Wat is het doel van de verminderingen van sociale bijdragen?

Verminderingen van werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid hebben meerdere doeleinden:

  • de loonkosten voor werkgevers verminderen,
  • werkgelegenheid en (weder)tewerkstelling van sommige groepen (jongeren, werklozen…) bevorderen, en
  • het beschikbare werk herverdelen.

Verminderingen van werknemersbijdragen voor de sociale zekerheid hebben tot doel om het nettoloon van de werknemer te verhogen.

Een beschrijving van deze bijdrageverminderingen vindt u in de rubriek 'Bijdrageverminderingen' van de Administratieve instructies Nieuw venster.

Gewestelijke bevoegdheid

Vanaf 2015 zijn de gewesten bevoegd voor het beleid in verband met de bijdrageverminderingen voor ‘doelgroepen’ – groepen werknemers die het moeilijk hebben op de arbeidsmarkt. De locatie van de werkplaats bepaalt welk gewest bevoegd is.

Het Vlaamse Gewest heeft nieuwe maatregelen voor jongeren en oudere werknemers vastgelegd die in juli 2016 in voege zijn getreden. In het Brusselse Gewest zijn nieuwe bepalingen voor oudere werknemers van toepassing sinds oktober 2016; een lichte aanpassing vond plaats in oktober 2017. Het Waalse Gewest heeft in juli 2017 nieuwe maatregelen voor oudere werknemers toegepast.

Alle gewesten hebben de neiging om bepaalde bijdrageverminderingen (in het bijzonder verminderingen voor werkzoekenden) niet meer toe te staan wanneer de indienstneming na een bepaalde datum plaatsvindt. Zij gebruiken andere maatregelen dan de socialezekerheidsbijdrageverminderingen.

Aangevraagde verminderingen van sociale bijdragen in 2017

De hier gepresenteerde gegevens voor 2017 en oudere jaren houden voor de eerste keer rekening met de informatie in verband met werknemers die bij de lokale overheidsdiensten worden tewerkgesteld. Vóór 31 december 2016 vielen zij onder de bevoegdheid van de DIBISS.

De gevolgen van de verminderingen van werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid zijn niet eenvoudig te meten. Alleen met een combinatie van econometrische modellen en onderzoeken bij werkgevers zou het mogelijk zijn om het netto-effect van de verminderingen op de werkgelegenheid te bepalen.

Doelgroepverminderingen gaan namelijk soms gepaard met perverse effecten, zoals:

  • deadweighteffecten: een werkgever werft iemand aan die beantwoordt aan de vereisten van een bijdragevermindering, enkel om de vermindering te krijgen;
  • substitutie-effecten: een werkgever vervangt een werknemer voor wie hij geen bijdragevermindering krijgt, door iemand voor wie hij er wel een krijgt.

Net als de tijdreeksen Nieuw venster en de gedetailleerde Nieuw venster gegevens op de website van de RSZ, hebben de gegevens in dit verslag betrekking op de aangevraagde verminderingen zoals we die hebben geregistreerd. Sommige van die verminderingen zijn nog niet getoetst aan informatie uit andere bronnen.

Ter herinnering: in 2014 zijn wetswijzigingen in voege getreden die enkele bijzondere verminderingen integreerden in het systeem van de geharmoniseerde bijdragevermindering. Dat bevat zowel een structurele als een doelgroepcomponent. Naar aanleiding van deze wijziging worden sinds 2014 ook de gegevens rond gesubsidieerde contractuelen bekendgemaakt.

De gegevens voor 2017 zijn afgesloten halverwege maart 2018.

Aandeel van de doelgroepverminderingen in aantal betrokken werknemers

De volgende tabel toont hoe de aangevraagde doelgroepverminderingen zich in 2017 tot elkaar verhielden. De cijfers verwijzen naar het aantal werknemers (voltijdse equivalenten of ‘VTE’) per doelgroep.

Aandeel aangevraagde doelgroepverminderingen in aantal betrokken werknemers (VTE) voor 2017
Type bijdragevermindering Percentage
Vermindering voor oudere werknemers 33,65%
Vermindering In het kader van de 'plusplannen' 19,10%
Vermindering voor gesubsidieerde contractuelen 14,31%
Vermindering bij aanwerving van langdurig werkzoekenden 12,63%
Vermindering bij de aanwerving of de tewerkstelling van jonge werknemers 10,68%
Vermindering voor de werknemers tewerkgesteld op basis van artikel 60, § 7 van de OCMW-wet 3,01%
Vermindering voor vaste werknemers in de horecasector 1,64%
Vermindering voor onthaalouders 1,43%
Vermindering in geval van collectieve arbeidsduurvermindering en herverdeling van arbeid 1,32%
Vermindering bij wedertewerkstelling van met herstructurering geconfronteerde werklozen 0,84%
Vermindering voor kunstenaars 0,80%
Vermindering voor werknemers-'mentors' 0,45%
Vermindering voor vervangers in de openbare sector 0,12%
Vermindering voor huispersoneel 0,01%

Van alle doelgroepverminderingen kent die voor oudere werknemers het meeste succes. Op een marginale uitzondering eigen aan het Vlaamse Gewest na, vloeit deze vermindering namelijk voort uit de tewerkstelling van oudere werknemers en niet uit hun wedertewerkstelling. Over het algemeen is er daarbij geen andere voorwaarde dan het bedrag van het loon, waarvan het hoogste bedrag aan het dalen of aan het stabiliseren is.

Het aandeel van de verminderingen aangevraagd voor de indienstneming van ondergeschoolde jongeren is 3 keer kleiner dan het aandeel van de aanvragen voor oudere werknemers. De proportie was 1 tegen 6 toen er geen rekening werd gehouden met de verminderingen toegekend door de lokale overheidsdiensten.

Opvallend is ook dat het succes van de vermindering voor mentors gering is. Toch nemen we hier een voortdurend stijgende tendens waar.

Van de specifieke verminderingen die in 2014 in de doelgroepverminderingen geïntegreerd zijn, heeft de vermindering voor de tewerkstelling van gesubsidieerde contractuelen het meeste succes. Dat is nog belangrijker wanneer rekening wordt gehouden met de verminderingen toegekend door de lokale overheidsdiensten.

Aandeel van de soorten verminderingen in de aangevraagde bedragen en aandeel van de verschillende doelgroepverminderingen

De volgende grafiek en tabel tonen voor 2017 het aandeel van de grote types bijdrageverminderingen dat van de doelgroepverminderingen in de aangevraagde bedragen.

Aandeel doelgroepenverminderingen in bedragen voor 2017
Type bijdragevermindering Bedrag
Vermindering voor gesubsidieerde contractuelen 27,11% 364.143
Vermindering voor oudere werknemers 26,67% 358.252
Vermindering In het kader van de 'plusplannen' 20,76% 278.852
Vermindering bij aanwerving van langdurig werkzoekenden 10,54% 141.563
Vermindering bij de aanwerving of de tewerkstelling van jonge werknemers 7,15% 96.062
Vermindering voor de werknemers tewerkgesteld op basis van artikel 60, § 7 van de OCMW-wet 4,17% 55.972
Vermindering voor vaste werknemers in de horecasector 0,79% 10.613
Vermindering voor onthaalouders 0,78% 10.542
Vermindering bij wedertewerkstelling van met hestructurering geconfronteerde werklozen 0,49% 6.535
Vermindering voor kunstenaars 0,49% 6.516
Vermindering in geval van collectieve arbeidsduurvermindering en herverdeling van arbeid 0,47% 6.370
Vermindering voor werknemers-'mentors' 0,30% 4.027
Vermindering voor vervangers in de openbare sector 0,29% 3.874
Vermindering voor huispersoneel 0,01% 84

Financieel gezien (en ook op grond van het aantal betrokken personen, maar die gegevens komen hier niet aan bod) blijft de structurele vermindering zeer belangrijk.

Merk op dat de doelgroepverminderingen waarvan de bevoegdheid gewestelijk wordt:

  • een groter financieel gewicht aantonen dan de werknemersbijdrageverminderingen, en
  • minder dan 3 keer de begroting vertegenwoordigen van de doelgroepverminderingen die federaal blijven. (Deze proportie van 2,84 tegen 1 is lager dan in 2015 – toen was ze 4,5 tegen 1. Dat is een gevolg van de forse verhoging van de bijdrageverminderingen in het kader van de ‘plusplannen’, en van het feit dat de aanpassingen van de gewestelijke reglementeringen leiden tot een lichte daling van de toegekende begrotingsmiddelen.)

Bij de doelgroepen is het verschil tussen het aandeel in betrokken personen en het aandeel in aangevraagde bedragen het grootst voor de vermindering voor de gesubsidieerde contractuelen. Deze vermindering bestaat immers uit de volledige vrijstelling van basiswerkgeversbijdragen, na aftrek van het bedrag van de structurele vermindering in de gevallen waar deze laatste kan worden toegepast. Dat is overigens niet het geval voor de grote meerderheid van de publieke sector.

Wat de andere verminderingen betreft, is het aandeel in het aangevraagde bedrag tegenover het aandeel in betrokken personen groter naarmate het gemiddelde bedrag van de vermindering hoger is.

Betrokken werknemers en aangevraagde bedragen voor de structurele vermindering

De volgende grafieken tonen hoe het aantal betrokken werknemers en de aangevraagde bedragen voor de structurele vermindering zich in de afgelopen jaren hebben ontwikkeld.

In het tweede kwartaal van 2016 heeft een merkwaardige verhoging van het arbeidsvolume plaatsgevonden. Zij is te wijten aan het verschijnen van een (lichte) forfaitaire component van de structurele vermindering in de non-profitsector, waardoor werknemers met ‘middenlonen’ in deze sector in aanmerking komen voor deze vermindering. Dit is een gevolg van de taxshift.

De aangevraagde bedragen nemen in het algemeen toe als gevolg van het economische herstel.