren (Federale Pensioendienst). In 2017 werd een bedrag van 2,038 miljard euro geïnd, in 2018 een bedrag van 2,073 miljard euro. In 2019 was dat 2,143 miljard euro.

De kwartaalbijdragevoet voor de RJV daalde vanaf het eerste kwartaal 2017 van 5,65% naar 5,61%. Op 1 januari 2018 werd deze bijdrage voor de laatste keer verlaagd om recurrent te dalen van 5,61% naar 5,57%. De jaarlijkse bijdrage van 10,27% blijft ongewijzigd.

De bijdragenpercentages van de basisbijdrage voor het Fonds Sluiting Ondernemingen (FSO) bleven in 2019 ongewijzigd op 0,14% of 0,19%. In 2017 beliepen ze nog respectievelijk 0,18% en 0,22%. De bijdrage voor de financiering van de tijdelijke werkloosheid daalde van 0,11% in 2018 naar 0,10% in 2019.

De toename in 2019 van de geïnde bijdragen voor Fondsen voor Bestaanszekerheid ten opzichte van 2018 bedraagt 2,5%.

De toename in 2019 van de geïnde bijdragen voor de sectorale pensioenfondsen met 8,1% ten opzichte van 2018 is hoofdzakelijk te wijten aan de aanpassing van de bijdragenpercentages en de oprichting van drie nieuwe sectorale pensioenfondsen.

Inkomsten stelsels lokale sociale zekerheid, Overzeese Sociale Zekerheid en Sociale Maribel – publieke sector

Door de fusie met de DIBISS op 1 januari 2017, is de RSZ ook bevoegd voor de inning van bijdragen van de lokale besturen en de overzeese sociale zekerheid. Hij int ook de subsidies voor de overzeese sociale zekerheid en de sociale Maribel – publieke sector.

De volgende tabellen geven een overzicht van de inkomsten van deze stelsels binnen en buiten globaal beheer.

Tabel 1 - Inkomsten binnen en buiten globaal beheer: overzicht (in miljoenen euro)
  2017 2018 2019*
1. Binnen globaal beheer 3.749 3.838 3.959
Lokale besturen 3.701 3.838 3.959
2. Buiten globaal beheer 3.108 3.170 3.304
Lokale besturen 2.320 2.393 2.488
Overzeese Sociale Zekerheid 369 364 351
Sociale Maribel - Publieke sector 419 413 465
Totaal 6.857 7.007 7.263

(*) voorlopige realisaties

54,51% van de inkomsten worden geïnd binnen het globaal beheer en 45,49% buiten het globaal beheer.

De inkomsten binnen het globaal beheer zijn de socialezekerheidsbijdragen plus enkele specifieke bijdragen van de lokale besturen. Buiten het globaal beheer zijn 3 stelsels gelinkt aan de ontvangsten:

  • lokale besturen (o.a. gesolidariseerd pensioenfonds, asbestfonds, sociale diensten, tweede pijler),
  • Overzeese Sociale Zekerheid, en
  • Sociale Maribel – publieke sector.

We noteren een stijging van 3,64% van de inkomsten binnen en buiten het globaal beheer tegenover 2018 (+ 255 miljoen euro). Deze stijging is hoofdzakelijk te wijten aan de evolutie van de bijdragen van de lokale besturen, geïnd zowel binnen als buiten het globaal beheer. De eerste oorzaak is een verhoging van het arbeidsvolume, omdat de stijging van het aantal contractuelen groter is dan de daling van het aantal statutairen. De tweede oorzaak is een verhoging van de responsabiliseringbijdragen voor het gesolidariseerd pensioenfonds. Tenslotte is de derde en laatste oorzaak dat de sociale toelage 1, gefinancierd door de schatkist, sinds 2019 apart gerapporteerd wordt binnen de ontvangsten globaal beheer (transferten).

Inkomsten binnen het globaal beheer: details (in miljoenen euro)
  2017 2018 2019*
1. Bijdragen sociale zekerheid 3.251 3.395 3.347
Sociale bijdragen 3.251 3.395 3.347
2. Specifieke bijdragen 136 140 148
Bijdrage 13,07% dubbel vakantiegeld 32 34 36
Bijdrage 8,86% op groepsverzekering 9 8 9
Bijdrage op de jobstudenten 4 4 4
Bijdrage privégebruik bedrijfswagens 1 1 2
Werkgeversbijdragen werkloosheid met bedrijfstoeslag 0 0 0
Solidariteitsbijdrage verkeersboeten 0 0 0
Bijzondere bijdrage sociale zekerheid 90 93 97
3. Transferten 314 303 464
Tussenkomsten doelgroepenverminderingen 314 303 307
Schatkist - Tussenkomst Sociale toelage 1 (politie) 0 0 157
Totaal 3.701 3.838 3.959

(*) voorlopige realisaties

Sinds de fusie met de RSZ op 1 januari 2017 worden de bijdragen lokale besturen bruto weergegeven. De vroegere aftrekposten vinden we nu terug onder de rubriek ‘Uitgaven’ van het globaal beheer.

We noteren een stijging van 3,15% ten opzichte van 2018 (+ 121 miljoen euro). De socialezekerheidsbijdragen daalden met 1,41% (- 48 miljoen euro) doordat de sociale toelage 1 losgekoppeld werd van de netto sociale bijdragen. Het effect van de verhoging van het arbeidsvolume verdween om die reden. Voor de specifieke bijdragen was er een stijging van 5,71% (+ 8 miljoen euro) door een verhoging van het arbeidsvolume. Voor de ‘transferten’ was er een stijging van 53,14% (+ 161 miljoen euro). De reden daarvoor is de toevoeging van de tussenkomst sociale toelage 1 voor de politie.

Inkomsten buiten het globaal beheer: details (in miljoenen euro)
  2017 2018 2019*
1. Lokale besturen: 2.320 2.392 2.488
Bijdragen voor PDOS (FPD) 7 7 9
Bijdragen voor gesolidariseerd pensioenfonds (FPD) 2.230 2.297 2.383
Bijdrage voor het Asbestfonds en beroepsziekten (Fedris) 21 22 23
Bijdragen sociale diensten (GSD, GSDV en GSDP) 9 9 9
Bijdrage syndicale premies (vakbonden) 17 17 17
Bijdrage voor 2de pijler (Ethias) 35 39 46
Bijdrage voor dubbel vakantiegeld mandatarissen (FPD) 1 1 1
2. Overzeese sociale zekerheid 369 364 351
Bijdragen Overzeese Sociale Zekerheid 72 75 72
Staatstoelage Overzeese Sociale Zekerheid 284 282 273
Diverse inkomsten 13 7 6
3. Sociale Maribel - Publieke sector 419 413 465
Subsidies voor de Sociale Maribel - Publieke sector 419 413 465
Totaal 3.108 3.169 3.304

(*) voorlopige realisaties

De inkomsten buiten het globaal beheer komen uit 3 verschillende stelsels die afzonderlijk gerapporteerd worden:

  1. Lokale besturen
    Hier zijn een 7-tal inkomstenstromen ondergebracht, waarvan het gesolidariseerde pensioenfonds met 96% de grootste is.
  2. Overzeese Sociale Zekerheid
    Bijna 20% van de inkomsten wordt gewaarborgd door bijdragen geïnd via de vrijwillig aangesloten werknemers en/of werkgevers. Maar ruim 75% bestaat uit maandelijks gestorte staatstoelagen.
  3. Sociale Maribel - publieke sector
    De dotaties Sociale Maribel worden jaarlijks vastgelegd in een koninklijk besluit. De twee bepalende factoren zijn de effectieve dotatie en het aantal werknemers dat aanspraak maakt. Het sectoraal fonds omvat 95% van de inkomsten en bestaat uit de algemene sector en ziekenhuizen.
    De overige inkomsten komen van de sociale akkoorden (gestort door het RIZIV) sociale akkoorden ouderenzorg (gestort door Vlaams gewest); het zorgpersoneelfonds (gestort door Vlaams gewest) en het generatiepact (gestort door het Waals gewest), waarbij de RSZ enkel int en doorstort.

Het stelsel lokale besturen kent een stijging van 4,01% (+ 96 miljoen euro). Die is vooral te verklaren door een stijging van de basisbijdragen door een licht stijgend arbeidsvolume (+ 58 miljoen euro), en een stijging van de responsabiliseringsbijdrage (+ 38 miljoen euro in totaal) voor het gesolidariseerd pensioenfonds. We zien ook een beperktere stijging bijdragen voor de bijdragen PDOS (+ 2 miljoen euro) en de tweede pijler (+ 7 miljoen euro).

Voor het stelsel van de overzeese sociale zekerheid is er een lichte daling van 3,57% (- 13 miljoen euro). Dat komt door een daling van de Rijkstegemoetkoming met 9 miljoen euro, de diverse opbrengsten met 1 miljoen euro en de geïnde bijdragen met 3 miljoen euro. Deze daling is te wijten aan een dalende trend in het aantal actieven.

Ten slotte kent het stelsel van de Sociale Maribel – publiek sector een lichte stijging van 12,59% (+ 52 miljoen euro). Die is te wijten aan de stijging van de sociale akkoorden (uitzonderlijke stijging IFIC premies) en de introductie van het zorgpersoneelfonds en sociale akkoorden ouderenzorg. Ondanks de daling van de dotatie met 26,9 miljoen euro aan niet-recurrente middelen van 2017 (KB 11 november 2019).

Globaal gezien stijgen de inkomsten buiten globaal beheer met 4,26%. Dat is een stijging van ongeveer 135 miljoen euro tegenover 2018.

Uitgaven

De RSZ heeft ook als taak de opbrengst van de geïnde bijdragen te verdelen over de instellingen en fondsen van de sociale zekerheid.

Een deel van de instellingen valt onder het systeem van het Globaal Financieel Beheer en ontvangt zijn middelen volgens zijn behoeften. Instellingen en fondsen die niet onder het Globaal Financieel Beheer vallen, ontvangen hun financiële middelen op basis van de opbrengst van hun bijdragevoet.

Overzicht cijfers

De volgende tabellen geven een overzicht van de uitgaven van de voorbije jaren.

Tabel 1 - Financiering totaal (in miljoenen euro)
  2017 2018 2019
Te financieren behoeften - Globaal Beheer 63.590 65.698 67.459
Bijzondere toewijzingen - RSZ-Globaal Beheer 922 1.110 1.215
Stortingen van voorschotten buiten het globaal beheer 8.610 8.982 9.207
Totaal 73.122 75.790 77.881
Tabel 2 - Te financieren behoeften: details (in miljoenen euro)
  2017 2018 2019
FPD (pensioenen) 25.624 26.803 27.973
RIZIV (ziekte- en invaliditeitsverzekering, Interdepartementaal begrotingsfonds) 30.255 31.637 32.732
RVA (werkloosheid, werkloosheid met bedrijfstoeslag, tijdskrediet, loopbaanonderbreking, tewerkstellingscellen - outplacement, burn-out project) 7.460 7.014 6.519
Fedris - BZ (beroepsziekten) 266 267 255
Fedris - AO (arbeidsongevallen) -24 -32 -29
Andere (stelsel van de zeelieden, mijnwerkers) 9 9 9
Totaal 63.590 65.698 67.459
Tabel 3 - Stortingen van voorschotten buiten het globaal beheer: details (in miljoenen euro)
  2017 2018 2019
RJV (jaarlijkse vakantie van de arbeiders) 4.383 4.592 4.728
Compensatiekas verlof zeevarenden 0 0 0
Fonds voor sluiting van ondernemingen 321 294 286
RVA - Fonds voor het betaald educatief verlof en outplacement 0 0 0
Fedris - Asbestfonds 7 6 6
Fedris - premies arbeidsongevallen zeevarenden (verplicht) 0 1 1
Fedris - premies arbeidsongevallen zeevarenden (bijkomend) 0 0 0
Federale pensioendienst 1.997 2.082 2.118
Pensioenbijdrage voor regionale ontvangers 3 3 3
Fondsen voor bestaanszekerheid 1.720 1.809 1.854
Sectorale pensioenfondsen 179 195 211
Totaal 8.610 8.982 9.207

In 2019 ging 88,2% van de opbrengsten naar de financiering van het Globaal Financieel Beheer en 11,8% naar de financiering van instellingen en fondsen buiten het Globaal Financieel Beheer.

Evolutie binnen het Globaal Financieel Beheer

Het RSZ-Globaal Beheer financierde in 2019 de takken van het Globaal Financieel Beheer voor een totaalbedrag van 67.459 miljoen euro. Dit is een stijging met 2,7% ten opzichte van 2018.

De toename in 2019 was vooral het gevolg van de stijging van de te financieren behoeften van het RIZIV (ziekte- en invaliditeitsverzekering) (+3,46%) en van de FPD (pensioenen) (+4,37%).

De bijzondere toewijzingen zijn in 2019 gestegen ten opzichte van 2018. Dat komt onder meer door de stortingen aan het RIZIV-Interdepartementaal Begrotingsfonds (58,8 miljoen euro) en de stijging van de stortingen aan de fondsen Sociale Maribel (+ 37,8 miljoen euro). Het deel lokale besturen is opgenomen in het volgende hoofdstuk.

De volgende figuur geeft een overzicht van het aandeel van de takken van de sociale zekerheid in de financiering van het Globaal Financieel Beheer van 2017-2019.

*Andere: Werkloosheid met bedrijfstoeslag, tijdskrediet en loopbaanonderbreking, Fedris-arbeidsongevallen, Fedris-beroepsziekten, invaliditeitspensioenen van mijnwerkers, ziekte-invaliditeit en werkloosheid van het stelsel van de zeelieden.

De volgende figuur geeft een overzicht van de verdeling in 2019.

*Andere: Werkloosheid met bedrijfstoeslag, tijdskrediet en loopbaanonderbreking, Fedris-arbeidsongevallen, Fedris-beroepsziekten, invaliditeitspensioenen van mijnwerkers, ziekte-invaliditeit en werkloosheid van het stelsel van de zeelieden.

De sectoren Geneeskundige Verzorging (35,05%) en Pensioenen (41,47%) vertegenwoordigden samen meer dan drie vierde van de gefinancierde behoeften van het Globaal Beheer. De tak ZIV-uitkeringen volgt met 13,47% op de derde plaats.

Voor meer informatie over de evolutie van de sociale zekerheidsuitgaven verwijzen we naar de jaarverslagen van de betrokken instellingen.

Evolutie buiten het Globaal Financieel Beheer

In 2019 zijn de uitgaven buiten Globaal Financieel Beheer met 2,5% gestegen.

De Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) wordt gefinancierd via een debetbericht berekend op de loonmassa van het vorige jaar (jaarlijkse bijdrage van 10,27%) en door kwartaalbijdragen berekend op de lonen van het jaar zelf.

Deze kwartaalbijdrage is vanaf het eerste kwartaal 2016 verlaagd van 5,83% naar 5,65%, en vanaf het eerste kwartaal 2017 van 5,65% naar 5,61%. Op 1 januari 2018 werd deze bijdrage voor de laatste keer verlaagd om recurrent te dalen van 5,61% naar 5,57%. De jaarlijkse bijdrage van 10,27% blijft ongewijzigd.

Nieuwe specifieke bijdragen sinds 2018 zijn de bijdragen voor de Compensatiekas verlof Zeevarenden en die voor Fedris – premies arbeidsongevallen zeevarenden (verplicht en bijkomend). Zij vertegenwoordigden in 2019 samen maar een beperkt bedrag aan stortingen van voorschotten van 741.000 euro.

De uitgaven naar het Fonds Sluiting Ondernemingen zijn in 2019 met 2,7% gedaald ten opzichte van 2018 omwille van de daling van de bijdrage voor de financiering van de tijdelijke werkloosheid op 1 januari 2019.

De uitgaven naar de Fondsen voor Bestaanszekerheid zijn in 2019 met 2,5% gestegen ten opzichte van 2018.

De uitgaven naar sectorale pensioenfondsen zijn in 2019 met 8,2% gestegen ten opzichte van 2018. Dat is hoofdzakelijk te wijten aan de aanpassing van de bijdragenpercentages en de oprichting van drie nieuwe sectorale pensioenfondsen.

Uitgaven stelsels lokale sociale zekerheid, Overzeese Sociale Zekerheid en Sociale Maribel – publieke sector

De verschillende stelsels hebben als taak de opbrengst van sommige geïnde bijdragen door te storten naar derden en sociale prestaties uit te betalen.

De volgende tabellen geven een overzicht van de verschillende uitgaven weer.

Uitgaven binnen en buiten globaal beheer: overzicht (in miljoenen euro)
  2017* 2018* 2019*
1. Binnen globaal beheer 466 366 494
Bijzondere toewijzingen 466 366 494
2. Buiten globaal beheer 3.059 3.140 3.307
Lokale besturen 2.316 2.389 2.484
Overzeese Sociale Zekerheid 342 343 346
Sociale Maribel - Publieke sector 401 408 477
Totaal 3.525 3.506 3.801

(*) voorlopige realisaties

13% van de uitgaven 2019 worden betaald vanuit het globaal beheer. Het zijn de bijzondere toewijzingen. 87% van de uitgaven 2019 worden betaald buiten het globaal beheer. Hier gaat het onder andere over de stortingen aan andere instellingen en besturen en de stortingen aan derden.

Uitgaven binnen globaal beheer: detail (in miljoenen euro)
  2017* 2018* 2019*
1. Bijzondere toewijzingen namens de lokale besturen: 466 366 494
Forfaitaire boni kinderbijslag (FPD) 49 50 51
Sociale Maribel - Publieke sector 314 316 322
Loonmatiging 0 121 121
Interdepartementaal begrotingsfonds (IBF) 103 0 0

(*) voorlopige realisaties

Binnen het globaal beheer

De bijzondere toewijzingen namens de lokale besturen bestaan uit 3 onderdelen:

  • Forfaitaire boni kinderbijslag
    Deze uitgave is een maandelijkse storting aan de Federale Pensioendienst (FPD).
    Het bedrag werd in 2015 vastgelegd op 47.000.000 euro bij de 6e staatshervorming. Het wordt jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen.
  • Sociale Maribel – publieke sector
    Deze maandelijkse storting door het globaal beheer is de dotatie aan de tak Sociale Maribel – publieke sector en de Fiscale Maribel ten voordele van de werkgevers die recht hebben op deze subsidie.
    De bijzondere toewijzing Sociale Maribel kent een stijging van 1,90% (+ 6 miljoen euro), ondanks het feit dat de dotatie 2019 verminderd werd met de niet-recurrente middelen van 2017 (KB 11/11/2019), voor een bedrag van 26,9 miljoen euro. Ze werd gecompenseerd door een stijging van het aantal rechthebbenden.
  • Loonmatiging
    Vanaf 2018 werden bijkomende middelen toegekend voor het gesolidariseerd pensioenfonds. Het betreft een deel van de loonmatigingsbijdrage lokale besturen en dit voor de jaren 2018-2019-2020 bepaald bij Ministerieel Besluit (ministerraad 18/01/2018) op jaarbasis 121 miljoen euro via een maandelijkse storting aan de FPD.

Vanaf 2018 werden de uitgaven voor het Interdepartementaal begrotingsfonds ingeschreven binnen het globaal beheer onder het stelsel van de werknemers in plaats van de lokale besturen. Deze uitgaven zijn de maandelijks stortingen aan de verschillende ziekenhuizen, afhankelijk van hun beleid rond de tewerkstelling van langdurig werklozen en bestaansminimumtrekkers in de verzorgingssector.

Uitgaven buiten globaal beheer: detail (in miljoenen euro)
  2017* 2018* 2019*
1. Lokale besturen: 2.316 2.388 2.484
FPD (PDOS-bijdragen) 7 7 9
FPD (gesolidariseerd pensioenfonds) 2.226 2.293 2.379
Fedris (beroepsziekten en Asbestfonds) 21 22 23
Sociale diensten (GSD, GSDV en politie) 9 9 9
Vakbonden (syndicale premies) 17 17 17
Ethias (2de pijler) 35 39 46
FPD (DVG Mandatarissen) 1 1 1
2. Overzeese Sociale Zekerheid 342 343 346
Prestaties binnen- en buitenland 338 337 326
Diverse uitgaven 4 6 20
3. Sociale Maribel - Publieke sector 401 408 477
Prestaties voor de Sociale Maribel - Publieke sector 401 408 477
Totaal 3.059 3.139 3.307

(*) voorlopige realisaties

Buiten het globaal beheer

De uitgaven buiten het globaal beheer gaan naar 3 verschillende stelsels die afzonderlijk gerapporteerd worden:

  1. Lokale besturen
    De cijfers geven de doorstortingen weer aan andere OISZ en derden. Ze zijn gebaseerd op de geïnde bijdragen min de administratiekosten.
  2. Overzeese Sociale Zekerheid
    De cijfers zijn gebaseerd op de uitgaven voor sociale prestaties (o.a. pensioenen en geneeskundige verzorging) en diverse andere uitgaven.
  3. Sociale Maribel - publieke sector
    De cijfers vertegenwoordigen de betalingen van de subsidies aan de rechthebbende werkgevers (o.a. Sociale Maribel, sociaal akkoorden, project 600) en de tussenkomst in de kosten voor het beheer.

De uitgaven buiten het globaal beheer stijgen in totaal met 5,35% (+ 168 miljoen euro).

Het stelsel lokale besturen kent een stijging van 4,02% (+ 96 miljoen euro). Die is vooral te verklaren door een stijging van de geïnde bijdragen (zie ontvangsten). Het gaat daarbij in het bijzonder over de bijdragen geïnd voor het gesolidariseerd pensioenfonds (+ 86 miljoen euro) en de tweede pijler (+ 7 miljoen euro).

Voor het stelsel van de Overzeese Sociale Zekerheid noteren we een lichte stijging van 0,87% (+ 3 miljoen euro). Die komt door een daling van de sociale prestaties met 11 miljoen euro, gecompenseerd door een stijging van diverse andere uitgaven met 14 miljoen euro. Zo moest de Overzeese Sociale Zekerheid (OSZ) bijvoorbeeld in 2019 de teveel ontvangen Rijkstegemoetkoming voor 2017 (+17,05 miljoen euro) terugbetalen aan de FOD Sociale Zekerheid in tegenstelling tot de terugbetaling in het boekjaar 2018 (+ 2 miljoen euro).

Ten slotte noteert ook het stelsel Sociale Maribel - publieke sector een stijging met 16,91% (+ 69 miljoen euro). Die is in hoofdzaak te wijten aan een stijging van de uitgaven voor de gewone Sociale Maribel (+ 13 miljoen euro), de sociale akkoorden (+ 25 miljoen euro), de nieuwe sociale akkoorden ouderenzorg (+ 12 miljoen euro), project 600 (+ 12 miljoen euro) en sectoraal fonds gedetacheerden (+ 7 miljoen euro).

Thesauriebeheer

In 2019 registreerde de RSZ 62,41 miljard euro rechtstreeks uit ontvangsten van bijdragen (toeslagen en nalatigheidsintresten inbegrepen) tegenover 60,64 miljard euro in 2018. Dat is een stijging van 2,9%. In deze bedragen zijn de regimes van de werknemers in loondienst, de zeevarenden (sinds 2018) en de provinciale en lokale besturen opgenomen.

Deze evolutie omvat de inwerkingtreding van de tweede fase van de taxshift vanaf het 1e kwartaal 2018. Die brengt een daling van de bijdragenontvangsten mee die minder groot is dan bij de 1e fase. In thesaurietermen overlapt deze transactie de twee jaren 2018 en 2019.

Het Globaal Beheer van zijn kant registreerde 71,08 miljard aan ontvangsten ten opzichte van 69,52 miljard aan uitgaven. In 2018 bedroegen deze posten respectievelijk 67,73 en 67,71 miljard euro.

De stijging van de ontvangsten werd versterkt door de toename van de middelen van de Staat: de evenwichtsdotatie (3,06 miljard, met telkens een afrekening in Y+1) en de neutraliteitsdotatie in de gezondheidszorg (4,47 miljard) spelen hierin een belangrijke rol. Wat betreft de te financieren noden zijn die van het RIZIV (takken arbeidsongeschiktheid en gezondheidszorg samen) met 3,5% gestegen en die van de FPD met 4,4%, terwijl die van de RVA met 7,1% zijn gedaald.

De in- en uitstromen gebeuren volgens een eigen termijnplanning, wat kasposities (mismatching) genereert.

Het thesauriebeheer bestaat erin om:

  • te anticiperen op dit thesaurieprofiel,
  • het best mogelijke rendement van de thesaurieoverschotten te behalen, en
  • de tekorten tegen de laagste kost te financieren.

Sinds het jaar 2009, dat afsloot met een resultaat op kasbasis van -2,37 miljard euro, is de situatie gestabiliseerd.

We sloten 2009 af met een kaskrediet van -1,04 miljard, tegenover -1,22 miljard eind 2018. Het thesaurieresultaat daarentegen is duidelijk gunstig in 2019 met +1,55 miljard, waardoor we het jaar in het groen kunnen afsluiten met +334 miljoen euro.

Een nadelige mismatch leidt tot een negatief kassaldo gedurende het hele jaar. Ondanks een herstel helemaal aan het einde van het boekjaar, werden we in 2019 geconfronteerd met een gemiddeld dagelijks saldo van -2,14 miljard.

Voor zijn financiering beschikt het RSZ-Globaal Beheer over:

  • een kredietlijn van 1,7 miljard euro bij de schatkist,
  • een programma van thesauriebewijzen ten belope van 615 miljoen euro, en
  • de mogelijkheid om gewaarborgde leningen (repo’s) vanuit zijn beide reservefondsen te krijgen (voor een bedrag van meerdere miljarden euro).
>

In thesaurietermen boekte het Globaal Beheer een resultaat van +1.613 miljoen over het jaar 2019, of +1.551 miljoen wanneer we rekening houden met de jaarlijkse terugbetaling van een lening aangegaan bij de schatkist. Het verschil ten opzichte van 2018 is met 4,71 miljard euro kleiner geworden, en komt zo in de buurt van de cijfers van 2016 en 2017.

In de huidige specifieke financiële omstandigheden heeft dit negatieve kasprofiel voor 6,8 miljoen euro intresten gegenereerd, dankzij de gemiddelde financieringsrentevoet van -0,31%.

Thesaurierealisaties

Thesaurierealisaties jaar 2019 - Ontvangsten (in miljoenen euro)
  J F M A M J J A S O N D TOTAAL
Sociale bijdragen RSZ 2.788 5.875 3.374 3.300 5.440 3.397 3.314 5.128 3.259 3.303 5.855 4.836 49.869
Overgedragen bijdragen 0 0 0 0 0 137 126 25 10 1 0 0 299
Staat - alternatieve financiering 793 799 827 1.431 813 1.420 1.738 569 914 1.360 748 2.044 13.456
Staat - toelagen 292 292 292 292 292 292 331 332 332 1.049 688 690 5.174
Staat - tussenkomst vermindering doelgroepen 115 115 115 116 116 123 116 116 116 116 159 160 1.483
Diverse 54 67 257 64 65 69 41 34 36 34 35 38 794
Totaal 4.042 7.148 4.865 5.203 6.726 5.438 5.666 6.204 4.667 5.863 7.485 7.768 71.075
Thesaurierealisaties jaar 2019 - Ontvangsten (gecumuleerde percentages)
  J F M A M J J A S O N D
Sociale bijdragen 5,6% 17,3% 24,0% 30,6% 41,4% 48,5% 55,3% 65,6% 72,1% 78,7% 90,4% 100%
Ontvangsten afkomstig van de staat 6,0% 12,0% 18,1% 27,2% 33,3% 42,4% 53,3% 58,4% 65,1% 77,7% 85,6% 100%
Totale ontvangsten 5,7% 15,7% 22,6% 29,9% 39,4% 47,0% 55,0% 63,7% 70,3% 78,5% 89,1% 100%
Thesaurierealisaties jaar 2019 - Uitgaven (in miljoenen euro)
  J F M A M J J A S O N D TOTAAL
FDP -2.102 -2.166 -2.191 -2.230 -3.441 -2.279 -2.214 -2.215 -2.233 -2.250 -2.247 -2.405 -27.973
RIZIV -2.776 -2.604 -2.527 -2.914 -2.773 -2.685 -3.037 -2.663 -2.645 -2.997 -2.710 -2.402 -32.733
RVA -529 -570 -573 -607 -506 -498 -527 -542 -570 -521 -520 -555 -6.518
Andere (Fedris, Zeelieden, Mijnwerkers) -41 -35 -39 -37 -35 -41 -36 -33 -40 -38 -115 -58 -548
Speciale toewijzingen -229 -61 -82 -270 -58 -221 -228 -55 -116 -228 -58 -160 -1.766
Totaal -5.677 -5.436 -5.412 -6.058 -6.702 -5.724 -5.710 -5.508 -5.604 -6.034 -5.720 -5.580 -69.165
Thesaurierealisaties jaar 2019 - Uitgaven (gecumuleerde percentages)
  J F M A M J J A S O N D
FPD 7,5% 15,3% 23,1% 31,1% 43,4% 51,5% 59,4% 67,3% 75,3% 83,4% 91,4% 100%
RIZIV 8,5% 16,4% 24,2% 33,1% 41,5% 49,7% 59,0% 67,1% 75,2% 84,4% 92,7% 100%
RVA 8,1% 16,9% 25,7% 35,0% 42,7% 50,4% 58,4% 66,8% 75,5% 83,5% 91,5% 100%
Andere (Fedris, Zeelieden, Mijnwerkers) 7,5% 13,9% 21,0% 27,7% 34,1% 41,6% 48,2% 54,2% 61,5% 68,4% 89,4% 100%
Speciale toewijzingen 13,0% 16,4% 21,1% 36,4% 39,6% 52,2% 65,1% 68,2% 74,7% 87,7% 90,9% 100%
Totaal 8,2% 16,1% 23,9% 32,7% 42,3% 50,6% 58,9% 66,8% 74,9% 83,7% 91,9% 100%
Thesaurierealisaties jaar 2019 - Ontvangsten min uitgaven (in miljoenen euro)
  J F M A M J J A S O N D
Ontvangsten min uitgaven -1.635 1.712 -547 -854 -86 -286 -375 697 -937 -170 1.837 2.195
Gecumuleerd -1.635 77 -470 -1.324 -1.410 -1.696 -2.071 -1.374 -2.311 -2.481 -644 1.551

Portefeuillebeheer

In de sociale zekerheid van werknemers bestaan er twee fondsen.

  • Het Reservefonds is aangelegd tussen 1995 en 2001, enerzijds met de reserves van sommige takken en anderzijds met de begrotingsoverschotten van 1999-2000.
  • Het Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging is aangelegd tussen 2008 en 2010 dankzij een groei van de uitgaven voor de gezondheidszorg die lager lag dan de wettelijke norm. Een deel van de niet-bestede bedragen werden in het fonds gestort.

Deze fondsen worden beheerd volgens de principes van de Wet van 21 december 2013 houdende diverse fiscale en financiële maatregelen, dat het koninklijk besluit van 15 juli 1997 houdende maatregelen tot consolidatie van de financiële activa van de overheid opheft. Ze bestaan dus hoofdzakelijk uit instrumenten van de Belgische overheidsschuld: de OLO’s (Obligation Linéaire-Lineaire Obligatie). De OLO’s betalen elk jaar interesten uit in de vorm van coupons.

Het rendement van de portefeuilles is van twee bijdragen afhankelijk:

  • het ‘inkomsteneffect’, dat afkomstig is van de ontvangen coupons en van waardevermeerderingen of -verminderingen die volgen uit de verkoop van OLO’s;
  • het ‘kapitaaleffect’ of ‘markteffect’. De OLO’s worden op de financiële markten genoteerd en zijn onderworpen aan de wet van vraag en aanbod. Het kapitaaleffect is dus een zeer volatiele bijdrage: zij kan heel positief maar ook negatief uitvallen.

Het Reservefonds

Het Reservefonds van het Globaal Beheer van werknemers is in 1999 aangelegd met de overdracht van de reserves van verschillende openbare instellingen van sociale zekerheid, vooral van de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP). In 2000 en 2001 is het gespijsd met de thesaurieoverschotten die waren ontstaan door de zeer gunstige economische context. Dit fonds wordt beheerd door vier private financiële instellingen die met het RSZ-Globaal Beheer een contract van discretionair beheer hebben.

Op basis van de Wet van 18 april 2017 (artikel 23 § 2) zijn er beleggingsopbrengsten uit het fonds opgenomen. Deze beleggingsopbrengsten werden toegewezen aan het Globaal Beheer van de werknemers.

De volgende tabel toont de evolutie van het Reservefonds.

Reservefonds RSZ Globaal Beheer
Datum Investeringen (€) Gecumuleerde investeringen (€) Inventariswaarde (€)
18/06/1999 610.937.841,1    
31/12/1999   610.937.841,1 594.341.665,2
31/12/2000 1.412.993.091 2.023.930.932 2.081.106.764
31/12/2001 495.787.049,6 2.519.717.982 2.725.087.974
31/12/2002     2.999.313.966
31/12/2003     3.124.456.454
31/12/2004     3.349.919.979
31/12/2005     3.515.674.217
31/12/2006     3.513.239.405
31/12/2007     3.561.773.674
31/12/2008     3.899.351.234
31/12/2009     4.095.634.271
31/12/2010     4.176.565.020
31/12/2011     4.360.793.038
31/12/2012     5.060.993.150
31/12/2013 5.039.683.294
31/12/2014 5.703.621.210
31/12/2015 5.729.700.833
31/12/2016 6.000.673.902
31/12/2017 6.000.232.760
31/12/2018 -155.484.743 2.364.233.239 5.830.063.535
31/12/2019 -141.519.707,7 2.222.713.531 6.139.774.390

Het rendement van de laatste vijf jaren wordt in de volgende tabel gegeven:

Jaar Rendement (%)
2015 0,46
2016 4,73
2017 -0,01
2018 -0,24
2019 7,84

In het jaar 2019 namen we een sterke daling van de marktrentes waar. De rente op de 10-jarige OLO dook in 2019 voor het eerst in de geschiedenis onder de 0%. Ondanks een onttrekking van 141,52 miljoen euro (beleggingsopbrengsten) steeg de marktwaarde van de portefeuille tot 6.139,77 miljoen euro ten opzichte van 5.830,06 miljoen euro een jaar eerder.

De ontvangen intresten bedroegen 144,53 miljoen euro in 2019.

Sinds de oprichting op 18 juni 1999 bedraagt het gemiddelde jaarlijkse rendement van de portefeuille 4,81%.

Het Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging

Het Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging is opgericht door de programmawet van 27 december 2006. Het is voor 90% eigendom van het RSZ-Globaal Beheer en voor 10% van het RIZIV-Globaal Beheer. Het fonds wordt vooral gespijsd met de bedragen die er binnen de begrotingsdoelstelling voor geneeskundige verzorging aan worden toegekend. De inbreng bedroeg ongeveer 300 miljoen euro per jaar van 2007 tot 2010. In 2010 werden de schijven van 2009 en 2010 geboekt.

Ook deze portefeuille bestaat exclusief uit staatspapier. Deze portefeuille werd niet toevertrouwd aan privébeheerders. Het fonds wordt indicieel beheerd.

De opbrengsten van dit fonds (intresten en gerealiseerde meerwaarden) werden in 2010 en 2011 naar het RSZ-Globaal Beheer (90%) en het Globaal Beheer van de zelfstandigen (10%) overgedragen. Deze afname is in overeenstemming met artikelen 76 en 77 van de programmawet van 23/12/2009 betreffende de overdrachten voor de jaren 2010 en 2011 van de interesten die het fonds genereert.

Als gevolg van de toepassing van de Wet van 18 april 2017 (artikel 23 § 2) werd in 2019 de beleggingsopbrengst met betrekking tot 2018 uit het fonds opgenomen. Deze beleggingsopbrengsten werden voor 90% toegewezen aan het Globaal Beheer der werknemers en 10% aan het Globaal beheer der zelfstandigen. De totaliteit van deze uitkering bedroeg 41,91 miljoen euro.

De volgende tabel toont de evolutie van het Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging.

Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging (totaal)
  Investeringen (€) Gecumuleerde investeringen (€) Inventariswaarde (€)
01/01/2008 309.000.000    
31/12/2008 278.297.000 587.297.000 600.608.336,4
31/12/2009 27.981.900 615.278.900 672.438.819,2
31/12/2010 599.552.001,4 1.214.830.901 1.290.368.781
31/12/2011 -24.979.616,06 1.189.851.285 1.321.572.677
31/12/2012 -33.678.236,52 1.156.173.049 1.464.160.587
31/12/2013 8.444.300,53 1.164.617.349 1.465.225.369
31/12/2014 3.523.722,98 1.168.141.072 1.627.889.315
31/12/2015 2.329.363,78 1.170.470.436 1.632.834.048
31/12/2016 1.091.179,14 1.171.561.615 1.707.515.918
31/12/2017 1.061.577,52 1.172.623.193 1.705.996.571
31/12/2018 0 1.172.623.193 1.703.582.420
31/12/2019 -41.912.152,86 1.130.711.040 1.778.083.601

Het jaarlijks rendement van de laatste vijf jaar wordt in de volgende tabel gegeven:

Jaar Rendement (%)
2015 0,16
2016 4,43
2017 -0,12
2018 -0,14
2019 6,92

Portefeuillebeheer Overzeese Sociale Zekerheid

De Overzeese Sociale Zekerheid (OSZ) beschikt over één portefeuille die wordt beheerd door twee private financiële instellingen. Zij hebben met de RSZ een contract van discretionair beheer.

De portefeuille werd aangelegd in december 2002 door de toenmalige Dienst Overzeese Sociale Zekerheid (DOSZ) met de opbrengst van de verkoop van het 4-Bras gebouw. Na de fusie van de Overzeese Sociale Zekerheid met de RSZ, werd de portefeuille op 1 januari 2017 in de RSZ geïntegreerd.

De fondsen worden beheerd volgens de principes van de Wet van 21 december 2013 houdende diverse fiscale en financiële maatregelen. Ze bestaan dus hoofdzakelijk uit instrumenten van de Belgische overheidsschuld: de OLO’s (Obligations Linéaires-Lineaire Obligaties).

Het rendement van de portefeuilles is afhankelijk van:

  • het ‘inkomsteneffect’, dat afkomstig is van de ontvangen coupons en van waardevermeerderingen of -verminderingen die volgen uit de verkoop van OLO’s;
  • het ‘kapitaaleffect’ of ‘markteffect’. De OLO’s worden op de financiële markten genoteerd en zijn onderworpen aan de wet van vraag en aanbod. Het is een volatiele bijdrage die het rendement zowel positief als negatief kan beïnvloeden.

Uit de portefeuille is nooit geld opgenomen; er is ook nooit geld bijgestort. De OLO’s betalen wel elk jaar intresten uit in de vorm van coupons. Deze intresten blijven in de portefeuille en worden door de beheerders opnieuw geïnvesteerd.

De volgende tabel toont de evolutie van de portefeuille van de OSZ. Op 31 december 2019 bedroeg het aandeel van de twee beheerders in deze portefeuille respectievelijk 25.231.725,48 euro (A) en 20.996.411,29 euro (B).

Evolutie portefeuille (A+B)
Datum Inventariswaarde (€)
31/12/2002 22.077.292,62
31/12/2003 22.981.296,09
31/12/2004 24.623.660,61
31/12/2005 25.760.291,35
31/12/2006 25.681.099,60
31/12/2007 26.075.471,12
31/12/2008 28.519.462,57
31/12/2009 29.791.749,93
31/12/2010 30.418.010,08
31/12/2011 31.771.383,93
31/12/2012 36.769.432,02
31/12/2013 36.560.596,32
31/12/2014 41.186.204,07
31/12/2015 41.286.535
31/12/2016 43.224.496,77
31/12/2017 43.164.226,10
31/12/2018 43.085.977,57
31/12/2019 46.228.136,77

Het rendement van de laatste vijf jaar voor beide beheerders wordt weergegeven in de volgende tabel:

Rendement % laatste 5 jaar
Jaar A B
2015 0,06% 0,47%
2016 5,56% 3,66%
2017 -0,27% 0,02%
2018 -0,14% -0,22%
2019 6,74% 7,94%

In het jaar 2019 namen we een sterke daling van de marktrentes waar. De rente op de 10-jarige OLO dook in 2019 voor het eerst in de geschiedenis onder de 0%. Deze daling van de marktrentes zorgde voor een waardestijging van de obligatieportefeuille. De markwaarde van de portefeuille steeg met 3.142.159,20 euro of 7,29% tot 46.228.136,77 euro.

In 2019 bedroegen de ontvangen intresten 992.734,25 euro.

Sinds de oprichting bedroeg het rendement van de portefeuille op jaarbasis respectievelijk 4,47% (A) en 4,46% (B).