De rekeningen bijhouden

De rekeningen bijhouden, betekent onder andere:

  • de bedragen boeken die de werkgevers betaald hebben,
  • elke werkdag zorgen voor de toerekening van de betalingen die we de dag voordien ontvingen.

De volgende grafiek toont hoe de toerekeningen in de afgelopen zes jaar evolueerden. Opgelet: bij deze cijfers werd er geen rekening gehouden met de bedragen die betrekking hebben op de inhoudingsplicht (artikel 30bis).

De stijging van de ontvangsten hangt samen met verschillende factoren:

  • een lichte stijging van de aangegeven bijdragen (iets minder dan 1% per jaar sinds 2016),
  • een kleine toename van het aantal actieve werkgevers (gemiddeld verschil van 5.000 tussen 2016 en 2018), en
  • een uitbreiding van de invorderingsacties (bijvoorbeeld door proactief contact op te nemen met de werkgevers bij de eerste signalen die wijzen op betalingsmoeilijkheden).

Vrijstelling van sancties

Alle betaalde bedragen worden gecontroleerd. De RSZ kan ook een (volledige of gedeeltelijke) kwijtschelding van de bijdrageopslagen en de verwijlintresten toekennen als de werkgever een gegronde reden heeft en opnieuw in orde is met zijn bijdragen.

De volgende grafiek toont het aantal vrijstellingen van sancties die we in de afgelopen zes jaar hebben toegekend.

Het aantal verleende vrijstellingen is de afgelopen drie jaar relatief stabiel gebleven.

Betalingsmoeilijkheden beheren

Naleving van de wettelijke vervaltermijnen

Wettelijk gezien moeten werkgevers de bijdragen voor een bepaald kwartaal een maand na het einde van dat kwartaal betalen.

De volgende grafiek toont het percentage van bijdragen dat op de wettelijke vervaldatum was betaald.

We hebben sinds begin 2014 een aantal aspecten van de inning (in de minnelijke fase) aangepast: we doen oproepen voor de betaling van voorschotten, we benaderen werkgevers in moeilijkheden proactief, onze documenten zijn duidelijker gemaakt... Deze inspanningen hebben we voortgezet tijdens het jaar 2015, 2016, 2017 en 2018.

Het rendement van de inning van de bijdragen op de wettelijke vervaldag ligt tussen 97,5% en 98,2%.

Het rendement van de inning op 6 maanden na de wettelijke termijn is de afgelopen jaren gestegen tot 99,5%.

Wanneer de RSZ een aangifte corrigeert, heeft de werkgever een maand om de wijziging te betalen. De volgende grafiek toont per kwartaal het percentage wijzigingen dat binnen de vooropgestelde termijn werd betaald.

De werkgevers vertonen niet hetzelfde betaalpatroon voor de wijzigende berichten als voor de kwartaalbijdragen: het percentage gewijzigde bijdragen dat in 2018 betaald werd, is licht gestegen tot 93% (tegenover 91% in 2016 en 2017). De resterende 7% maakt het voorwerp uit van een administratieve invordering.

Het lagere rendement van de inning voor dit type bijdragen in vergelijking met de aangegeven bijdragen hangt samen met het hogere aantal betwistingen van de ambtshalve wijzigingen.

Minnelijke afbetalingsplannen

Als een werkgever betalingsmoeilijkheden ondervindt, dan houden wij daar rekening mee: er kan over een minnelijk afbetalingsplan worden onderhandeld om gerechtelijke vervolging – en de kosten die daarmee gepaard gaan – te vermijden.

De volgende grafiek geeft per jaar een beeld van het aantal aanvragen voor een minnelijk afbetalingsplan.

De mogelijkheid van een minnelijk afbetalingsplan bestaat sinds 2006. Deze oplossing was eerst voorzien bij tijdelijke (niet-structurele) betaalmoeilijkheden. Eind 2016 is de mogelijkheid uitgebreid tot gevallen waar er zich wel structurele moeilijkheden voordeden. Sinds eind 2016 streven we ernaar om invordering via dwangbevel zoveel mogelijk te vermijden. De toename van de minnelijke betalingsachterstanden die in 2017 begon, zet zich in 2018 voort.

Minnelijke afbetalingsplannen bewaken

Om de afbetalingsplannen doeltreffend te houden, waken wij over de bedragen die wij werkelijk hebben geïnd binnen de voorwaarden van het plan.

De volgende grafiek toont voor de afgelopen jaren welk percentage van de verschuldigde sommen bij minnelijke afbetalingsplannen wij ook werkelijk hebben geïnd.

Een strikte opvolging en begeleiding, en de voorwaarde van tijdelijke moeilijkheden, zorgden ervoor dat de ondernemingen de gestelde betalingstermijnen beter aanhielden en naleefden.

Sinds 2016 zijn de omstandigheden gewijzigd: er wordt veel meer teruggegrepen naar afbetalingsplannen om terugvorderingen via dwangbevel te voorkomen. De diensten moesten zich reorganiseren om zich deze nieuwe werkwijze eigen te maken.

Het rendement van de inning is gedaald met 4% in 2017 tegenover 2016. De personeelsversterking en de reorganisatie van het werk hebben tegelijk geleid tot een betere ondersteuning van de werkgever en tot een lichte stijging van het rendement in 2018 (+2% ten opzichte van 2017).

Maatregelen in de strijd tegen het zwartwerk in de bouw-, vlees- en bewakingssector beheren

Aangifte van werken

Een aannemer die in opdracht werkzaamheden uitvoert, moet die werken melden aan de RSZ. Daarbij moet hij alle informatie over het contract, de opdrachtgever en eventuele onderaannemers meedelen. Deze maatregel heeft tot doel het zwartwerk in de bouwsector, de vleessector en de bewakingssector terug te dringen.

De volgende grafiek toont het aantal meldingen sinds 2011.

De verplichting om bepaalde werkzaamheden (werken in onroerende staat in het algemeen, zuivere bouwactiviteiten, schoonmaken, onderhoud, elektriciteit, metaal, hout, parken en tuinen, maar ook in de vleessector en bewakingssector) aan te geven, is veel beter bekend en wordt beter uitgevoerd. Sinds 2010 is er een systeem om de werken in batch aan te geven voorgesteld aan de werkgevers, wat hun taak vergemakkelijkt.

2014 was een recordjaar voor de aangifte van werken. In de mate waarin ze ook betrekking heeft op dienstcontracten (bewaking, schoonmaak, onderhoud...), daalt het aantal aangiften sinds 2015.

Een aanpassing van het batchsysteem voor de verzending van de aangiften ligt aan de basis van de toename van het aantal aangiften van werken in bepaalde sectoren in 2018.

Betaalde inhoudingen

Een opdrachtgever of aannemer die een beroep doet op een aannemer/onderaannemer moet zich ervan vergewissen dat die laatste geen sociale schuld heeft voordat hij de factuur betaalt. Zijn er wel sociale schulden, dan moet de opdrachtgever/aannemer 35% van het gefactureerde bedrag inhouden en aan de RSZ doorstorten.

De volgende grafieken tonen de evolutie van het aantal betaalde inhoudingen en van de overeenstemmende bedragen tot het jaar 2018.

Sinds 2013 vermindert het aantal ingehouden betalingen, en ook het bedrag. Ook voor het jaar 2018 zet die dalende tendens zich voort. De RSZ stelt ook vast dat de ondernemingen hun best doen om de sociale bijdragen vroeger te betalen en de overeengekomen betalingstermijnen beter te respecteren..

Invordering beheren

Wij zijn belast met de invordering van de bijdragen die niet binnen de voorgeschreven termijn worden betaald. Als werkgevers de verschuldigde bedragen niet spontaan vereffenen, stellen wij een document op dat de werkgever waarschuwt of aan zijn plichten herinnert.

De tabel hieronder toont het aantal werkgevers dat het voorwerp van gerechtelijke navordering uitmaakt op 1 januari 2018 (werkgevers die failliet verklaard werden niet inbegrepen). In de tabel wordt een onderscheid gemaakt tussen de werkgevers die aangegeven personeel tewerkstellen en zij die dat niet meer doen. De werkgevers die nog personeel tewerkstellen, kunnen hun RSZ-schuld verder zien stijgen, want er zijn bijdragen verschuldigd op het loon van de werknemers die ze tewerkstellen.

Type werkgever Aantal werkgevers
Werkgever met personeel 13 003
Werkgever die geen personeel meer heeft 9 332
Totaal 22 335

Gerechtelijke navorderingsfase aanvatten

Als betalingsaanmaningen zonder gevolg blijven, vatten wij de gerechtelijke navorderingsfase aan.

De tabel hieronder geeft het aantal navorderingsprocedures weer, via gerechtelijke weg of dwangbevel, die in het betrokken jaar aangevat werden. U ziet ook het aantal werkgevers dat in hetzelfde jaar bij deze procedures betrokken is. Van 2013 tot 2014 zagen we het aantal navorderingsprocedures stijgen, waarna het weer daalde. In 2017 verminderde het aantal aangevatte procedures aanzienlijk (zie de effecten van de invoering van het ‘veralgemeend dwangbevel’). Het aantal betrokken werkgevers daalde minder uitgesproken. In 2018 volgde een stijging voor beide.

Uitvoerbare titels beheren

Wij beschikken over twee mogelijkheden om een uitvoerbare titel te verkrijgen:

  • een gerechtelijke procedure inleiden (dagvaarding voor de arbeidsrechtbank), en
  • een dwangbevel aan de werkgever betekenen.

Met een dwangbevel of vonnis proberen we de betaling van de schuld door tenuitvoerlegging te verkrijgen.

Het verkrijgen van uitvoerbare titels beheren

Wij beheren op actieve wijze de gerechtelijke navorderingsprocedures om een uitvoerbare titel te verkrijgen. Als zich tijdens de procedure een onregelmatigheid voordoet, sturen wij de advocaat-raadsman een waarschuwing om een en ander te verhelpen.

De uitvoering van de verkregen titels beheren

Als we vaststellen dat schuldenaars de voorwaarden van de uitvoerbare titels niet naleven, gaan we over tot de uitvoering van de uitvoerbare titels.

De grafiek hieronder geeft het aantal afgesloten navorderingsprocedures en het aantal betrokken werkgevers per jaar. De procedures worden afgesloten met een betaling of met de vaststelling dat de schuldvordering van de RSZ oninbaar is.