Het systeem van de sociale Maribel bestaat al sinds 2002 om bijkomende tewerkstelling in de non-profitsector te bevorderen. Het systeem wordt gefinancierd met verminderingen die de RSZ inhoudt bij de betrokken werkgevers en die vervolgens worden doorgestort aan de socialemaribelfondsen. Het zijn deze fondsen die de subsidies uiteindelijk uitbetalen aan de werkgevers.

Voordat de subsidies toegekend worden, moeten de fondsen per werkgever controles uitvoeren op de evolutie van het arbeidsvolume en het aantal gevraagde toekenningen (subsidies). Om deze controles te kunnen uitvoeren, hebben de fondsen loon-en arbeidstijdsgegevens uit de DmfA en andere specifieke gegevens nodig.

Dubbel werk

De socialemaribelfondsen zijn op dit moment nog niet aangesloten op een DmfA-gegevensstroom. Ze kunnen daarom niet anders dan de gegevens die ze nodig hebben, rechtstreeks bij de werkgevers op te vragen. Vaak zijn het de sociale secretariaten die de uitwisseling tussen de RSZ en de fondsen op zich nemen, met papierwerk dat ze speciaal voor deze communicatie opstellen.

Dat gaat gepaard met extra administratieve belasting voor de werkgevers in de privésector. Zij moeten gelijkaardige informatie immers twee keer overmaken: één keer aan de RSZ en één keer aan de fondsen.

Alles in DmfA

Om deze administratieve belasting af te bouwen, voerde de RSZ in het vierde kwartaal 2018 een oplossing in. Dat gebeurde na een intensief voorbereidend overleg met de verschillende stakeholders. De betrokken werkgevers moeten nu een aantal extra gegevens aangeven in de DmfA. Die komen via de DmfA-gegevensstroom terecht bij de fondsen. Dat maakt het voor hen eenvoudiger om werknemers te identificeren die zijn tewerkgesteld via de sociale Maribel. Daarnaast moet deze oplossing het de fondsen ook mogelijk maken om de controle op het arbeidsvolume te harmoniseren en te automatiseren, zonder dat er nog extra (papieren) uitwisselingen via de werkgever (of sociale dienstverrichters) nodig zijn.