Risico’s opsporen en beheersen

Het antifraudebeleid van de RSZ is gericht op risicobeheersing. Signalen die aangeven dat de invordering moeilijk of onmogelijk zou kunnen worden, en tekenen van frauduleus onvolledige of onjuiste aangiften, zowel voor Belgische als buitenlandse werkkrachten, worden zo vroeg mogelijk gedetecteerd. Daarna zetten we de meest geschikte middelen in om de invordering mogelijk te maken.

Belangrijkste risico’s

De RSZ focust vooral op vier soorten risico’s:

  • het niet-betalen van sociale bijdragen: dit risico doet zich bijvoorbeeld voor wanneer ondernemingen op een georganiseerde manier sociale bijdragen ontduiken. Meestal zetten de organisatoren van de fraude complexe constructies op met onderaannemers die failliet gaan en geen bijdragen betalen. Het gebeurt dat dezelfde verantwoordelijken in opeenvolgende faillissementen hun bijdragen niet betalen.
  • onterecht verkregen uitkeringen: typisch voor dit risico is dat werknemers wel worden aangegeven, maar geen prestaties leveren. Zo kunnen ze voordelen krijgen, bijvoorbeeld uitkeringen, zonder dat ze de nodige arbeidsprestaties leveren en de bijdragen betalen die daarmee gepaard gaan.
  • grensoverschrijdende misbruiken: buitenlandse ondernemingen proberen werknemers of zelfstandigen in België aan de slag te krijgen zonder de arbeidsrechtelijke en sociale voorwaarden te respecteren. De bekendste uiting daarvan is sociale dumping.
  • economische en sociale uitbuiting van werknemers en mensenhandel: mensenhandel neemt twee vormen aan. Enerzijds is er de uitbuiting van arbeidskrachten die zich in een precaire toestand bevinden en in mensonwaardige omstandigheden tewerkgesteld worden. Anderzijds is er de uitbuiting van het werk van een werknemer. In dat geval stort de werkgever geen of slechts gedeeltelijke bijdragen als tegenprestatie aan de RSZ.

Detectie en analyse

Risicobeheersing bestaat er enerzijds in om risico’s in de eigen processen proactief op te sporen, zodat misbruik onmogelijk wordt. Anderzijds betekent het ook dat je risicovolle fenomenen opspoort, onderzoekt en in kaart brengt. De aanleiding daartoe kunnen vaststellingen op het terrein zijn, maatregelen die minder financiële opbrengsten genereren, of de vaststelling van grotere uitgaven voor de sociale zekerheid in bepaalde domeinen. We maken bij het opsporen en in kaart brengen ook in toenemende mate gebruik van doorgedreven analyses van gegevens uit databanken.

Welke analysemethode wordt gehanteerd, hangt af van de situatie. Bij datamatching worden verschillende gegevens uit meerdere datasets met elkaar vergeleken. Bij datamining worden er diepere analyses uitgevoerd en zoeken we bijvoorbeeld in de diepte naar patronen die afwijken van de normale of aanvaardbare situatie. Bij voorspellende analyses proberen we net op basis van historische data en gelijkaardige patronen nieuwe risico’s te voorspellen.

Vaak is het de bedoeling om het netwerk van bedrijven en verantwoordelijken bloot te leggen en te ontmantelen. Inspecties van de boekhouding en de financiële transacties, en ondervraging van het personeel en de echte of vermeende verantwoordelijken, helpen om de problemen in kaart te brengen. Een goede samenwerking met de gerechtelijke instanties, met andere instellingen van de sociale zekerheid (RVA, RSVZ enz.) en met andere externe instellingen (bijvoorbeeld de fiscale administratie, het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen, de regionale inspectiediensten...) is daarbij onontbeerlijk.

Alle diensten van de RSZ samen hebben ook een RSZ-profiel ontwikkeld van alle geïdentificeerde werkgevers. Op basis van dezelfde feitelijkheden en indicatoren wordt zo van elke werkgever eenzelfde analyse gemaakt. Dat leidt tot een consistent en uniform beeld dat onderlinge benchmarking mogelijk maakt. De medewerkers die inzage hebben in dit profiel krijgen op die manier al snel zicht op het aangiftegedrag en op het betaalgedrag alsook op de financiële situatie van een werkgever.

Bestrijding en invordering

De RSZ beschikt over een arsenaal aan middelen om risico’s op een moeilijke invordering te voorkomen en alsnog tot invordering van de verschuldigde bedragen over te gaan:

  • Sneller een uitvoerbare titel verkrijgen via een dwangbevel. Dit maakt beslagen (roerend en onroerend) mogelijk op heel korte termijn en eventueel wordt er in faling gedagvaard;
  • derdenbeslagen uitvoeren op financiële rekeningen en tegoeden;
  • de feitelijke verantwoordelijke hoofdelijk aansprakelijk stellen voor de opgebouwde RSZ-schulden (op basis van het Wetboek van vennootschappen);
  • correctionele procedures opstarten. Bij onterecht verkregen uitkeringen treden we vaak samen op met de getroffen instellingen van de sociale zekerheid.

Risicobeheersing in 2018

Nieuwe interne structuur

De risicogeoriënteerde aanpak van de RSZ veronderstelt een voortdurende uitwisseling van informatie tussen de interne diensten. Daarom werd vanaf 2015 alle kennis en expertise van inspecteurs, analisten, juristen, dossierbeheerders en data-scientists ondergebracht in één enkele Directie Risicobeheer. Bij de integratie van de Sociale Inspectie bij de RSZ in 2017 werden ook de data-scientists en analisten van de vroegere Sociale Inspectie in deze directie geïntegreerd. Hun analyses, methodes, tools en kennis zijn samengebracht in een zogenaamde detectiecel en blijven er behouden. Die bundeling van de krachten maakt het mogelijk om risico’s sneller en vollediger in kaart te brengen en te bestrijden.

Gedetecteerde risicogevallen

In 2018 detecteerden en analyseerden we 206 complexe gevallen van niet-betaalde bijdragen en onterecht verkregen uitkeringen. Dat gaf aanleiding tot de behandeling van 168 nieuwe dossiers met een ernstige problematiek, die met de gepaste strenge procedures werden behandeld. Zo’n dossier kan betrekking hebben op een complex geheel van meerdere werkgevers en ondernemingen opgericht met de bedoeling om fraude te plegen.

Eind 2018 waren in totaal sinds de eerste vaststellingen 1.520 fictieve werkgevers geschrapt, waarvan 132 in 2018, op basis van 493 fictieve DmfA-aangiften. In de loop van 2018 werden 527 werknemers geschrapt of geannuleerd bij hun fictieve werkgever. Voor 155 van hen gebeurde een overboeking naar hun feitelijke werkgever (de uiteindelijke gebruiker).

Gekozen procedures

In 2018 werd in 702 gevallen met een verhoogd invorderingsrisico gekozen voor een dwangbevel om onmiddellijk een uitvoerbare titel te krijgen. Daarmee konden we dan binnen de 24 uur overgaan tot uitvoering van de invorderingen verbonden aan deze titel.

In 2018 werden er 1.235 bewarende en uitvoerende beslagen gelegd bij werkgevers, en derdenbeslagen bij klanten, banken, op roerende en onroerende goederen, om de betaling van de openstaande RSZ-bijdragen te verkrijgen.

In 31 gevallen werd in 2018 een uitzonderlijke burgerlijke of strafrechtelijke procedure gevoerd tegen de feitelijke verantwoordelijken van malafide ondernemingen. Zulke procedures zijn een middel om de beperkte aansprakelijkheid te doorbreken die de verantwoordelijken ontlenen aan de vennootschapsvormen die ze gebruiken. De procedures helpen om de niet-betaalde RSZ-bijdragen te recupereren op het persoonlijke vermogen van de verantwoordelijken.

Werken in onroerende staat

In de sectoren waar werken in onroerende staat uitgevoerd worden, zijn in het verleden vaak koppelbazen actief geweest die de sociale en fiscale wetgeving ontduiken. Om zulke vormen van ontduiking in deze sectoren te voorkomen, hebben we diverse maatregelen in het leven geroepen.

In 2018 werden 48 ingebrekestellingen verstuurd naar aannemers die niet in orde waren met de inhoudingsplicht. In datzelfde jaar vertrokken 618 ingebrekestellingen naar aannemers die in gebreke waren gebleven met de meldingsplicht van werken.

In de sectoren die onder het toepassingsgebied van artikel 30ter vallen (vleesverwerking en bewaking) verstuurden we 20 ingebrekestellingen naar verantwoordelijke ondernemingen die in gebreke waren gebleven met de meldingsplicht van werken.

Sociale dumping

Sociale dumping slaat op de praktijken van buitenlandse ondernemingen die de wetgeving rond de detachering van werknemers of zelfstandigen schenden. Deze ondernemingen zetten constructies op om geen of slechts gedeeltelijk sociale bijdragen te betalen. Zo dringen zij ondernemingen en werkgevers die te goeder trouw handelen, van de markt.

De strijd tegen sociale dumping is één van de speerpunten van het antifraudebeleid van de jongste federale regeringen. In het actieplan is een centrale rol weggelegd voor de RSZ, ook in 2018.

Allereerst pleegden we overleg met de verschillende bevoegde inspectiediensten om het fenomeen zo goed mogelijk in kaart te brengen, de gegevens adequaat te analyseren en mogelijke scenario’s voor onderzoek uit te tekenen. Regelmatig was er overleg met de inspecteurs van de verschillende socialezekerheidsinstellingen om nieuwe fenomenen en concrete transversale dossiers te onderzoeken.

Daarnaast levert de RSZ maandelijks een lijst van adressen van werven of werkplaatsen die per gerechtelijk arrondissement bezocht kunnen worden. Van deze ‘targets’ konden alle inspectiediensten gebruikmaken om hun acties beter te sturen. Uit de resultaten blijkt dat bij een vrij hoog percentage (meer dan 80%) van de geselecteerde en bezochte werkplaatsen, inbreuken en of ernstige vermoedens van sociale-dumpingpraktijken konden worden vastgesteld. De samenwerking met de inspecteurs op het terrein en het nuttige gebruik van hun terreinkennis hebben de succesratio alleen maar verhoogd.

Netwerkanalyses hebben ertoe bijgedragen dat netwerken gemakkelijker in kaart konden worden gebracht. Eind 2015 werd binnen wat toen het ‘Strategisch comité voor sociale dumping’ (bestaande uit gespecialiseerde inspecteurs van diverse diensten en uit referentiemagistraten bij Justitie) heette, beslist om deze netwerkanalyses verder uit te bouwen. Vanaf 2017 werden meerdere testgevallen in samenwerking met de referentiemagistraten onderzocht, geanalyseerd en ook aan hen opgeleverd.

We combineerden de positieve resultaten met de kennis die we opgebouwd hebben, zowel op het vlak van netwerkanalyses als rond het bepalen van risicovolle werkplaatsen en ondernemingen. Dat heeft geleid tot de ontwikkeling van vier nieuwe modellen in samenwerking met de inspectiediensten van Toezicht op de Sociale Wetten, de Rijksdienst voor Sociale Verzekering van Zelfstandigen (RSVZ) en de arbeidsauditoraten.

Controles op het terrein uitvoeren

Controle op fraude

Naast hun ondersteunende opdrachten hebben de sociaal inspecteurs in de loop van 2018 ook fraudegeoriënteerde onderzoeken uitgevoerd. De integratie van de Sociale Inspectie bij de RSZ op 1 juli 2017 heeft ertoe geleid dat het aandeel van de fraudebestrijdingsactiviteiten gevoelig toenam.

De fraudegeoriënteerde controles gebeurden op basis van:

  • eigen initiatief,
  • klachten,
  • signalen verkregen via datamatching en datamining, of
  • deelnames aan de systematische controleacties op vraag van de SIOD (Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst) in de diverse gerechtelijke arrondissementen.

Sinds de integratie van de Sociale Inspectie bij de RSZ-inspectie werkten we een nieuwe organisatiestructuur uit. Het werd een matrixstructuur met tien provinciale en zes thematische directies. Met deze matrix kan de RSZ bepaalde fraudefenomenen veel gerichter onderzoeken en de juiste inspecteurs-experten inzetten in de provincies of op complexere dossiers. De structuur van de inspectiedienst in provinciale kantoren versterkt de terreinkennis. Bij gerichte onderzoeken bij werkgevers van wie we vermoeden dat ze sociale fraude plegen, komen we vaker tot positieve resultaten.

Onze acties concentreerden zich vooral op de bouw- en de horecasector, maar ook andere sectoren zoals de kleinhandel, het vervoer, de schoonmaak- en de uitzendsector kwamen aan bod.

Sinds 2017 behoort zo ook de thematische aanpak van de strijd tegen economische en sociale uitbuiting (mensenhandel) tot de kerntaken van de inspectiediensten bij de RSZ. Onze prioriteiten op dat vlak zijn de opsporing van illegale arbeid door buitenlandse arbeidskrachten en de bestrijding van criminele vormen van economische uitbuiting door gevallen van mensenhandel op te sporen. Mensenhandel is een misdrijf omschreven in artikel 433quinquies e.v. van het Strafwetboek.

We besteden bijzondere aandacht aan risicosectoren zoals handcarwashes, verwerking van tweedehandskledij en nachtwinkels. Maar ook massagesalons, bars, exotische horecazaken en huishoudelijke arbeid (met au pairs, onderhouds- en verzorgingspersoneel) blijven in deze context vaak gecontroleerde sectoren. Voor de selectie van hun targets deden de gespecialiseerde teams mensenhandel een beroep op de detectiecel.

De aanpak van mensenhandel onder de vorm van economische uitbuiting verloopt multidisciplinair. Deze onderzoeken gebeuren meestal in samenwerking met justitie, politie en andere diensten. Deze thematische directie nam in 2018 initiatieven om alle inspecteurs van de RSZ te sensibiliseren voor de problematiek van economische uitbuiting. Zo gaf ze hen een basisvorming. Ook de inspecteurs van de Brusselse Sociale Inspectie en van de Wooninspectie werden bij deze opleiding betrokken.

In de provincies hebben de inspectiediensten dus een dubbel takenpakket. Enerzijds zijn er inspecteurs die zich focussen op de basisopdrachten: zwartwerk, inbreuken op de koppelbaaswetgeving, fictieve aangiften enzovoort. Anderzijds zijn er teams actief die specifieke fraudefenomenen binnen het domein van de sociale fraudebestrijding opsporen en bestrijden. Het gaat dan over vormen van sociale dumping, economische en sociale uitbuiting, georganiseerde fraudenetwerken en de zogenaamde social engineering.

Resultaten

In totaal voerden we 21.754 onderzoeken uit. Op basis van deze onderzoeken werd 105.900.000 euro ter regularisatie aan bijkomende bijdragen voorgesteld. De onderzoeken van de inspectiediensten in het kader van de hoofdelijke aansprakelijkheid hebben in 2018 ook geleid tot een storting van 40.500.000 euro aan inhoudingen op basis van de inhoudingsplicht.

Er werden 1.556 inbreuken rond zwartwerk en 359 inbreuken op het vlak van tewerkstelling van buitenlandse werknemers vastgesteld. Die gaven aanleiding tot het opstellen van pro justitia’s.

De verplichte werkmelding controleren

Bij werkzaamheden op werven gaan we vaak ter plaatse om een controle uit te voeren. Die controles passen in de strijd tegen koppelbazen bij onderaanneming en het toezicht op de verplichte voorafgaandelijke aangifte van werkzaamheden (al dan niet met onderaannemers).

Resultaten

In 2018 zijn er in totaal 749 onderzoeken uitgevoerd op het correct aangeven van de werkzaamheden op werven. Hierbij waren 545 werkgevers betrokken.

2013 2014 2015 2016 2017 2018
Aantal verrichte controles 1 825 2 154 1 008 859 680 749
Aantal werven dat niet voldeed aan de aangifteplicht 617 814 665 566 378 545

Samenwerken met externe organisaties

In de strijd tegen sociale fraude wordt er nauw samengewerkt met diverse externe inspectiediensten en andere organisaties.

In 2018 heeft de dienst Inspectie van de RSZ 8.203 dossiers behandeld in het kader van samenwerkingsverdragen met andere inspectiediensten. Dat komt overeen met 15,33% van onze activiteiten.

SIOD

Een van onze belangrijkste partners is de SIOD (Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst). De SIOD voert zelf geen onderzoek op het terrein uit, maar is een coördinerend orgaan dat de federale diensten voor sociale inspectie ondersteunt in hun strijd tegen zwartwerk en sociale fraude. De SIOD staat onder de directe bevoegdheid van de Staatssecretaris voor Fraudebestrijding.

Elk jaar stelt de staatssecretaris een actieplan voor de strijd tegen de sociale fraude op. De SIOD, waarin de inspectiediensten van de RSZ vertegenwoordigd zijn, draagt daaraan actief bij.

Het actieplan sociale fraudebestrijding beschrijft de precieze doelstellingen in termen van het aantal controles, de sectoren die bezocht moeten worden en de verwachte resultaten. De inspectiediensten van de RSZ sluiten zich aan bij deze doelstellingen en nemen actief deel aan de voorbereiding en de uitwerking ervan.

De deelname van de RSZ-inspectiediensten aan onderzoeken in SIOD-verband vertegenwoordigde in 2018 ongeveer 15,5% onze opdrachten.

Samenwerking met justitie, politie en sociale inspectiediensten

Sinds het samenwerkingsprotocol dat eind 2017 werd afgesloten tussen justitie, politie en sociale inspectiediensten, kreeg de SIOD in vergelijking met vroeger eerder een strategische rol. Op het operationele niveau werd in 2018 nog verder vorm gegeven aan de 2 nieuwe overlegplatformen die intussen in het leven werden geroepen:

  • het Overlegplatform Sociale Inspectiediensten, dat in 2018 werd voorgezeten door de Directeur-generaal van de Inspectiediensten van de RSZ, en
  • het Overlegplatform Justitie voor de georganiseerde sociale fraude, onder voorzitterschap van de federale procureur en de procureur-generaal bevoegd voor sociaalrechtelijke misdrijven.

De RSZ heeft in de loop van 2018 actief bijgedragen tot het uitwerken van een methodologie om provincie-overschrijdende en multidisciplinaire fraudegevallen beter te kunnen aanpakken. In dat verband heeft de RSZ ook een voortrekkersrol vervuld bij de ontwikkeling van een beveiligd en gebruiksvriendelijk digitaal platform waarmee inspecteurs van de diverse diensten met elkaar konden communiceren. Hierdoor werd het mogelijk om vanuit alle hoeken van het land en vanuit verschillende disciplines met elkaar van gedachten te wisselen over nieuwe of bestaande fraudegevallen, en om de aanpak ervan efficiënter te coördineren.

Samenwerking met de fiscus

Sinds 1 januari 2010 bestaat er een samenwerkingsakkoord tussen de diverse sociale inspectiediensten, de SIOD en de FOD Financiën om de uitwisseling en het gebruik van fiscale en sociale gegevens te verbeteren. Er is nog steeds een regelmatige uitwisseling van informatie rond punctuele dossiers, na controles uitgevoerd door één van beide partijen.

Trimestrieel komen de topmanagers van de RSZ en de FOD Financiën samen en monitoren ze de resultaten van de uitwisseling tussen beide instanties. Ook in de loop van 2018 was dit het geval, en werden er nog nieuwe synergiën besproken en opgestart.

Via andere samenwerkingsovereenkomsten staan we ook in contact met andere federale instanties en worden er onderlinge gegevens en ervaringen uitgewisseld.

Partnershipovereenkomsten en PEC-plannen (Plannen voor Eerlijke Concurrentie)

De inspectiediensten van de RSZ bleven in de loop van 2018 tegemoetkomen aan de afspraken die de voorbije jaren gemaakt werden in het kader van de Plannen voor Eerlijke Concurrentie. Ze werkten ook mee aan partnershipovereenkomsten met meerdere bedrijfssectoren, waaronder:

  • de bouwsector,
  • de sector van de elektrotechnische werken,
  • de groene sectoren,
  • de sector van garages en koetswerk,
  • de sector van de carwashes,
  • de metaalsector, en
  • de sector van de begrafenisonedernemingen.

Het uitgangspunt hierbij was nog steeds om sectorspecifieke ervaringen uit te wisselen. Die moeten helpen om de onderzoeksmethodes te verbeteren en om onderzoeken bij de ondernemingen in kwestie bij te sturen waar nodig.

Met partners van de sectoren waarmee de overeenkomsten werden afgesloten en collega's van de andere inspectiediensten werd de uitvoering van de afgesproken acties ook nog steeds besproken en geëvalueerd.

Samenwerkingsprotocol met de RSVZ

Op 6 oktober 2018 sloten de RSZ en de diensten van het RSVZ een samenwerkingsakkoord af in het kader van de strijd tegen schijnstatuten als zelfstandige en als werknemer. De gemeenschappelijke doelstelling was om de eerlijke concurrentie te vrijwaren door het onrechtmatig gebruik van deze schijnstatuten aan te pakken. Ook hier hebben de inspectiediensten van de RSZ zowel strategisch als operationeel een actieve bijdrage geleverd.

Sociale flitscontroles

In samenwerking met de SIOD hebben de inspectiediensten van de RSZ ‘sociale flitscontroles’ voorbereid en mogelijke controledoelen aangereikt. Deze flitscontroles hadden vooral een preventief karakter. In 2018 waren ze voorzien in een aantal sectoren die deel uitmaakten van het actieplan voor fraudebestrijding, zoals de horeca, de schoonmaak, de taxi- en verhuissector enz. De RSZ-inspecteurs hebben aan deze controles hun volle medewerking verleend.

Staatshervorming en samenwerking met de regionale inspectiediensten

Als gevolg van de 6de staatshervorming werden een aantal bevoegdheden herschikt. De geregionaliseerde inbreuken werden opgelijst, en het overzicht van wie er bevoegd is voor welke materie werd verder verfijnd.

De RSZ inspectiediensten hebben op regelmatige basis met de regionale collega’s overlegd over de controles op het specifieke doelgroepenbeleid, waarvoor de regionale overheden nu bevoegd zijn. Medewerkers van de verschillende diensten werden tijdens deze bijeenkomsten op de hoogte gebracht van de recentste evoluties in de maatregelen op regionaal niveau. In 2017 maakten we een gezamenlijke fenomeenanalyse. Elke regionale inspectiedienst leverde ook een lijst met werkgevers die een verhoogd risico vertoonden op misbruik van doelgroepverminderingen. In 2018 waren we klaar om een eerste reeks vaststellingen van inspecteurs op het terrein samen te bespreken. Dat deden we om toekomstige selecties en mogelijke onderzoeksmethodes verder te verfijnen.

Uitwisseling van informatie

Voor een performantere uitwisseling van gegevens en een betere beheersing van het invorderingsrisico waren er ook in 2018 nog overlegvergaderingen met collega’s van de fiscus – Bijzondere Belastingsinspectie (BBI), Fiscale Administratie… – en van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ). Tijdens deze vergaderingen werd besproken welk soort informatie er voor alle partijen van belang kan zijn, binnen welk kader en via welke kanalen. Deze uitwisseling moet de betrokken diensten toelaten om elk binnen hun domein het invorderingsrisico, het aangifterisico en het risico op grensoverschrijdend misbruik zoveel mogelijk te beperken. Zo was er concrete uitwisseling over:

  • uitgevoerde sociale of fiscale regularisaties,
  • buitenlandse werknemers die al gedurende een langere periode werkzaam zijn op het Belgisch grondgebied,
  • ondernemingen met een risico op insolvabiliteit,
  • netwerken van ondernemingen,
  • aangegeven werken,
  • Checkinatwork (C@W), en
  • unieke identificatiegegevens van buitenlandse ondernemingen.

Samenwerking in internationaal verband

Binnen het kader van de Beneluxwerking hebben we de grensoverschrijdende samenwerking verdergezet. De RSZ werkte samen met de Nederlandse en Luxemburgse inspectiediensten en overheden in twee werkgroepen:

  • de werkgroep frauduleuze uitzendkantoren, waarvoor we onze kennis en expertise op het gebied van grensoverschrijdende fraude ter beschikking stellen en concrete doellocaties aanleveren, en
  • de werkgroep misbruik van werkloosheid, waarvoor we samen met de RVA informatie verrijken met DmfA-gegevens. Die konden we vervolgens ‘matchen’ met informatie van de bevoegde instellingen in Nederland.

Bovendien hebben we voor het eerst gezamenlijke en simultane controleacties voorbereid en uitgevoerd met de Nederlandse inspectiediensten.

Ook met Frankrijk, meer bepaald met de ACOSS en met de URSSAF, vonden er in 2018 nog nieuwe bilaterale ontmoetingen plaats, zowel in Brussel als in Parijs. Daar lichtten beide partijen best practices toe voor de aanpak van socialefraudebestrijding. Ook de informatie-uitwisseling rond een aantal punctuele dossiers werd verdergezet, met de bedoeling om in de toekomst naar een meer structurele werkwijze te kunnen evolueren.

In de loop van 2018 nam de RSZ ook deel aan vergaderingen en workshops georganiseerd door het zogenaamde Undeclared Work Platform. Dit platform maakt deel uit van de DG Werkgelegenheid van de Europese Commissie. Het heeft als doel om tussen de inspectiediensten van de Europese lidstaten onderling informatie uit te wisselen over best practices bij fraudebestrijding en over de optimalisering van werkmethodes. Dit gebeurt met infovergaderingen en de organisatie van thematische workshops.

Zo nam de RSZ in juni 2018 in Madrid deel aan een workshop over risicobeheer en de mogelijkheden om daarbij beroep te doen op datamining. In september organiseerde de RSZ rond hetzelfde thema een opvolgingsvergadering waaraan meerdere lidstaten deelnamen. Onze inspecteurs gaven er hun Belgische positieve ervaringen mee aan de collega’s van inspectiediensten uit de andere lidstaten.

Eerder op de maand ontvingen we in het kader van de zogenaamde staff exchanges van de Europese Commissie een Griekse delegatie. De RSZ lichtte aan zijn Griekse collega’s zijn werkwijzen en goede ervaringen toe, en vice versa.

Wat later volgde in Brussel ook nog een bilaterale vergadering tussen de Poolse ZUS (Poolse instelling voor sociale zekerheid), de RSZ en de RSVZ. Die diende ter voorbereiding van een bilaterale samenwerkingsovereenkomst.

Joint Action Days ‘labour exploitation’

Een nieuwe prioriteit binnen de missie van de RSZ-inspectiedienst is het ‘willen excelleren in de strijd tegen de economische uitbuiting’. Daarom namen we in 2018 het voortouw bij de organisatie van Joint Action Days ‘labour exploitation’ (14-20 mei 2018). Dit Europese initiatief krijgt de steun van Europol: politie en sociale inspectiediensten in de verschillende EU-lidstatenvoeren controles uit in risicosectoren. Deze controles zijn gericht op het opsporen van economische uitbuiting.

De verschillende federale en gewestelijke inspectiediensten en de politie detecteerden indicaties van economische uitbuiting in 19 van de 149 gecontroleerde werkplaatsen. Er werden 9 potentiële slachtoffers van mensenhandel geïdentificeerd.

De actie had een belangrijk internationaal karakter. De Belgische inspectiediensten werkten goed samen met de handhavingsdiensten in de andere betrokken landen en wisselden vlot informatie uit via het Siena-communicatieplatform (Europol).

De Belgische en Nederlandse inspectiediensten werkten nauw samen tijdens drie grenscontroles. Daarbij besteedden ze voornamelijk aandacht aan werknemers van Nederlandse uitzendkantoren die aan dumpingprijzen werken bij Belgische bouwbedrijven. De inspecteurs gingen ook na of de werknemers die in België aan de slag waren, geen uitkering genoten in Nederland.

Dat de RSZ-inspectie in dit domein ook internationaal een referentie is, blijkt uit de talrijke bezoeken die buitenlandse delegaties aan onze dienst brachten. Zij wilde vooral kennismaken met de specifieke rol van onze gespecialiseerde inspecteurs in de multidisciplinaire aanpak van de mensenhandel, en van economische uitbuiting in het bijzonder. Zo onthaalden we in 2018 delegaties uit Servië, Bosnië-Herzegovina, Egypte en Jordanië. Vertegenwoordigers van de thematische directie mensenhandel werden op hun beurt dan weer uitgenodigd door internationale organisaties zoals de IOM en de Raad van Europa. Onze mensen gaven er presentaties over de Belgische aanpak tijdens workshops voor inspecteurs, politiemensen en procureurs uit verschillende landen.