Financiering van de sociale zekerheid

Een van de centrale taken van de RSZ is de dagelijkse financiering van instellingen en fondsen van de sociale zekerheid.

Financiering binnen het Globaal Financieel Beheer

Een belangrijk deel van die financiering verloopt via het systeem van Globaal Financieel Beheer (GFB).

Globaal Financieel Beheer houdt in dat de RSZ de geldmiddelen voor de sociale zekerheid van werknemers (bijdragen, rijkstoelagen, alternatieve financiering) globaliseert en verdeelt onder de sectoren die er recht op hebben. De verdeling gebeurt volgens de kasbehoeften van de sectoren.

Het Globaal Financieel Beheer bestaat sinds 1995. Daarvoor kreeg iedere instelling de opbrengst van de sectorale bijdragevoeten.

Welke instellingen?

De volgende tabel toont welke instellingen of stelsels hun middelen krijgen via het Globaal Financieel Beheer, en waarvoor zij die middelen gebruiken.

Welke instellingen en stelsels?
Instelling/stelsel Voorwerp van de financiering
RIZIV
  • geneeskundige verzorging
  • uitkeringen
  • invaliditeitsuitkeringen voor mijnwerkers
  • Interdepartementaal begrotingsfonds (IBF)
RVA
  • werkloosheid
  • werkloosheidsuitkering met anciënniteitstoeslag
  • loopbaanonderbreking
  • tijdskredieten
  • tewerkstellingscellen - outplacement
  • burn-out project
FPD
  • rust- en overlevingspensioenen
  • overblijfselen van het kapitalisatiestelsel (sinds 2008; uitdovend)
RJV

bijkomende financiering

Fedris - AO

arbeidsongevallen (uitgezonderd het kapitalisatiestelsel)

Fedris - BZ

beroepsziekten (uitgezonderd de sector van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsbesturen)

Stelsel van de zeelieden
  • geneeskundige verzorging
  • uitkeringen voor ziekte en invaliditeit
  • werkloosheid

Daarnaast financiert de RSZ ook nog een aantal specifieke uitgaven op basis van wettelijke bepalingen (bijvoorbeeld: de sociale Maribelfondsen en de tewerkstellingscellen).

Beheerscomité van de Sociale Zekerheid

Globaal Financieel Beheer is meer dan het verstrekken van de nodige financiën. Het is ook: beheren, adviseren, opvolgen en evalueren.

Deze opdrachten voert de RSZ uit onder het gezag van het Beheerscomité van de Sociale Zekerheid (BCSZ). Het BCSZ moet jaarlijks verslag uitbrengen aan de federale regering over het Globaal Financieel Beheer:

  • Hoe ontwikkelen de ontvangsten en uitgaven zich?
  • Wat zijn de prioritaire beleidslijnen?
  • Hoe verzekeren we een duurzaam financieel evenwicht van het stelsel?

Deze informatie ondersteunt de regering bij de opmaak en controle van de begroting en bij het uitwerken van een meerjarenperspectief.

De RSZ bezorgt het BCSZ ramingen van de ontvangsten; de betrokken socialezekerheidsinstellingen zorgen voor ramingen van de uitgaven. Deze gegevens worden geconsolideerd bij het RSZ-Globaal Beheer.

Leningen

Met toestemming van de minister van Financiën en de voogdijminister kan het RSZ-Globaal Beheer leningen afsluiten om de financiering van alle takken te waarborgen.

Financiering buiten het Globaal Financieel Beheer

Een 150-tal instellingen en fondsen worden buiten het Globaal Beheer gefinancierd. Ze hebben recht op een deel van de opbrengst van de sociale bijdragen. Meestal wordt dat aandeel berekend op basis van een bijdragevoet op de aangegeven loonmassa. Onder meer de financiering van de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) wordt op deze manier berekend.

Inkomsten

Overzicht cijfers

De volgende tabellen geven een overzicht van de bijdragen en transfers die we in de loop van het kalenderjaar hebben ontvangen.

Tabel 1 - Inkomsten van de sociale zekerheid: overzicht (in miljoenen euro)
  2016 2017 2018
Binnen globaal beheer 61.042 61.559 63.603
Buiten globaal beheer 8.440 8.676 8.988
Totaal 69.482 70.235 72.591
Tabel 2 - Inkomsten binnen het globaal beheer: details (in miljoenen euro)
  2016 2017 2018
1. Bijdragen voor de sociale zekerheid 40.687 40.606 42.229
2. Specifieke bijdragen 2.702 2.808 2.959
- 13,07% op het dubbel vakantiegeld 574 592 627
- Bijdrage voor aanvullend pensioen 327 354 355
- Bijdragen werkloosheid met bedrijfstoeslag 252 244 245
- Bijdrage tijdelijke werkloosheid en de anciënniteitstoeslagrtiel 92 95 100
- Solidariteitsbijdrage op het gebruik van een bedrijfsvoertuig 219 220 226
- Solidariteitsbijdrage op de tewerkstelling van studenten 68 80 90
- Solidariteitsbijdrage op winstdeelname 10 9 14
- Bijdrage niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen 277 298 338
- Solidariteitsbijdrage op verkeersboetes 0 0 0
- Solidariteitsbijdrage op ontbrekende Dimona 5 6 5
- Risicogroepen en Inschakelingsparcours jongeren 7 8 8
- Bijzondere economische werkloosheid - niet bouw 1 5 3
- Activeringsbijdrage 0 0 1
- Mobiliteitsvergoeding 0 0 0
- Bijzondere bijdrage voor arbeidsongevallen 0 0 0
- Bijzondere bijdrage voor Sociale Zekerheid 870 897 947
3. Transferten 17.653 18.145 18.415
- OISZ 3.015 297 323
- Alternatieve financiering 6.347 11.190 12.522
- Rijkstoelagen 6.494 5.161 4.188
- Tussenkomsten doelgroepenverminderingen 1.455 1.173 1.068
- Schatkist - Bijzondere bijdrage voor Sociale Zekerheid 237 216 200
- Schatkist - Bedrijfsvoorheffing Sociale Maribel 99 103 107
- Diverse andere overdrachten 6 5 7
Tabel 3 - Inkomsten buiten globaal beheer: details (in miljoenen euro)
  2016 2017 2018
Bijdrage voor de jaarlijkse vakantie van de arbeiders 4.310 4.421 4.597
Bijdrage voor het Fonds voor collectieve uitrustingen en diensten 0 0 0
Bijdrage voor de compensatiekas verlof Zeevarenden 0 0 0
Bijdragen voor het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen 293 316 294
Bijdrage voor het betaald educatief verlof, onvoldoende opleidingsinspanningen en outplacementn et outplacement 0 0 0
Bijdrage voor het Fedris - Asbestfonds 12 7 6
Bijdrage voor de Fedris - premies arbeidsongevallen zeevarenden (verplicht) 0 7 1
Bijdrage voor de Fedris - premies arbeidsongevallen zeevarenden (bijkomend) 0 7 0
Bijdrage voor de Federale Pensioendienst 1.965 2.038 2.073
Pensioenbijdrage voor regionale ontvangers 2 4 3
Bijdragen voor de Fondsen voor bestaanszekerheid 1.702 1.708 1.817
Bijdragen voor de sectorale pensioenfondsen 156 182 197

In 2018 waren de financiële middelen waarover de RSZ-Globaal beheer beschikte om zijn financiële opdracht uit te voeren grosso modo voor 71% afkomstig van zelf geïnde bijdragen. 29% bestond uit transfers, voornamelijk afkomstig van de federale overheid. Ook de DIBISS (tot en met het vierde kwartaal 2016), de RJV en de Hulp- en Voorzorgskas van de Zeelieden (tot en met het vierde kwartaal 2017) droegen bijdragen over.

Voor het jaar 2016 was er een daling van de bijdragen voor de sociale zekerheid met 1,3%. Dat kwam onder andere door de taxshift (wet van 26 december 2015), die de volgende elementen doorvoerde:

  • een geleidelijke verlaging van de patronale basisbijdragevoet (zowel de globale bijdrage als de loonmatigingsbijdrage), en
  • een stapsgewijze hervorming van de structurele bijdragenvermindering vanaf het tweede kwartaal 2016.

Voor het jaar 2017 is er om dezelfde redenen een daling van de bijdragen voor de sociale zekerheid met 0,2%.

Voor het jaar 2018 is er een groei van de bijdragen voor de sociale zekerheid met 4,0%.

Wat de specifieke bijdragen betreft, merken we de volgende bijzonderheden op:

  • de bijdragen werkloosheid met bedrijfstoeslag nemen in 2018 met 0,5% toe ten opzichte van 2017,
  • de solidariteitsbijdrage op de tewerkstelling van studenten kent dan weer een sterke groei van 13% ten opzichte van 2017,
  • voor de solidariteitsbijdrage op het gebruik van een bedrijfsvoertuig is er opnieuw een lichte groei van 2,9% ten opzichte van 2017, en
  • de nieuwe specifieke bijdragen in 2018, de activeringsbijdrage en de mobiliteitsvergoeding, vertegenwoordigen samen een beperkt bedrag van 1.073.000 euro.

In 2016 was er een zeer lichte stijging van 0,5% ten opzichte van 2015 in de transferten van andere OISZ.

Op 1 januari 2017 fusioneerden RSZ en DIBISS, en op 1 januari 2018 fusioneerden RSZ en HVKZ. De inkomsten van de lokale sociale zekerheid (ex-DIBISS) voor 2017 en 2018 werden opgenomen in een aparte tabel. De inkomsten Zeevarenden (ex-HVKZ) voor 2018 zijn geïntegreerd in het Globaal Beheer. Het bedrag van 322 miljoen euro aan OISZ-transferten voor 2018 is enkel nog de overdracht van de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV).

Evolutie binnen het Globaal Financieel Beheer

Een deel van de instellingen vallen onder het Globaal Financieel Beheer en ontvangen hun middelen volgens hun behoeften. Wat zijn de inkomstenbronnen voor dat systeem?

De belangrijkste financieringsbronnen zijn de gewone werknemers- en werkgeversbijdragen (66,4% in 2018), gevolgd door de alternatieve financiering (19,7% in 2018) en de rijkstoelagen (6,6% in 2018). In 2018 bedroeg het aandeel van de alternatieve financiering in de totale ontvangsten van het Globaal Financieel Beheer 18,2% en dat van de Rijkstoelagen nog 8,4%. Samen vertegenwoordigen ze in 2018 iets meer dan een kwart van de totale ontvangsten binnen het Globaal Financieel Beheer.

In 2017 is de financiering van de sociale zekerheid hervormd. De nieuwe regels zijn vastgesteld in de wet van 18 april 2017. De wet stemt de financiering van de sociale zekerheid af op de structureel lagere uitgaven door de bevoegdheidsoverdrachten in het kader van de zesde staatshervorming. Het Globaal Beheer van de RSZ krijgt voortaan een jaarlijkse basisdotatie die wordt aangevuld met een evenwichtsdotatie. In 2018 bedroegen de totale Rijkstoelagen 4.188,2 miljoen euro, of een daling met 18,9% ten opzichte van 2017.

In afwachting van de neutralisatie van de impact van de zesde staatshervorming, werd de alternatieve financiering voor 2015 verminderd tot 5,55 miljard euro om tot een ESR-evenwicht te komen. Dit gebeurde ook in 2016, met een vermindering van de doorstorting van de ontvangsten uit de btw.

In 2016 was er globaal wel nog een toename met 14,2% tot 6,35 miljard euro door de toename van de doorstorting van de opbrengst van de roerende voorheffing. 1,26 miljard euro daarvan was compensatie voor de kostprijs van de taxshift.

In 2017 is er een toename van de alternatieve financiering met 76,3% ten opzichte van 2016 tot 11,19 miljard euro. Deze ontvangsten bestaan enkel nog uit btw-opbrengsten en middelen die worden voorafgenomen van de roerende voorheffing.

In 2018 is er opnieuw een toename van de alternatieve financiering met 11,9% ten opzichte van 2017 tot 12,52 miljard euro.

De tegemoetkoming van de gefedereerde entiteiten (gemeenschappen en gewesten) voor de geregionaliseerde doelgroepverminderingen, zonder het deel van de lokale sociale zekerheid, vertegenwoordigt in 2018 1,7% in de totale ontvangsten van het Globaal Financieel Beheer.

Evolutie buiten Globaal Financieel Beheer

Instellingen en fondsen die niet onder het Globaal Financieel Beheer vallen, ontvangen hun financiële middelen op basis van de opbrengst van hun bijdragevoet.

Het aandeel van de middelen die de RSZ int voor fondsen en instellingen buiten het Globaal Financieel Beheer stijgt van 12,1% in 2015 en 2016 naar 12,4% van de totale ontvangen bedragen in 2017 en 2018.

Sinds 1 januari 2015 staat de RSZ in voor de inning van de bijdragen bestemd voor de financiering van het overheidspensioen van de statutaire ambtenaren (Federale Pensioendienst). In 2016 werd een bedrag van 1,965 miljard euro geïnd, in 2017 een bedrag van 2,038 miljard euro en in 2018 was dat 2,073 miljard euro.

De kwartaalbijdragevoet voor de RJV daalde vanaf het eerste kwartaal 2016 van 5,83% naar 5,65% en vanaf het eerste kwartaal 2017 van 5,65% naar 5,61%. Op 1 januari 2018 werd deze bijdrage voor de laatste keer verlaagd om recurrent te dalen van 5,61% naar 5,57%. De jaarlijkse bijdrage van 10,27% blijft ongewijzigd.

De bijdragenpercentages van de basisbijdrage voor het Fonds Sluiting Ondernemingen (FSO) werden verlaagd op 1 januari 2018 tot 0,14% of 0,19%. In 2017 beliepen ze nog respectievelijk 0,18% en 0,22%. De bijdrage voor de financiering van de tijdelijke werkloosheid is eveneens gedaald.

De toename in 2018 van de geïnde bijdragen voor Fondsen voor Bestaanszekerheid ten opzichte van 2017 bedraagt 6,4%.

De toename in 2018 van de geïnde bijdragen voor de sectorale pensioenfondsen met 8,2% ten opzichte van 2017 is hoofdzakelijk te wijten aan de aanpassing van de bijdragenpercentages en de oprichting van een nieuw sectoraal pensioenfonds.

Inkomsten stelsels lokale sociale zekerheid, Overzeese Sociale Zekerheid en Sociale Maribel – publieke sector

Door de fusie met de DIBISS op 1 januari 2017, is de RSZ ook bevoegd voor de inning van bijdragen van de lokale besturen en de overzeese sociale zekerheid. Hij int ook de subsidies voor de overzeese sociale zekerheid en de sociale Maribel – publieke sector.

De volgende tabellen geven een overzicht van de inkomsten van deze stelsels binnen en buiten globaal beheer.

Tabel 1 - Inkomsten binnen en buiten globaal beheer: overzicht (in miljoenen euro)
  2017* 2018*
1. Binnen globaal beheer 3.749 3.838
Lokale besturen 3.701 3.838
2. Buiten globaal beheer 3.108 3.169
Lokale besturen 2.320 2.392
Overzeese Sociale Zekerheid 369 364
Sociale Maribel - Publieke sector 419 413
Totaal 6.857 7.007

(*) voorlopige realisaties

55% van de inkomsten worden geïnd binnen het globaal beheer en 45% buiten het globaal beheer.

De inkomsten binnen het globaal beheer zijn de socialezekerheidsbijdragen plus enkele specifieke bijdragen van de lokale besturen. Buiten het globaal beheer zijn 3 stelsels gelinkt aan de ontvangsten:

  • lokale besturen (o.a. gesolidariseerd pensioenfonds, asbestfonds, sociale diensten, tweede pijler),
  • Overzeese Sociale Zekerheid, en
  • Sociale Maribel – publieke sector.

We noteren een stijging van 2,20% van de inkomsten binnen en buiten het globaal beheer tegenover 2017 (+ 151 miljoen euro). Deze stijging is hoofdzakelijk te wijten aan de evolutie van de bijdragen van de lokale besturen, geïnd zowel binnen als buiten het globaal beheer. De eerste oorzaak is een verhoging van het arbeidsvolume, omdat de stijging van het aantal contractuelen groter is dan de daling van het aantal statutairen. De tweede oorzaak is een verhoging van de responsabiliseringbijdragen voor het gesolidariseerd pensioenfonds.

Inkomsten binnen het globaal beheer: details (in miljoenen euro)
  2017* 2018*
1. Bijdragen sociale zekerheid 3.251 3.395
Sociale bijdragen 3.251 3.395
2. Specifieke bijdragen 136 140
Bijdrage 13,07% dubbel vakantiegeld 32 34
Bijdrage 8,86% op groepsverzekering 9 8
Bijdrage op de jobstudenten 4 4
Bijdrage privégebruik bedrijfswagens 1 1
Werkgeversbijdragen werkloosheid met bedrijfstoeslag 0 0
Solidariteitsbijdrage verkeersboeten 0 0
Bijzondere bijdrage sociale zekerheid 90 93
3. Transferten 314 303
Tussenkomsten doelgroepenverminderingen 314 303
Totaal 3.701 3.838

(*) voorlopige realisaties

In de jaarverslagen tot en met 2016 werden de transferten van de bijdragen lokale besturen aan de RSZ in de rekeningen opgenomen als nettobijdragen. Dat wil zeggen dat het interdepartementaal begrotingsfonds (IBF), de boni kinderbijslag, de Sociale Maribel en de administratiekosten ervan afgetrokken werden. Sinds de fusie met de RSZ op 1 januari 2017 worden de bijdragen lokale besturen bruto weergegeven. De vroegere aftrekposten vinden we nu terug onder de rubriek ‘Uitgaven’ van het globaal beheer.

We noteren een stijging van 3,70% ten opzichte van 2017 (137 miljoen euro). De evolutie met 4,37 % (+ 148 miljoen euro) van de socialezekerheidsbijdragen en de specifieke bijdragen is te wijten aan een verhoging van het arbeidsvolume. Voor de ‘transferten’ is er een daling van 3,63% (- 11 miljoen euro). De reden hiervoor is het sterk veranderende beleid per gewest voor de doelgroepenverminderingen.

Inkomsten buiten het globaal beheer: details (in miljoenen euro)
  2017* 2018*
1. Lokale besturen: 2.320 2.392
Bijdragen voor PDOS (FPD) 7 7
Bijdragen voor gesolidariseerd pensioenfonds (FPD) 2.230 2.297
Bijdrage voor het Asbestfonds en beroepsziekten (Fedris) 21 22
Bijdragen sociale diensten (GSD, GSDV en GSDP) 9 9
Bijdrage syndicale premies (vakbonden) 17 17
Bijdrage voor 2de pijler (Ethias) 35 39
Bijdrage voor dubbel vakantiegeld mandatarissen (FPD) 1 1
2. Overzeese sociale zekerheid 369 364
Bijdragen Overzeese Sociale Zekerheid 72 75
Staatstoelage Overzeese Sociale Zekerheid 284 282
Diverse inkomsten 13 7
3. Sociale Maribel - Publieke sector 419 413
Subsidies voor de Sociale Maribel - Publieke sector 419 413
Totaal 3.108 3.169

(*) voorlopige realisaties

De inkomsten buiten het globaal beheer komen uit 3 verschillende stelsels die afzonderlijk gerapporteerd worden:

  1. Lokale besturen
    Hier zijn een 7-tal inkomstenstromen ondergebracht, waarvan het gesolidariseerde pensioenfonds met 96% de grootste is.
  2. Overzeese Sociale Zekerheid
    Bijna 20% van de inkomsten wordt gewaarborgd door bijdragen geïnd via de vrijwillig aangesloten werknemers en/of werkgevers. Maar ruim 75% bestaat uit maandelijks gestorte staatstoelagen.
  3. Sociale Maribel - publieke sector
    De dotaties Sociale Maribel worden jaarlijks vastgelegd in een koninklijk besluit. De twee bepalende factoren zijn de effectieve dotatie en het aantal werknemers dat aanspraak maakt. Het sectoraal fonds omvat 95% van de inkomsten en bestaat uit de algemene sector en ziekenhuizen.
    De overige inkomsten komen van de sociale akkoorden (gestort door het RIZIV) en het generatiepact (gestort door het Waals gewest), waarbij de RSZ enkel int en doorstort.

Het stelsel lokale besturen kent een stijging van 3,15% (+ 73 miljoen euro). Die is vooral te verklaren door een stijging van de basisbijdragen door een licht stijgend arbeidsvolume (+ 24 miljoen euro), en een stijging van de responsabiliseringsbijdrage (+ 43 miljoen euro in totaal) voor het gesolidariseerd pensioenfonds. We zien ook een beperktere stijging van de bijdragen voor het Asbestfonds en beroepsziekten (+ 1 miljoen) en de tweede pijler (+ 4 miljoen euro).

Voor het stelsel van de overzeese sociale zekerheid is er een lichte daling van 1,37% (- 5 miljoen euro). Dat komt door een daling van de Rijkstegemoetkoming met 2 miljoen euro, en diverse opbrengsten met 6 miljoen euro gezien de annulatie van een éénmalige opbrengst in 2017. Ze wordt dan weer gecompenseerd door een stijging van de geïnde bijdragen met 3 miljoen euro. Die stijging is te danken aan een herziening van de minimum- en maximumbijdragen, ondanks de dalende trend in het aantal actieven.

Ten slotte kent ook het stelsel van de Sociale Maribel – publiek sector een lichte daling van 1,45% (- 6 miljoen euro). Die is te wijten aan de daling van de dotatie met 13,8 miljoen euro aan niet-recurrente middelen van 2016 (KB 21 december 2018).

Globaal gezien stijgen de inkomsten buiten globaal beheer met 1,99%. Dat is een stijging van ongeveer 62 miljoen euro tegenover 2017.

Uitgaven

De RSZ heeft ook als taak de opbrengst van de geïnde bijdragen te verdelen over de instellingen en fondsen van de sociale zekerheid.

Een deel van de instellingen valt onder het systeem van het Globaal Financieel Beheer en ontvangt zijn middelen volgens zijn behoeften. Instellingen en fondsen die niet onder het Globaal Financieel Beheer vallen, ontvangen hun financiële middelen op basis van de opbrengst van hun bijdragevoet.

Overzicht cijfers

De volgende tabellen geven een overzicht van de uitgaven van de voorbije jaren.

Tabel 1 - Financiering totaal (in miljoenen euro)
  2016 2017 2018
Te financieren behoeften - Globaal Beheer 60.463 63.590 65.698
Bijzondere toewijzingen - RSZ-Globaal Beheer 981 922 1.110
Stortingen van voorschotten buiten het globaal beheer 8.454 8.610 8.982
Totaal 69.898 73.122 75.790
Tabel 2 - Te financieren behoeften: details (in miljoenen euro)
  2016 2017 2018
FPD (pensioenen) 24.604 25.624 26.803
RIZIV (ziekte- en invaliditeitsverzekering, Interdepartementaal begrotingsfonds) 27.397 30.255 31.637
RVA (werkloosheid, werkloosheid met bedrijfstoeslag, tijdskrediet, loopbaanonderbreking, tewerkstellingscellen - outplacement, burn-out project)n de carrière) 8.224 7.460 7.014
Fedris - BZ (beroepsziekten) 275 266 267
Fedris - AO (arbeidsongevallen) -48 -24 -32
Andere (stelsel van de zeelieden, mijnwerkers) 11 9 9
Totaal 60.463 63.590 65.698
Tabel 3 - Stortingen van voorschotten buiten het globaal beheer: details (in miljoenen euro)
  2016 2017 2018
RJV (jaarlijkse vakantie van de arbeiders) 4.344 4.383 4.592
Compensatiekas verlof zeevarenden 0 0 0
Fonds voor sluiting van ondernemingen 288 321 294
RVA - Fonds voor het betaald educatief verlof en outplacement 0 0 0
Fedris - Asbestfonds 12 7 6
Fedris - premies arbeidsongevallen zeevarenden (verplicht) 0 0 1
Fedris - premies arbeidsongevallen zeevarenden (bijkomend) 0 0 0
Federale pensioendienst 1.982 1.997 2.082
Pensioenbijdrage voor regionale ontvangers 1 3 3
Fondsen voor bestaanszekerheid 1.668 1.720 1.809
Sectorale pensioenfondsen 159 179 195
Totaal 8.454 8.610 8.982

In 2018 ging 87,6% van de opbrengsten naar de financiering van het Globaal Financieel Beheer en 12,4% naar de financiering van instellingen en fondsen buiten het Globaal Financieel Beheer.

Evolutie binnen het Globaal Financieel Beheer

Het RSZ-Globaal Beheer financierde in 2018 de takken van het Globaal Financieel Beheer voor een totaalbedrag van 65.698 miljoen euro. Dit is een stijging met 3,3% ten opzichte van 2017.

De toename in 2018 was vooral het gevolg van de stijging van de te financieren behoeften van het RIZIV (ziekte- en invaliditeitsverzekering) (+4,57%) en van de FPD (pensioenen) (+4,60%).

De bijzondere toewijzingen zijn in 2018 sterk gestegen ten opzichte van 2017. Dat komt onder meer door de stortingen aan het RIZIV-Interdepartementaal Begrotingsfonds (58,8 miljoen euro) en de stijging van de stortingen aan de fondsen Sociale Maribel (+ 96,0 miljoen euro). Het deel lokale besturen is opgenomen in een aparte tabel.

De volgende figuur geeft een overzicht van het aandeel van de takken van de sociale zekerheid in de financiering van het Globaal Financieel Beheer van 2016-2018.

*Andere: Werkloosheid met bedrijfstoeslag, tijdskrediet en loopbaanonderbreking, Fedris-arbeidsongevallen, Fedris-beroepsziekten, invaliditeitspensioenen van mijnwerkers, ziekte-invaliditeit en werkloosheid van het stelsel van de zeelieden.

De volgende figuur geeft een overzicht van de verdeling in 2018.

*Andere: Werkloosheid met bedrijfstoeslag, tijdskrediet en loopbaanonderbreking, Fedris-arbeidsongevallen, Fedris-beroepsziekten, invaliditeitspensioenen van mijnwerkers, ziekte-invaliditeit en werkloosheid van het stelsel van de zeelieden.

De sectoren Geneeskundige Verzorging (35,18%) en Pensioenen (40,60%) vertegenwoordigden samen meer dan drie vierde van de gefinancierde behoeften van het Globaal Beheer. De tak ZIV-uitkeringen volgt met 12,75% op de derde plaats.

Voor meer informatie over de evolutie van de sociale zekerheidsuitgaven verwijzen we naar de jaarverslagen van de betrokken instellingen.

Evolutie buiten het Globaal Financieel Beheer

In 2018 zijn de uitgaven buiten Globaal Financieel Beheer met 4,3% gestegen.

De Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) wordt gefinancierd via een debetbericht berekend op de loonmassa van het vorige jaar (jaarlijkse bijdrage van 10,27%) en door kwartaalbijdragen berekend op de lonen van het jaar zelf.

Deze kwartaalbijdrage is vanaf het eerste kwartaal 2016 verlaagd van 5,83% naar 5,65%, en vanaf het eerste kwartaal 2017 van 5,65% naar 5,61%. Op 1 januari 2018 werd deze bijdrage voor de laatste keer verlaagd om recurrent te dalen van 5,61% naar 5,57%. De jaarlijkse bijdrage van 10,27% blijft ongewijzigd.

Nieuwe specifieke bijdragen in 2018 zijn de bijdragen voor de Compensatiekas verlof Zeevarenden en die voor Fedris – premies arbeidsongevallen zeevarenden (verplicht en bijkomend). Zij vertegenwoordigen in 2018 samen maar een beperkt bedrag aan stortingen van voorschotten van 528.000 euro.

De uitgaven naar het Fonds Sluiting Ondernemingen zijn in 2018 met 8,5% gedaald ten opzichte van 2017 omwille van de daling van de bijdragevoeten van de basisbijdrage op 1 januari 2018.

De uitgaven naar de Fondsen voor Bestaanszekerheid zijn in 2018 met 5,2% gestegen ten opzichte van 2017.

De uitgaven naar sectorale pensioenfondsen zijn in 2018 met 9,2% gestegen ten opzichte van 2017. Dat is hoofdzakelijk te wijten aan de aanpassing van de bijdragenpercentages en de oprichting van een nieuw sectoraal pensioenfonds.

Uitgaven stelsels lokale sociale zekerheid, Overzeese Sociale Zekerheid en Sociale Maribel – publieke sector

De verschillende stelsels hebben als taak de opbrengst van sommige geïnde bijdragen door te storten naar derden en sociale prestaties uit te betalen.

De volgende tabellen geven een overzicht van de verschillende uitgaven weer.

Uitgaven binnen en buiten globaal beheer: overzicht (in miljoenen euro)
  2017* 2018*
1. Binnen globaal beheer 466 366
Bijzondere toewijzingen 466 366
2. Buiten globaal beheer 3.059 3.140
Lokale besturen 2.316 2.388
Overzeese Sociale Zekerheid 342 343
Sociale Maribel - Publieke sector 401 408
Totaal 3.525 3.506

(*) voorlopige realisaties

12,29% van de uitgaven 2018 worden betaald vanuit het globaal beheer. Het zijn de bijzondere toewijzingen. 87,71% van de uitgaven 2018 worden betaald buiten het globaal beheer. Hier gaat het onder andere over de stortingen aan andere instellingen en besturen en de stortingen aan derden.

Uitgaven binnen globaal beheer: detail (in miljoenen euro)
  2017* 2018*
1. Bijzondere toewijzingen namens de lokale besturen: 466 366
Forfaitaire boni kinderbijslag (FPD) 49 50
Sociale Maribel - Publieke sector 314 316
Interdepartementaal begrotingsfonds (IBF) 103 0

(*) voorlopige realisaties

Binnen het globaal beheer

De bijzondere toewijzingen namens de lokale besturen bestaan uit 2 onderdelen:

  • Forfaitaire boni kinderbijslag
    Deze uitgave is een maandelijkse storting aan de Federale Pensioendienst (FPD).
    Het bedrag werd in 2015 vastgelegd op 47.000.000 euro bij de 6e staatshervorming. Het wordt jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen.
  • Sociale Maribel – publieke sector
    Deze maandelijkse storting door het globaal beheer is de dotatie aan de tak Sociale Maribel – publieke sector en de Fiscale Maribel ten voordele van de werkgevers die recht hebben op deze subsidie.
    De forfaitaire boni kinderbijslag stijgen met ongeveer 2%, omdat ze gelinkt zijn aan het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen.
    De bijzondere toewijzing Sociale Maribel kent een lichte stijging van 0,52% (+ 2 miljoen euro), ondanks het feit dat de dotatie 2018 verminderd werd met de niet-recurrente middelen van 2016, voor een bedrag van 13,8 miljoen euro. Ze werd gecompenseerd door een stijging van het aantal rechthebbenden.

Vanaf 2018 werden de uitgaven voor het Interdepartementaal begrotingsfonds ingeschreven binnen het globaal beheer onder het stelsel van de werknemers in plaats van de lokale besturen. Deze uitgaven zijn de maandelijks stortingen aan de verschillende ziekenhuizen, afhankelijk van hun beleid rond de tewerkstelling van langdurig werklozen en bestaansminimumtrekkers in de verzorgingssector.

Uitgaven buiten globaal beheer: detail (in miljoenen euro)
  2017* 2018*
1. Lokale besturen: 2.316 2.388
FPD (PDOS-bijdragen) 7 7
FPD (gesolidariseerd pensioenfonds) 2.226 2.293
Fedris (beroepsziekten en Asbestfonds) 21 22
Sociale diensten (GSD, GSDV en politie) 9 9
Vakbonden (syndicale premies) 17 17
Ethias (2de pijler) 35 39
FPD (DVG Mandatarissen) 1 1
2. Overzeese Sociale Zekerheid 342 343
Prestaties binnen- en buitenland 338 337
Diverse uitgaven 4 6
3. Sociale Maribel - Publieke sector 401 408
Prestaties voor de Sociale Maribel - Publieke sector 401 408
Totaal 3.059 3.139

(*) voorlopige realisaties

Buiten het globaal beheer

De uitgaven buiten het globaal beheer gaan naar 3 verschillende stelsels die afzonderlijk gerapporteerd worden:

  1. Lokale besturen
    De cijfers geven de doorstortingen weer aan andere OISZ en derden. Ze zijn gebaseerd op de geïnde bijdragen min de administratiekosten.
  2. Overzeese Sociale Zekerheid
    De cijfers zijn gebaseerd op de uitgaven voor sociale prestaties (o.a. pensioenen en geneeskundige verzorging) en diverse andere uitgaven.
  3. Sociale Maribel - publieke sector
    De cijfers vertegenwoordigen de betalingen van de subsidies aan de rechthebbende werkgevers (o.a. Sociale Maribel, sociaal akkoorden, project 600) en de tussenkomst in de kosten voor het beheer.

De uitgaven buiten het globaal beheer stijgen in totaal met 2,65% (+ 81 miljoen euro).

Het stelsel lokale besturen kent een stijging van 3,15% (+73 miljoen euro). Die is vooral te verklaren door een stijging van de geïnde bijdragen (zie ontvangsten). Het gaat daarbij in het bijzonder de bijdragen geïnd voor het gesolidariseerd pensioenfonds (+ 67 miljoen euro), het asbestfonds (+ 2 miljoen euro) en de tweede pijler (+ 4 miljoen euro).

Voor het stelsel van de Overzeese Sociale Zekerheid noteren we een lichte stijging van 0,29% (+ 1 miljoen euro). Die komt door een daling van de sociale prestaties met 1 miljoen euro, gecompenseerd door een stijging van diverse andere uitgaven met 3 miljoen euro. Zo moest de OSZ bijvoorbeeld de teveel ontvangen Rijkstegemoetkoming voor 2016 (2,7 miljoen euro) terugbetalen aan de FOD Sociale Zekerheid.

Ten slotte noteert ook het stelsel Sociale Maribel - publieke sector een stijging met 1,75% (+7 miljoen euro). Die is in hoofdzaak te wijten aan een stijging van de uitgaven voor de Sociale Maribel (+ 12 miljoen euro) en project 600 (+ 5 miljoen euro), gecompenseerd door een daling van de uitgaven voor de sociale akkoorden (- 10 miljoen euro).

Thesauriebeheer

In 2018 registreerde de RSZ 60,64 miljard euro rechtstreeks uit ontvangsten van bijdragen (toeslagen en nalatigheidsintresten inbegrepen) tegenover 58,10 miljard euro in 2017. Dat is een stijging van 4,4%. In deze bedragen zijn de regimes van de werknemers in loondienst, de zeevarenden (sinds 2018) en de provinciale en lokale besturen opgenomen.

Deze evolutie omvat de inwerkingtreding van de tweede fase van de taxshift vanaf het 1e kwartaal 2018. Die brengt een daling van de bijdragenontvangsten mee die minder groot is dan bij de 1e fase. Ze heeft een impact op twee jaar in thesaurie.

Het Globaal Beheer van zijn kant heeft 67,73 miljard aan ontvangsten ontvangen tegenover een bedrag van 67,71 miljard aan uitgaven. In 2017 bedroegen deze posten respectievelijk 65,46 en 65,32 miljard euro. Deze stijging blijft beperkt tot 3,2%, lager dan die van de bijdragen, aangezien de Rijkstegemoetkomingen (dotaties en alternatieve financiering) slechts 1,3% stijgen. Zo wordt de evenwichtsdotatie in 2018 teruggebracht van 3,2 tot 2,1 miljard. Dit wordt gecompenseerd door de behoeften die gefinancierd moeten worden, meer bepaald een daling van de uitgaven met 0,45 miljard bij de RVA.

De in- en uitstromen gebeuren volgens een eigen termijnplanning, wat kasposities (mismatching) genereert.

Het thesauriebeheer bestaat erin om:

  • te anticiperen op dit thesaurieprofiel,
  • het best mogelijke rendement van de thesaurieoverschotten te behalen, en
  • de tekorten tegen de laagste kost te financieren.

Sinds het jaar 2009, dat afsloot met een resultaat op kasbasis van -2,37 miljard euro, is de situatie gestabiliseerd. Terwijl het jaar 2009 afsloot met een negatief kassaldo van -1,04 miljard, bedraagt dit saldo eind 2018 -1,22 miljard. Een nadelige mismatch leidt tot een negatief kassaldo gedurende het hele jaar. Ondanks een herstel op het einde van het boekjaar verliep het jaar 2018 moeilijker dan de vorige jaren, met diepere negatieve kassaldi.

Voor zijn financiering beschikt het RSZ-Globaal Beheer over:

  • een kredietlijn van 1,7 miljard euro bij de schatkist,
  • een programma van thesauriebewijzen ten belope van 615 miljoen euro, en
  • de mogelijkheid om gewaarborgde leningen (repo’s) vanuit zijn beide reservefondsen te krijgen (voor een bedrag van meerdere miljarden euro).

In thesaurietermen boekte het Globaal Beheer een resultaat van +80 miljoen over het jaar 2018, of van +18 miljoen wanneer we rekening houden met de jaarlijkse terugbetaling van een lening aangegaan bij de schatkist. De amplitude is dieper dan in 2016 of 2017, tot 6,36 miljard euro (meer dan twee miljard meer), en het gemiddelde dagelijkse saldo bedroeg -2,30 miljard (een verslechtering van 0,30 miljard in vergelijking met 2017). In de huidige specifieke financiële omstandigheden heeft dit negatieve kasprofiel voor 6,8 miljoen euro intresten gegenereerd, dankzij de gemiddelde financieringsrentevoet van -0,29%.

Thesaurierealisaties

Thesaurierealisaties jaar 2018 - Ontvangsten (in miljoenen euro)
  J F M A M J J A S O N D TOTAAL
Sociale bijdragen RSZ 2695 6026 3317 3248 5314 3292 3181 5023 3075 3174 5571 4649 48565
Overgedragen bijdragen 0 0 2 0 0 132 127 24 10 1 0 0 296
Staat - alternatieve financiering 929 434 498 711 519 1020 3246 604 788 1275 692 1806 12522
Staat - toelagen 351 351 350 351 351 351 347 347 347 347 347 347 4187
Staat - tussenkomst vermindering doelgroepen 122 122 122 119 119 78 119 119 119 119 107 107 1372
Diverse 57 55 78 66 57 65 50 40 33 35 35 216 787
Totaal 4154 6988 4367 4495 6360 4938 7070 6157 4372 4951 6752 7125 67729
Thesaurierealisaties jaar 2018 - Ontvangsten (gecumuleerde percentages)
  J F M A M J J A S O N D
Sociale bijdragen 5,5% 17,8% 24,6% 31,3% 42,2% 49,2% 55,9% 66,3% 72,6% 79,1% 90,5% 100,0%
Ontvangsten afkomstig van de staat 7,8% 12,8% 18,1% 24,7% 30,1% 38,2% 58,7% 64,6% 71,5% 81,2% 87,5% 100,0%
Totale ontvangsten 6,1% 16,5% 22,9% 29,5% 38,9% 46,2% 56,7% 65,7% 72,2% 79,5% 89,5% 100,0%
Thesaurierealisaties jaar 2018 - Uitgaven (in miljoenen euro)
  J F M A M J J A S O N D TOTAAL
FDP -2032 -2110 -2093 -2104 -3253 -2193 -2124 -2120 -2152 -2168 -2179 -2272 -26800
RIZIV -2772 -2640 -2417 -2802 -2770 -2610 -2681 -2722 -2421 -2666 -2855 -2281 -31637
RVA -576 -606 -627 -611 -602 -552 -603 -537 -576 -601 -527 -596 -7014
Andere (Fedris, Zeelieden, Mijnwerkers) -39 -39 -42 -37 -35 -44 -36 -37 -42 -40 -113 -56 -560
Speciale toewijzingen -206 -50 -71 -258 -45 -186 -268 -50 -107 -208 -47 -210 -1706
Totaal -5625 -5445 -5250 -5812 -6702 -5585 -5710 -5466 -5298 -5683 -5720 -5415 -67711
Thesaurierealisaties jaar 2018 - Uitgaven (gecumuleerde percentages)
  J F M A M J J A S O N D
FPD 7,6% 15,5% 23,3% 31,1% 43,3% 51,4% 59,4% 67,3% 75,3% 83,4% 91,5% 100,0%
RIZIV 8,8% 17,1% 24,7% 33,6% 42,4% 50,6% 59,1% 67,7% 75,3% 83,8% 92,8% 100,0%
RVA 8,2% 16,9% 25,8% 34,5% 43,1% 51,0% 59,6% 67,2% 75,4% 84,0% 91,5% 100,0%
Totaal 8,3% 16,3% 24,1% 32,7% 42,6% 50,8% 59,3% 67,3% 75,2% 83,6% 92,0% 100,0%
Thesaurierealisaties jaar 2018 - Ontvangsten min uitgaven (in miljoenen euro)
  J F M A M J J A S O N D
Ontvangsten min uitgaven -1471 1543 -883 -1317 -342 -647 1360 691 -926 -732 1032 1710
Gecumuleerd -1471 72 -811 -2128 -2470 -3117 -1757 -1066 -1992 -2724 -1692 18

De zesde staatshervorming heeft het respectieve deel van de bijdragen en de staatstoelagen in de financiering van het Globaal Beheer sterk gewijzigd. De bijdragen, die 64,9% van het totaal vertegenwoordigden in 2014, zijn gestegen tot 77% in 2015, terwijl het deel van de staatstoelagen evenredig daalde. Maar wegens de invoering van de taxshift daalt in 2016 alweer het aandeel van de bijdragenontvangsten, tot 75,6% van het totaal van de ontvangsten (volgens een kasbenadering, ter herinnering). Deze beweging wordt in 2017 verlengd, maar in 2018 groeiden de bijdragen sneller dan de Rijkstegemoetkomingen.

In 2016 had het RSZ-Globaal Beheer geprofiteerd van een nieuwe alternatieve financieringsinkomst van 1,256 miljoen om het verlies aan bijdragen als gevolg van de taxshift te compenseren. Dit bedrag is in 2017 gestegen tot 1.872 miljoen, en in 2018 tot 2.300 miljoen. Bovendien heeft de hervorming van de alternatieve financiering in 2017 de geldstromen van de staat aanzienlijk verduidelijkt. De thesauriestromen zijn daardoor beter voorspelbaar, zelfs als de thesaurie van de RSZ grotendeels afhankelijk blijven van de publicatie van het KB in het Belgisch Staatsblad.

Portefeuillebeheer

In de sociale zekerheid van werknemers bestaan er twee fondsen.

  • Het Reservefonds is aangelegd tussen 1995 en 2001, enerzijds met de reserves van sommige takken en anderzijds met de begrotingsoverschotten van 1999-2000.
  • Het Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging is aangelegd tussen 2008 en 2010 dankzij een groei van de uitgaven voor de gezondheidszorg die lager lag dan de wettelijke norm. Een deel van de niet-bestede bedragen werden in het fonds gestort.

Deze fondsen worden beheerd volgens de principes van de Wet van 21 december 2013 houdende diverse fiscale en financiële maatregelen, dat het koninklijk besluit van 15 juli 1997 houdende maatregelen tot consolidatie van de financiële activa van de overheid opheft. Ze bestaan dus hoofdzakelijk uit instrumenten van de Belgische overheidsschuld: de OLO’s (Obligation Linéaire-Lineaire Obligatie). De OLO’s betalen elk jaar interesten uit in de vorm van coupons.

Het rendement van de portefeuilles is van twee bijdragen afhankelijk:

  • het ‘inkomsteneffect’, dat afkomstig is van de ontvangen coupons en van waardevermeerderingen of -verminderingen die volgen uit de verkoop van OLO’s;
  • het ‘kapitaaleffect’ of ‘markteffect’. De OLO’s worden op de financiële markten genoteerd en zijn onderworpen aan de wet van vraag en aanbod. Het kapitaaleffect is dus een zeer volatiele bijdrage: zij kan heel positief maar ook negatief uitvallen.

Het Reservefonds

Het Reservefonds van het Globaal Beheer van werknemers is in 1999 aangelegd met de overdracht van de reserves van verschillende openbare instellingen van sociale zekerheid, vooral van de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP). In 2000 en 2001 is het gespijsd met de thesaurieoverschotten die waren ontstaan door de zeer gunstige economische context. Dit fonds wordt beheerd door vier private financiële instellingen die met het RSZ-Globaal Beheer een contract van discretionair beheer hebben.

Op basis van de Wet van 18 april 2017 (artikel 23 § 2) zijn er beleggingsopbrengsten uit het fonds opgenomen. Deze beleggingsopbrengsten werden toegewezen aan het Globaal Beheer van de werknemers.

De volgende tabel toont de evolutie van het Reservefonds.

Reservefonds RSZ Globaal Beheer
Datum Investeringen (€) Gecumuleerde investeringen (€) Inventariswaarde (€)
18/06/1999 610.937.841,07    
31/12/1999   610.937.841,07 594.341.665,22
31/12/2000 1.412.993.091,21 2.023.930.932,28 2.081.106.764,07
31/12/2001 495.787.049,55 2.519.717.981,82 2.725.087.974,44
31/12/2002     2.999.313.965,69
31/12/2003     3.124.456.453,98
31/12/2004     3.349.919.978,86
31/12/2005     3.515.674.216,83
31/12/2006     3.513.239.404,56
31/12/2007     3.561.773.673,71
31/12/2008     3.899.351.234,34
31/12/2009     4.095.634.270,88
31/12/2010     4.176.565.019,74
31/12/2011     4.360.793.038,10
31/12/2012     5.060.993.150,00
31/12/2013     5.039.683.294,02
31/12/2014     5.703.621.210,42
31/12/2015     5.729.700.833,09
31/12/2016     6.000.673.902,38
31/12/2017     6.000.232.760,16
31/12/2017     6.000.232.760,16
31/12/2018 -155.484.743,01 2.364.233.238,81 5.830.063.534,62

Het rendement van de laatste vijf jaren wordt in de volgende tabel gegeven:

Jaar Rendement (%)
2014 13,17
2015 0,46
2016 4,73
2017 -0,01
2018 -0,24

Gedurende 2018 was er een lichte stijging van de marktrente waarneembaar. Door dit markteffect behaalde de portefeuille een negatief rendement. In 2018 daalde de inventariswaarde van de portefeuille tot 5.830,06 miljoen euro door een opnamen van 155,5 miljoen euro aan beleggingstegoeden.

De ontvangen intresten bedroegen 147 miljoen euro in 2018.

Sinds de oprichting op 18 juni 1999 bedraagt het gemiddelde jaarlijkse rendement van de portefeuille 4,66%.

Het Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging

Het Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging is opgericht door de programmawet van 27 december 2006. Het is voor 90% eigendom van het RSZ-Globaal Beheer en voor 10% van het RIZIV-Globaal Beheer. Het fonds wordt vooral gespijsd met de bedragen die er binnen de begrotingsdoelstelling voor geneeskundige verzorging aan worden toegekend. De inbreng bedroeg ongeveer 300 miljoen euro per jaar van 2007 tot 2010. In 2010 werden de schijven van 2009 en 2010 geboekt.

Ook deze portefeuille bestaat exclusief uit staatspapier. Deze portefeuille werd niet toevertrouwd aan privébeheerders. Het fonds wordt indicieel beheerd.

De opbrengsten van dit fonds (intresten en gerealiseerde meerwaarden) werden in 2010 en 2011 naar het RSZ-Globaal Beheer (90%) en het Globaal Beheer van de zelfstandigen (10%) overgedragen. Deze afname is in overeenstemming met artikelen 76 en 77 van de programmawet van 23/12/2009 betreffende de overdrachten voor de jaren 2010 en 2011 van de interesten die het fonds genereert.

De volgende tabel toont de evolutie van het Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging.

Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging (totaal)
  Investeringen (€) Gecumuleerde investeringen (€) Inventariswaarde (€)
01/01/2008 309.000.000,00    
31/12/2008 278.297.000,00 587.297.000,00 600.608.336,40
31/12/2009 27.981.900,00 615.278.900,00 672.438.819,15
31/12/2010 599.552.001,41 1.214.830.901,41 1.290.368.780,80
31/12/2011 -24.979.616,06 1.189.851.285,35 1.321.572.677,33
31/12/2012 -33.678.236,52 1.156.173.048,83 1.464.160.587,00
31/12/2013 8.444.300,53 1.164.617.349,39 0.465.225.369,13
31/12/2014 3.523.722,98 1.168.141.072.34 1.627.889.314,57
31/12/2015 2.329.363,78 1.170.470.436,12 1.632.834.048,22
31/12/2016 1.091.179,14 1.171.561.615,26 1.707.515.918,22
31/12/2017 1.061.577,52 1.172.623.192,78 1.705.996.570,91
31/12/2018 0 1.172.623.192,78 1.703.582.420,19

Het jaarlijks rendement van de laatste vijf jaar wordt in de volgende tabel gegeven:

Jaar Rendement (%)
2014 10,86
2015 0,16
2016 4,43
2017 -0,12
2018 -0,14

Portefeuillebeheer Overzeese Sociale Zekerheid

De Overzeese Sociale Zekerheid (OSZ) beschikt over één portefeuille die wordt beheerd door twee private financiële instellingen. Zij hebben met de RSZ een contract van discretionair beheer.

De portefeuille werd aangelegd in december 2002 door de toenmalige Dienst Overzeese Sociale Zekerheid (DOSZ) met de opbrengst van de verkoop van het 4-Bras gebouw. Na de fusie van de Overzeese Sociale Zekerheid met de RSZ, werd de portefeuille op 01/01/2017 in de RSZ geïntegreerd.

De fondsen worden beheerd volgens de principes van de Wet van 21 december 2013 houdende diverse fiscale en financiële maatregelen. Ze bestaan dus hoofdzakelijk uit instrumenten van de Belgische overheidsschuld: de OLO’s (Obligations Linéaires-Lineaire Obligaties).

Het rendement van de portefeuilles is afhankelijk van:

  • het ‘inkomsteneffect’, dat afkomstig is van de ontvangen coupons en van waardevermeerderingen of -verminderingen die volgen uit de verkoop van OLO’s;
  • het ‘kapitaaleffect’ of ‘markteffect’. De OLO’s worden op de financiële markten genoteerd en zijn onderworpen aan de wet van vraag en aanbod. Het is een volatiele bijdrage die het rendement zowel positief als negatief kan beïnvloeden.

Uit de portefeuille is nooit geld opgenomen; er is ook nooit geld bijgestort. De OLO’s betalen wel elk jaar intresten uit in de vorm van coupons. Deze intresten blijven in de portefeuille en worden door de beheerders opnieuw geïnvesteerd.

De volgende tabel toont de evolutie van de portefeuille van de OSZ. Op 31/12/2018 bedroeg het aandeel van de 2 beheerders in deze portefeuille respectievelijk 23.637.646,63 euro (A) en 19.448.330,94 euro (B).

Evolutie portefeuille (A+B)
Datum Inventariswaarde (€)
31/12/2002 22.077.292,62
31/12/2003 22.981.296,09
31/12/2004 24.623.660,61
31/12/2005 25.760.291,35
31/12/2006 25.681.099,60
31/12/2007 26.075.471,12
31/12/2008 28.519.462,57
31/12/2009 29.791.749,93
31/12/2010 30.418.010,08
31/12/2011 31.771.383,93
31/12/2012 36.769.432,02
31/12/2013 36.560.596,32
31/12/2014 41.186.204,07
31/12/2015 41.286.535,00
31/12/2016 43.224.496,77
31/12/2017 43.164.226,10
31/12/2018 43.085.977,57

Het rendement van de laatste vijf jaar voor beide beheerders wordt weergegeven in de volgende tabel:

Rendement % laatste 5 jaar
Jaar A B
2014 13,68% 11,44%
2015 0,06% 0,47%
2016 5,56% 3,66%
2017 -0,27% 0,02%
2018 -0,14% -0,22%

Gedurende 2018 viel er een lichte stijging te noteren van de rentevoeten, wat een negatieve impact heeft gehad op het rendement van de portefeuille. Door een beperking van de rentegevoeligheid en door het couponeffect bleef de daling van de inventariswaarde tussen eind 2017 en eind 2018 gelimiteerd tot 0,07 miljoen euro (van 43,16 miljoen euro in 2017 naar 43,09 miljoen euro in 2018).

In 2018 bedroegen de vervallen en ontvangen intresten 1.235.877,49 euro.

Sinds de oprichting bedroeg het rendement van de portefeuille op jaarbasis respectievelijk 4,33 % (A) en 4,36% (B).