Financiering van de sociale zekerheid

Een van de centrale taken van de RSZ is de dagelijkse financiering van instellingen en fondsen van de sociale zekerheid.

Financiering binnen het Globaal Financieel Beheer

Een belangrijk deel van die financiering verloopt via het systeem van Globaal Financieel Beheer (GFB).

Globaal Financieel Beheer houdt in dat de RSZ de geldmiddelen voor de sociale zekerheid van werknemers (bijdragen, rijkstoelagen, alternatieve financiering) globaliseert en verdeelt onder de rechthebbende sectoren. De verdeling gebeurt volgens de kasbehoeften van de sectoren.

Het Globaal Financieel Beheer bestaat sinds 1995. Daarvoor kreeg iedere instelling de opbrengst van de sectorale bijdragevoeten.

Welke instellingen?

De volgende tabel toont welke instellingen of stelsels hun middelen krijgen via het Globaal Financieel Beheer, en waarvoor zij die middelen gebruiken.

Instelling/stelsel Voorwerp van de financiering
RIZIV
  • geneeskundige verzorging
  • uitkeringen
  • invaliditeitsuitkeringen voor mijnwerkers
RVA
  • werkloosheid
  • werkloosheidsuitkering met anciënniteitstoeslag
  • loopbaanonderbreking
  • tijdskredieten
RVP/FPD
  • rust- en overlevingspensioenen
  • overblijfselen van het kapitalisatiestelsel (sinds 2008; uitdovend)
RKW/FAMIFED (*)

gezinsbijslagen (uitgezonderd de Provinciale en Plaatselijke Overheidsbesturen)

FAO

arbeidsongevallen (uitgezonderd het kapitalisatiestelsel)

FBZ

beroepsziekten (uitgezonderd de sector van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsbesturen)

Stelsel van de zeelieden
  • geneeskundige verzorging
  • uitkeringen voor ziekte en invaliditeit
  • werkloosheid

(*) Als gevolg van de zesde staatshervorming wordt de gezinsbijslag vanaf 2015 niet meer gefinancierd door het Globaal Beheer.

Daarnaast financiert de RSZ ook nog een aantal specifieke uitgaven op basis van wettelijke bepalingen (bijvoorbeeld: de sociale Maribelfondsen en de tewerkstellingscellen).

Beheerscomité van de Sociale Zekerheid

Globaal Financieel Beheer is meer dan het verstrekken van de nodige financiën. Het is ook: beheren, adviseren, opvolgen en evalueren.

Deze opdrachten voert de RSZ uit onder het gezag van het Beheerscomité van de Sociale Zekerheid (BCSZ). Het BCSZ moet jaarlijks verslag uitbrengen aan de federale regering over het Globaal Financieel Beheer:

  • Hoe ontwikkelen de ontvangsten en uitgaven zich?
  • Wat zijn de prioritaire beleidslijnen?
  • Hoe kan een duurzaam financieel evenwicht van het stelsel worden verzekerd?

Deze informatie ondersteunt de regering bij de opmaak en controle van de begroting en bij het uitwerken van een meerjarenperspectief.

De RSZ bezorgt het BCSZ ramingen van de ontvangsten; de betrokken socialezekerheidsinstellingen zorgen voor ramingen van de uitgaven. Deze gegevens worden geconsolideerd bij het RSZ-Globaal Beheer.

Leningen

Met toestemming van de minister van Financiën en de voogdijminister kan het RSZ-Globaal Beheer leningen afsluiten om de financiering van alle takken te waarborgen.

Financiering buiten het Globaal Financieel Beheer

Een 140-tal instellingen en fondsen worden buiten het Globaal Beheer gefinancierd. Ze hebben recht op een deel van de opbrengst van de sociale bijdragen. Meestal wordt dat aandeel berekend op basis van een bijdragevoet op de aangegeven loonmassa. Onder meer de financiering van de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) wordt op deze manier berekend.

Inkomsten

Overzicht cijfers

De volgende tabellen geven een overzicht van de bijdragen en transfers die we in de loop van het kalenderjaar hebben ontvangen.

Tabel 1 - Inkomsten van de sociale zekerheid: overzicht (in miljoenen euro)
  2015 2016 2017
Binnen globaal beheer 60.645 61.042 61.559
Buiten globaal beheer 8.379 8.440 8.676
Totaal 69.024 69.482 70.235
Tabel 2 - Inkomsten binnen het globaal beheer: details (in miljoenen euro)
  2015 2016 2017
1. Bijdragen voor de sociale zekerheid 41.241 40.687 40.606
2. Specifieke bijdragen 2.701 2.702 2.808
- 13,07% op het dubbel vakantiegeld 551 574 592
- Bijdrage voor aanvullend pensioen 323 327 354
- Bijdragen werkloosheid met bedrijfstoeslag 315 252 244
- Bijdrage tijdelijke werkloosheid en de anciënniteitstoeslag 91 92 95
- Solidariteitsbijdrage op het gebruik van een bedrijfsvoertuig 223 219 220
- Solidariteitsbijdrage op de tewerkstelling van studenten 63 68 80
- Solidariteitsbijdrage op winstdeelname 11 10 9
- Bijdrage niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen 254 277 298
- Solidariteitsbijdrage op verkeersboetes 0 0 0
- Solidariteitsbijdrage op ontbrekende Dimona 6 5 6
- Risicogroepen en Inschakelingsparcours jongeren 11 7 8
- Bijzondere economische werkloosheid - niet bouw 3 1 5
- Bijzondere bijdrage voor arbeidsongevallen 0 0 0
- Bijzondere bijdrage voor Sociale Zekerheid 850 870 897
3. Transferten 16.703 17.653 18.145
- OISZ 3.001 3.015 297
- Alternatieve financiering 5.555 6.347 11.190
- Rijkstoelagen 6.360 6.494 5.161
- Tegemoetkomingen doelgroepverminderingen 1.453 1.455 1.173
- Schatkist - Bijzondere bijdrage voor Sociale Zekerheid 188 237 216
- Schatkist - Bedrijfsvoorheffing Sociale Maribel 98 99 103
- Diverse andere transferten 48 6 5
Tabel 3 - Inkomsten buiten globaal beheer: details (in miljoenen euro)
  2015 2016 2017
Bijdrage voor de jaarlijkse vakantie van de arbeiders 4.369 4.310 4.421
Bijdrage voor het Fonds voor collectieve uitrustingen en diensten 7 0 0
Bijdragen voor het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen 372 293 316
Bijdrage voor het betaald educatief verlof, onvoldoende opleidingsinspanningen en outplacement 5 0 0
Bijdrage voor het Asbestfonds 12 12 7
PDOS – SdPSP 1.839 1.965 2.038
Pensioenbijdrage voor regionale ontvangers 0 2 4
Bijdragen voor de Fondsen voor bestaanszekerheid 1.655 1.702 1.708
Bijdragen voor de sectorale pensioenfondsen 120 156 182

In 2017 waren de financiële middelen waarover de RSZ-Globaal beheer beschikte om zijn financiële opdracht uit te voeren grosso modo voor 70,5% afkomstig van zelf geïnde bijdragen. 29,5% bestond uit transfers, voornamelijk afkomstig van de federale overheid. Ook de DIBISS (tot en met het vierde kwartaal 2016), de RJV en de Hulp- en Voorzorgskas van de Zeelieden droegen bijdragen over.

Voor het jaar 2015 bedroeg de groei van de bijdragen voor de sociale zekerheid 2,1%, mede door de aanpassing van de patronale basisbijdragevoet vanaf het eerste kwartaal 2015 (wet van 25 april 2014).

Voor het jaar 2016 was er een daling van de bijdragen voor de sociale zekerheid met 1,3%. Dat kwam onder andere door de taxshift (wet van 26 december 2015), die de volgende elementen doorvoerde:

  • een geleidelijke verlaging van de patronale basisbijdragevoet (zowel de globale bijdrage als de loonmatiging), en
  • een stapsgewijze hervorming van de structurele bijdragenvermindering vanaf het tweede kwartaal 2016.

Voor het jaar 2017 is er om dezelfde redenen een daling van de bijdragen voor de sociale zekerheid met 0,2%.

Wat de specifieke bijdragen betreft, merken we de volgende bijzonderheden op:

  • De bijdragen werkloosheid met bedrijfstoeslag nemen in 2017 met 3,3% af ten opzichte van 2016.
  • De solidariteitsbijdrage op de tewerkstelling van studenten kent dan weer een sterke groei van 18,6% ten opzichte van 2016.
  • Voor de solidariteitsbijdrage op het gebruik van een bedrijfsvoertuig zet de dalende tendens zich niet langer verder, maar is er een lichte groei van 0,5% ten opzichte van 2016.

De bijdrage voor begeleiding van werklozen (inschakelingsparcours) is vanaf het eerste kwartaal 2015 opgenomen in de patronale basisbijdragevoet.

De transferten van andere van andere openbare instellingen van sociale zekerheid (OISZ) stegen sterk in 2015. Dat kwam door de toename van de bijdragenoverdracht van de DIBISS, als gevolg van de zesde staatshervorming (overdracht bijdrage kinderbijslag). In 2016 was er een zeer lichte stijging van 0,5% ten opzichte van 2015.

Op 1 januari 2017 fusioneerden RSZ en DIBISS. De inkomsten-DIBISS voor 2017 werden opgenomen in een aparte tabel. Het bedrag voor 2017 aan transferten-OISZ van 297 miljoen euro betreft enkel nog de overdrachten van de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) en de Hulp- en Voorzorgskas voor Zeevarenden (HVKZ).

Evolutie binnen het Globaal Financieel Beheer

Een deel van de instellingen vallen onder het Globaal Financieel Beheer en ontvangen hun middelen volgens hun behoeften. Wat zijn de inkomstenbronnen voor dat systeem?

De belangrijkste financieringsbronnen zijn de gewone werknemers- en werkgeversbijdragen(66,0% in 2017), gevolgd door de alternatieve financiering(18,2% in 2017) en de rijkstoelagen (8,4% in 2017). In 2016 bedroeg het aandeel van de alternatieve financiering in de totale ontvangsten van het Globaal Financieel Beheer slechts 10,4% en dat van de rijkstoelagen nog 10,6%. Samen vertegenwoordigen ze in 2017 meer dan een kwart van de totale ontvangsten binnen het Globaal Financieel Beheer.

In 2017 is de financiering van de sociale zekerheid hervormd. De nieuwe regels zijn vastgesteld in de wet van 18 april 2017. De wet stemt de financiering van de sociale zekerheid af op de structureel lagere uitgaven door de bevoegdheidsoverdrachten in het kader van de zesde staatshervorming. Het Globaal Beheer van de RSZ krijgt voortaan een jaarlijkse basisdotatie die wordt aangevuld met een evenwichtsdotatie. In 2017 bedroegen de totale rijkstoelagen aldus nog slechts 5.161,1 miljoen euro, een daling met 20,5% ten opzichte van 2016.

In afwachting van de neutralisatie van de impact van de zesde staatshervorming, werd de alternatieve financiering voor 2015 verminderd tot 5,55 miljard euro om tot een ESR-evenwicht te komen. Dit gebeurde ook in 2016, met een vermindering van de doorstorting van de ontvangsten uit de btw.

In 2016 was er globaal wel nog een toename met 14,2% tot 6,35 miljard euro door de toename van de doorstorting van de opbrengst van de roerende voorheffing. 1,26 miljard euro daarvan was compensatie voor de kostprijs van de taxshift.

In 2017 is er een toename van de alternatieve financiering met 76,3% ten opzichte van 2016 tot 11,19 miljard euro. Deze ontvangsten bestaan enkel nog uit btw-opbrengsten en middelen die worden voorafgenomen van de roerende voorheffing.

De tegemoetkoming van de gefedereerde entiteiten (gemeenschappen en gewesten) voor de geregionaliseerde doelgroepverminderingen, zonder het deel van de DIBISS, vertegenwoordigt in 2017 1,9% in de totale ontvangsten van het Globaal Financieel Beheer.

Evolutie buiten Globaal Financieel Beheer

Instellingen en fondsen die niet onder het Globaal Financieel Beheer vallen, ontvangen hun financiële middelen op basis van de opbrengst van hun bijdragevoet.

Het aandeel van de middelen die de RSZ int voor fondsen en instellingen buiten het Globaal Financieel Beheer stijgt van 12,1% in 2015 en 2016 naar 12,4% van de totale ontvangen bedragen in 2017.

Sinds 1 januari 2015 staat de RSZ in voor de inning van de bijdragen bestemd voor de financiering van het overheidspensioen van de statutaire ambtenaren (Federale Pensioendienst). In de loop van 2015 werd hiervoor een bedrag van 1,839 miljard euro geïnd, in 2016 een bedrag van 1,965 miljard euro en in 2017 een bedrag van 2,038 miljard euro.

Anderzijds zijn, ten gevolge van de zesde staatshervorming, de bijdrage voor kinderbijslag (FCUD, Fonds voor collectieve uitrustingen en diensten) en voor educatief verlof vanaf het eerste kwartaal 2015 opgenomen in de patronale basisbijdragevoet (wet van 25 april 2014).

De kwartaalbijdragevoet voor de RJV daalde vanaf het tweede kwartaal 2015 van 6,0% naar 5,83%, vanaf het eerste kwartaal 2016 van 5,83% naar 5,65% en vanaf het eerste kwartaal 2017 van 5,65% naar 5,61%.

De bijdragenpercentages van de basisbijdrage voor het Fonds Sluiting Ondernemingen (FSO) werden verhoogd op 1 januari 2017.

De toename in 2017 van de geïnde bijdragen voor Fondsen voor Bestaanszekerheid ten opzichte van 2016 bedraagt 0,3%.

De toename in 2017 van de geïnde bijdragen voor de sectorale pensioenfondsen met 17,0% ten opzichte van 2016 is hoofdzakelijk te wijten aan de aanpassing van de bijdragenpercentages en de oprichting van twee nieuwe sectorale pensioenfondsen (+14,5 miljoen euro).

Uitgaven

De RSZ heeft ook als taak de opbrengst van de geïnde bijdragen te verdelen over de instellingen en fondsen van de sociale zekerheid.

Een deel van de instellingen valt onder het systeem van het Globaal Financieel Beheer en ontvangt zijn middelen volgens zijn behoeften. Instellingen en fondsen die niet onder het Globaal Financieel Beheer vallen, ontvangen hun financiële middelen op basis van de opbrengst van hun bijdragevoet.

Overzicht cijfers

De volgende tabellen geven een overzicht van de uitgaven van de voorbije jaren.

Tabel 1 - Financiering totaal (in miljoenen euro)
  2015 2016 2017
Te financieren behoeften - Globaal Beheer 59.497 60.463 63.590
Bijzondere toewijzingen - RSZ-Globaal Beheer 838 981 922
Stortingen van voorschotten buiten het globaal beheer 8.322 8.454 8.610
Totaal 68.657 69.898 73.122
Tabel 2 - Te financieren behoeften: details (in miljoenen euro)
  2015 2016 2017
RVP/FPD(pensioenen) 23.453 24.604 25.624
RIZIV (ziekte- en invaliditeitsverzekering) 26.871 27.397 30.255
RVA (werkloosheid, werkloosheid met bedrijfstoeslag, tijdskrediet en loopbaanonderbreking) 8.571 8.224 7.460
RKW/FAMIFED (kinderbijslag) 358 0 0
FBZ (beroepsziekten) 286 275 266
FAO (arbeidsongevallen) -54 -48 -24
Andere (zeelieden, mijnwerkers & pool) 12 11 9
Totaal 59.497 60.463 63.590
Tabel 3 - Stortingen van voorschotten buiten het globaal beheer: details (in miljoenen euro)
  2015 2016 2017
RJV (jaarlijkse vakantie van de arbeiders) 4.320 4.344 4.383
RKW / FAMIFED: Fonds voor collectieve uitrustingen en diensten 7 0 0
Fonds voor sluiting van ondernemingen 369 288 321
RVA - Fonds voor het betaald educatief verlof en outplacement 7 0 0
Asbestfonds 12 12 7
PDOS (FPD) 1.843 1.982 1.997
Pensioenbijdrage voor regionale ontvangers 0 1 3
Fondsen voor bestaanszekerheid 1.646 1.668 1.720
Sectorale pensioenfondsen 118 159 179
Totaal 8.322 8.454 8.610

In 2017 ging 88% van de opbrengsten naar de financiering van het Globaal Financieel Beheer en 12%naar de financiering van instellingen en fondsen buiten het Globaal Financieel Beheer. Sinds het jaar 2015 doet de RSZ ook stortingen aan de FPD (Federale Pensioendienst).

Evolutie binnen het Globaal Financieel Beheer

Het RSZ-Globaal Beheer financierde in 2017 de takken van het Globaal Financieel Beheer voor een totaalbedrag van 63.590 miljoen euro. Dit is een stijging met 5,2% ten opzichte van 2016.

De afname in 2015 was het gevolg van de zesde staatshervorming. Daardoor werden het stelsel van de kinderbijslag (FAMIFED, vroeger RKW), een aantal bevoegdheden op het gebied van tewerkstellingsbeleid (RVA) en een gedeelte van de gezondheidszorgen (RIZIV) overgedragen naar de deelstaten.

De toename in 2017 was vooral het gevolg van de stijging van de te financieren behoeften van het RIZIV (ziekte- en invaliditeitsverzekering) (+10,4%) en in mindere mate van de FPD (pensioenen) (+4,1%).

De bijzondere toewijzingen zijn in 2017 licht gedaald ten opzichte van 2016. Dat komt onder meer door de bevordering van tewerkstelling in de non-profitsector en door tewerkstellingscellen. Het deel lokale besturen is opgenomen in een aparte tabel.

De volgende figuur geeft een overzicht van het aandeel van de takken van de sociale zekerheid in de financiering van het Globaal Financieel Beheer van 2015-2017.

*Andere: Werkloosheid met bedrijfstoeslag, tijdskrediet en loopbaanonderbreking, arbeidsongevallen, beroepsziekten, invaliditeitspensioenen van mijnwerkers, ziekte-invaliditeit en werkloosheid van het stelsel van de zeelieden.

De volgende figuur geeft een overzicht van de verdeling in 2017.

*Andere: Werkloosheid met bedrijfstoeslag, tijdskrediet en loopbaanonderbreking, arbeidsongevallen, beroepsziekten, invaliditeitspensioenen van mijnwerkers, ziekte-invaliditeit en werkloosheid van het stelsel van de zeelieden.

De sectoren Geneeskundige Verzorging (34,76%) en Pensioenen (40,11%) vertegenwoordigden samen bijna drie vierde van de gefinancierde behoeften van het Globaal Beheer. De tak Werkloosheid volgt met 12,59% op de derde plaats.

Voor meer informatie over de evolutie van de socialezekerheidsuitgaven verwijzen we naar de jaarverslagen van de betrokken instellingen.

Evolutie buiten het Globaal Financieel Beheer

In 2017 zijn de uitgaven buiten Globaal Financieel Beheer met 1,8% gestegen.

De Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) wordt gefinancierd via een debetbericht berekend op de loonmassa van het vorige jaar (jaarlijkse bijdrage van 10,27%) en door kwartaalbijdragen berekend op de lonen van het jaar zelf. Deze kwartaalbijdrage is vanaf het tweede kwartaal 2015 verlaagd van 6,00% naar 5,83%, vanaf het eerste kwartaal 2016 van 5,83% naar 5,65%, en vanaf het eerste kwartaal 2017 van 5,65% naar 5,61%.

Door de zesde staatshervorming zijn de bijdragen voor kinderopvang (FCUD) en voor educatief verlof vanaf 1 januari 2015 opgenomen in de patronale basisbijdragevoet.

De uitgaven naar het Fonds Sluiting Ondernemingen zijn in 2017 met 11,4% gestegen ten opzichte van 2016 omwille van de stijging van de bijdragevoeten van de basisbijdrage op 1 januari 2017.

De uitgaven naar de Fondsen voor Bestaanszekerheid zijn in 2017 met 3,1% gestegen ten opzichte van 2016.

De uitgaven naar sectorale pensioenfondsen zijn in 2017 met 13,0% gestegen ten opzichte van 2016, hoofdzakelijk door de oprichting van twee nieuwe sectorale pensioenfondsen.

Thesauriebeheer

In 2017 registreerde de RSZ 52,28 miljard euro rechtstreeks uit ontvangsten van bijdragen (toeslagen en nalatigheidsintresten inbegrepen). Dat is een stijging van 0,4% in vergelijking met 2016.

Deze evolutie kan grotendeels verklaard worden door de impact van de taxshift vanaf het tweede kwartaal 2016. Die brengt een daling van de bijdragenontvangsten in de orde van grootte van 400 miljoen per kwartaal mee, waarvan de impact twee jaar overlapt. Het eerste semester van 2017 vertoonde een daling van 2,5%, het tweede een toename van 3,5%.

Vanaf 2017, na de fusie met de DIBISS, inde de RSZ ook rechtstreeks de bijdragen die de provinciale en plaatselijke besturen voordien aan deze instelling betaalden. Het gaat over een bedrag van 5,83 miljard euro.

Het Globaal Beheer van zijn kant heeft 65,45 miljard aan ontvangsten ontvangen tegenover een bedrag van 65,32 miljard aan uitgaven. In 2016 bedroegen deze posten respectievelijk 61,36 en 61,75 miljard euro. De sterke stijging is voornamelijk te wijten aan de hervorming van de alternatieve financiering die in 2017 heeft plaatsgevonden. Die leidt hoofdzakelijk tot een concentratie van deze inkomsten bij de RSZ, daar waar andere openbare instellingen van sociale zekerheid, in de eerste plaats het RIZIV, vroeger directe begunstigden waren. De vorderingen van deze openbare instellingen aan de RSZ nemen dus in dezelfde verhouding toe.

De in- en uitstromen gebeuren volgens een eigen termijnplanning, wat kasposities (mismatching) genereert.

Het thesauriebeheer bestaat erin om:

  • te anticiperen op dit thesaurieprofiel,
  • het best mogelijke rendement van de thesaurieoverschotten te behalen, en
  • de tekorten tegen de laagste kost te financieren.

Sinds het jaar 2009, dat afsloot met een resultaat op kasbasis van -2,37 miljard euro, is de situatie gestabiliseerd. Terwijl het jaar 2009 afsloot met een negatief kassaldo van -1,04 miljard, bedraagt dit saldo eind 2017 -1,23 miljard. Een nadelige mismatch leidt tot een negatief kassaldo gedurende het hele jaar. Het jaar 2017 verliep in dezelfde lijn als 2016.

Voor zijn financiering beschikt het RSZ-Globaal Beheer over:

  • een kredietlijn van 1,7 miljard euro bij de schatkist,
  • een programma van thesauriebewijzen ten belope van 615 miljoen euro, en
  • de mogelijkheid om gewaarborgde leningen (repo’s) vanuit zijn beide reservefondsen te krijgen (voor een bedrag van meerdere miljarden euro).

In thesaurietermen boekte het Globaal Beheer een resultaat van +137 miljoen over het jaar 2017, of van +75 miljoen wanneer we rekening houden met de jaarlijkse terugbetaling van een lening aangegaan bij de schatkist. De omvang bleef conform met die van 2016, op 4,48 miljard euro, en het gemiddelde dagelijkse saldo bedroeg -2,00 miljard (een verslechtering van 0,67 miljard in vergelijking met 2016). In de huidige specifieke financiële omstandigheden heeft dit negatieve kasproefiel intresten gegenereerd, dankzij de gemiddelde financieringsrentevoet van -0,26%.

Thesaurierealisaties

Thesaurierealisaties jaar 2017 - Ontvangsten (in miljoenen euro)
  J F M A M J J A S O N D TOTAAL
Sociale bijdragen RSZ 2651 5365 3374 3040 4921 3225 3139 4919 3045 3028 5624 4374 46705
Overgedragen bijdragen 1 1 1 1 1 111 123 30 10 3 1 2 285
Staat - alternatieve financiering 635 452 550 696 237 2404 1341 641 836 1166 662 1571 11191
Staat - toelagen 481 481 481 481 330 330 427 427 427 427 427 443 5162
Staat - tussenkomst vermindering doelgroepen 117 117 117 120 120 105 120 120 120 120 152 168 1496
Diverse 52 56 77 66 69 75 50 41 39 34 31 28 618
Totaal 3937 6472 4600 4404 5678 6250 5200 6178 4477 4778 6897 6586 65457
Thesaurierealisaties jaar 2017 - Ontvangsten (gecumuleerde percentages)
  J F M A M J J A S O N D
Sociale bijdragen 5,7% 17,2% 24,4% 30,9% 41,4% 48,3% 55,1% 65,6% 72,1% 78,6% 90,6% 100,0%
Ontvangsten afkomstig van de staat 6,9% 12,8% 19,2% 26,5% 30,3% 46,2% 56,8% 63,5% 71,2% 80,8% 87,8% 100,0%
Totale ontvangsten 6,0% 15,9% 22,9% 29,7% 38,3% 47,9% 55,8% 65,3% 72,1% 79,4% 89,9% 100,0%
Thesaurierealisaties jaar 2017 - Uitgaven (in miljoenen euro)
  J F M A M J J A S O N D TOTAAL
FDP -1909 -1989 -2016 -2003 -3076 -2081 -2050 -2054 -2080 -2088 -2102 -2176 -25624
RIZIV -2332 -2608 -2489 -2420 -2614 -2537 -2544 -2689 -2284 -2671 -2696 -2370 -30254
RVA -582 -709 -650 -616 -637 -543 -572 -646 -619 -653 -588 -646 -7461
Andere (Fedris, Zeelieden, Mijnwerkers) -34 -33 -44 -37 -35 -43 -34 -37 -43 -39 -110 -54 -543
Speciale toewijzingen -193 -52 -66 -245 -45 -185 -192 -46 -67 -230 -44 -74 -1439
Totaal -5050 -5391 -5265 -5321 -6407 -5389 -5392 -5472 -5093 -5681 -5540 -5320 -65321
Thesaurierealisaties jaar 2017 - Uitgaven (gecumuleerde percentages)
  J F M A M J J A S O N D
FPD  7,5% 15,2% 23,1% 30,9% 42,9% 51,0% 59,0% 67,0% 75,2% 83,3% 91,5% 100,0%
RIZIV  7,7% 16,3% 24,6% 32,6% 41,2% 49,6% 58,0% 66,9% 74,4% 83,3% 92,2% 100,0%
RVA 7,8% 17,3% 26,0% 34,3% 42,8% 50,1% 57,8% 66,4% 74,7% 83,5% 91,3% 100,0%
Totaal 7,7% 16,0% 24,0% 32,2% 42,0% 50,2% 58,5% 66,9% 74,7% 83,4% 91,9% 100,0%
Thesaurierealisaties jaar 2017 - Ontvangsten min uitgaven (in miljoenen euro)
  J F M A M J J A S O N D
Ontvangsten min uitgaven -1113 1081 -665 -917 -729 861 -192 706 -616 -903 1357 1266
Gecumuleerd -1113 -32 -697 -1614 -2343 -1482 -1674 -968 -1584 -2487 -1130 136

De zesde staatshervorming heeft het respectieve deel van de bijdragen en de staatstoelagen in de financiering van het Globaal Beheer sterk gewijzigd. De bijdragen, die 64,9% van het totaal vertegenwoordigden in 2014, zijn gestegen tot 77% in 2015, terwijl het deel van de staatstoelagen evenredig daalde. Maar wegens de invoering van de taxshift daalt in 2016 alweer het aandeel van de bijdragenontvangsten, tot 75,6% van het totaal van de ontvangsten (volgens een kasbenadering, ter herinnering). Deze beweging wordt in 2017 verlengd.

In 2016 had het RSZ-Globaal Beheer geprofiteerd van een nieuwe alternatieve financieringsinkomst van 1,256 miljoen om het verlies aan bijdragen als gevolg van de taxshift te compenseren. Dit bedrag is in 2017 gestegen tot 1.872 miljoen. Bovendien heeft de hervorming van de alternatieve financiering in 2017 de geldstromen van de staat aanzienlijk verduidelijkt. De thesauriestromen zijn daardoor beter voorspelbaar.

Portefeuillebeheer

In de sociale zekerheid van werknemers bestaan er twee fondsen.

  • Het Reservefonds is aangelegd tussen 1995 en 2001, enerzijds met de reserves van sommige takken en anderzijds met de begrotingsoverschotten van 1999-2000.
  • Het Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging is aangelegd tussen 2008 en 2010 dankzij een groei van de uitgaven voor de gezondheidszorg die lager lag dan de wettelijke norm. Een deel van de niet-bestede bedragen werden in het fonds gestort.

Deze fondsen worden beheerd volgens de principes van de Wet van 21 december 2013 houdende diverse fiscale en financiële maatregelen, dat het koninklijk besluit van 15 juli 1997 houdende maatregelen tot consolidatie van de financiële activa van de overheid opheft. Ze bestaan dus hoofdzakelijk uit instrumenten van de Belgische overheidsschuld: de OLO's (Obligation Linéaire-Lineaire Obligatie). De OLO's betalen elk jaar interesten uit in de vorm van coupons.

Het rendement van de portefeuilles is van twee bijdragen afhankelijk:

  • het 'inkomsteneffect', dat afkomstig is van de ontvangen coupons en van waardevermeerderingen of -verminderingen die volgen uit de verkoop van OLO's;
  • het 'kapitaaleffect' of 'markteffect'. De OLO's worden op de financiële markten genoteerd en zijn onderworpen aan de wet van vraag en aanbod. Het kapitaaleffect is dus een zeer volatiele bijdrage: zij kan heel positief maar ook negatief uitvallen.

Het Reservefonds

Het Reservefonds van het Globaal Beheer van werknemers is in 1999 aangelegd met de overdracht van de reserves van verschillende openbare instellingen van sociale zekerheid, vooral van de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP). In 2000 en 2001 is het gespijsd met de thesaurieoverschotten die waren ontstaan door de zeer gunstige economische context.

Uit het fonds is nooit geld opgenomen – noch in kapitaal, noch in interesten. Dit fonds wordt beheerd door vier private financiële instellingen die met het RSZ-Globaal Beheer een contract van discretionaire beheer hebben.

De volgende tabel toont de evolutie van het Reservefonds.

Reservefonds RSZ Globaal Beheer
Datum Investeringen (€) Gecumuleerde investeringen (€) Inventariswaarde (€)
18/06/1999 610.937.841,07
31/12/1999 610.937.841,07 594.341.665,22
31/12/2000 1.412.993.091,21 2.023.930.932,28 2.081.106.764,07
31/12/2001 495.787.049,55 2.519.717.981,82 2.725.087.974,44
31/12/2002 2.999.313.965,69
31/12/2003 3.124.456.453,98
31/12/2004 3.349.919.978,86
31/12/2005 3.515.674.216,83
31/12/2006 3.513.239.404,56
31/12/2007 3.561.773.673,71
31/12/2008 3.899.351.234,34
31/12/2009 4.095.634.270,88
31/12/2010 4.176.565.019,74
31/12/2011 4.360.793.038,10
31/12/2012 5.060.993.150,00
31/12/2013 5.039.683.294,02
31/12/2014 5.703.621.210,42
31/12/2015     5.729.700.833,09
31/12/2016     6.000.673.902,38
31/12/2017     6.000.232.760,16

Het rendement van de laatste vijf jaren wordt in de volgende tabel gegeven:

Jaar Rendement (%)
2013 -0,42
2014 13,17
2015 0,46
2016 4,73
2017 -0,01

Gedurende 2017 stegen de tarieven over het algemeen licht, wat leidde tot een negatieve bijdrage van het "markteffect" aan het globale rendement. Gecompenseerd door een couponeffect bleef de inventariswaarde tussen eind 2016 en eind 2017 nagenoeg onveranderd op 6.000,2 miljoen euro.

De ontvangen intresten bedroegen 155 miljoen euro in 2017.

Sinds de oprichting op 18 juni 1999 bedraagt het gemiddelde jaarlijkse rendement van de portefeuille 4,96%.

Het Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging

Het Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging is opgericht door de programmawet van 27 december 2006. Het is voor 90% eigendom van het RSZ-Globaal Beheer en voor 10% van het RIZIV-Globaal Beheer. Het fonds wordt vooral gespijsd met de bedragen die er binnen de begrotingsdoelstelling voor geneeskundige verzorging aan worden toegekend. De inbreng bedroeg ongeveer 300 miljoen euro per jaar van 2007 tot 2010. In 2010 werden de schijven van 2009 en 2010 geboekt.

Ook deze portefeuille bestaat exclusief uit staatspapier. Deze portefeuille werd niet toevertrouwd aan privébeheerders. Het fonds wordt indicieel beheerd.

De opbrengsten van dit fonds (intresten en gerealiseerde meerwaarden) werden in 2010 en 2011 naar het RSZ-Globaal Beheer (90%) en het Globaal Beheer van de zelfstandigen (10%) overgedragen. Deze afname is in overeenstemming met artikelen 76 en 77 van de programmawet van 23/12/2009 betreffende de overdrachten voor de jaren 2010 en 2011 van de interesten die het fonds genereert.

Behalve dit zijn er tot nu toe geen afnames geweest.

De volgende tabel toont de evolutie van het Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging.

Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging (totaal)
  Investeringen (€) Gecumuleerde investeringen (€) Inventariswaarde (€)
01/01/2008 309.000.000,00
31/12/2008 278.297.000,00 587.297.000,00 600.608.336,40
31/12/2009 27.981.900,00 615.278.900,00 672.438.819,15
31/12/2010 599.552.001,41 1.214.830.901,41 1.290.368.780,80
31/12/2011 -24.979.616,06 1.189.851.285,35 1.321.572.677,33
31/12/2012 -33.678.236,52 1.156.173.048,83 1.464.160.587,00
31/12/2013 8.444.300,53 1.164.617.349,36 1.465.225.369,13
31/12/2014 3.523.722,98 1.168.141.072,34 1.627.889.314,57
31/12/2015 2.329.363,78 1.170.470.436,12 1.632.834.048,22
31/12/2016 1.091.179,14 1.171.561.615,26 1.707.515.918,22
31/12/2017 1.061.577,52 1.172.623.192,78 1.705.996.570,91

Het jaarlijks rendement van de laatste vijf jaar wordt in de volgende tabel gegeven:

Jaar Rendement (%)
2013 -0,49
2014 10,86
2015 0,16
2016 4,43
2017 -0,12

Portefeuillebeheer Overzeese Sociale Zekerheid

De Overzeese Sociale Zekerheid (OSZ) beschikt over één portefeuille die wordt beheerd door twee private financiële instellingen. Zij hebben met de RSZ een contract van discretionaire beheer.

De portefeuille werd aangelegd in december 2002 door de toenmalige Dienst Overzeese Sociale Zekerheid (DOSZ) met de opbrengst van de verkoop van het 4-Bras gebouw. Na de fusie van de Overzeese Sociale Zekerheid met de RSZ, werd de portefeuille op 01/01/2017 in de RSZ geïntegreerd.

De fondsen worden beheerd volgens de principes van de Wet van 21 december 2013 houdende diverse fiscale en financiële maatregelen. Ze bestaan dus hoofdzakelijk uit instrumenten van de Belgische overheidsschuld: de OLO’s (Obligation Linéaire-Lineaire Obligaties).

Het rendement van de portefeuilles is afhankelijk van:

  • het ‘inkomsteneffect’, dat afkomstig is van de ontvangen coupons en van waardevermeerderingen of -verminderingen die volgen uit de verkoop van OLO’s;
  • het ‘kapitaaleffect’ of ‘markteffect’. De OLO’s worden op de financiële markten genoteerd en zijn onderworpen aan de wet van vraag en aanbod. Het is een volatiele bijdrage die het rendement zowel positief als negatief kan beïnvloeden.

Uit de portefeuille is nooit geld opgenomen; er is ook nooit geld bijgestort. De OLO’s betalen wel elk jaar intresten uit in de vorm van coupons. Deze intresten blijven in de portefeuille en worden door de beheerders opnieuw geïnvesteerd.

De volgende tabel toont de evolutie van de portefeuille van de OSZ. Op 31/12/2017 bedroeg het aandeel van de 2 beheerders in deze portefeuille respectievelijk 23.669.838,23 euro (A) en 19.494.387,87 euro (B).

Evolutie portefeuille (A+B)
Datum Inventariswaarde (€)
31/12/2002 22.077.292,62
31/12/2003 22.981.296,09
31/12/2004 24.623.660,61
31/12/2005 25.760.291,35
31/12/2006 25.681.099,60
31/12/2007 26.075.471,12
31/12/2008 28.519.462,57
31/12/2009 29.791.749,93
31/12/2010 30.418.010,08
31/12/2011 31.771.383,93
31/12/2012 36.769.432,02
31/12/2013 36.560.596,32
31/12/2014 41.186.204,07
31/12/2015 41.286.535,00
31/12/2016 43.224.496,77
31/12/2017 43.164.226,10

Het rendement van de laatste vijf jaar voor beide beheerders wordt weergegeven in de volgende tabel:

Rendement % laatste 5 jaar
Jaar A B
2013 -0,56% -0,58%
2014 13,68% 11,44%
2015 0,06% 0,47%
2016 5,56% 3,66%
2017 -0,27% 0,02%

Gedurende 2017 viel er een lichte stijging te noteren van de rentevoeten, wat een negatieve impact heeft gehad op het rendement van de portefeuille. Door een beperking van de rentegevoeligheid en door het couponeffect bleef de inventariswaarde tussen eind 2016 en eind 2017 nagenoeg onveranderd op 43,2 miljoen euro.

In 2017 bedroegen de vervallen en ontvangen intresten 1.437.940,23 euro.

Sinds de oprichting bedroeg het rendement van de portefeuille op jaarbasis respectievelijk 4,63 % (A) en 4,47% (B).

Inkomsten van de vroegere DIBISS

Door de fusie met DIBISS op 1 januari 2017, is de RSZ ook bevoegd voor de inning van bijdragen van de lokale besturen.

De volgende tabellen geven een overzicht van de inkomsten en uitgaven binnen en buiten globaal beheer weer.

Inkomsten binnen en buiten globaal beheer: overzicht (in miljoenen euro)
  2017
1. Binnen globaal beheer 3.749
Lokale besturen 3.749
2. Buiten globaal beheer 3.095
Lokale besturen 2.320
Overzeese Sociale Zekerheid 368
Lokale Sociale Maribel 407
Totaal 6.844

55% van de inkomsten worden geïnd binnen het globaal beheer en 45% buiten het globaal beheer.

De inkomsten binnen het globaal beheer betreffen enkel de bijdragen lokale besturen. Buiten het globaal beheer zijn 3 stelsels gelinkt aan de ontvangsten van de vroegere DIBISS:

  • lokale besturen (inclusief het gesolidariseerd pensioenfonds),
  • Overzeese Sociale Zekerheid, en
  • de lokale Sociale Maribel.
Inkomsten binnen het globaal beheer: details (in miljoenen euro)
  2017
1. Bijdragen sociale zekerheid 3.299
Netto sociale bijdragen 3.299
2. Specifieke bijdragen 136
Bijdrage 13,07% dubbel vakantiegeld  32
Bijdrage 8,86% op groepsverzekering  9
Bijdrage op de jobstudenten  4
Bijdrage privégebruik bedrijfswagens  1
Werkgeversbijdragen werkloosheid met bedrijfstoeslag  0
Solidariteitsbijdrage verkeersboeten  0
Bijzondere bijdrage sociale zekerheid  90
3. Transferten 314
Tussenkomsten doelgroepenverminderingen 314
Totaal 3.749

In de jaarverslagen tot en met 2016 werden de transferten van de vroegere DIBISS onder Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid vermeld als nettobijdragen, na aftrek van het interdepartementaal begrotingsfonds (IBF), de boni kinderbijslag, de Sociale Maribel en administratiekosten. Vanaf de fusie op 1 januari 2017 geven we de bijdragen lokale besturen bruto weer, omdat de RSZ bevoegd is voor de inning van de lokale besturen.

Inkomsten buiten het globaal beheer: details (in miljoenen euro)
  2017
1. Lokale besturen: 2.320
Bijdragen voor PDOS (FPD) 7
Bijdragen voor gesolidariseerd pensioenfonds (FPD) 2.230
Bijdrage voor het Asbestfonds (beroepsziekten) 21
Bijdragen sociale diensten (GSD, GSDV en GSDP) 9
Bijdrage syndicale premies (vakbonden) 17
Bijdrage voor 2de pijler (Ethias) 35
Bijdrage voor dubbel vakantiegeld mandatarissen (FPD) 1
2. Overzeese sociale zekerheid 369
Bijdragen Overzeese Sociale Zekerheid 72
Staatstoelage Overzeese Sociale Zekerheid 284
Diverse inkomsten 13
3. Lokale Sociale Maribel 407
Bijdragen voor de lokale Sociale Maribel 407
Totaal 3.096

Er zijn 3 stelsels binnen de vroegere DIBISS die afzonderlijk gerapporteerd moeten worden:

  1. Lokale besturen

    Hier zijn een 7-tal inkomstenstromen ondergebracht, waarvan het gesolidariseerd pensioenfonds met 96% de grootste is.

  2. Overzeese Sociale Zekerheid

    Bijna 20% van de inkomsten wordt gewaarborgd door bijdragen geïnd via de vrijwillig aangesloten werknemers en/of werkgevers. Maar ruim 75% bestaat uit de maandelijks gestorte staatstoelagen.

  3. Lokale Sociale Maribel

    De dotaties Sociale Maribel worden jaarlijks vastgelegd in een koninklijk besluit. De twee bepalende factoren zijn de effectieve dotatie en het aantal recht-openende werknemers. Het sectoraal fonds omvat 95% van de inkomsten en bestaat uit de algemene sector en ziekenhuizen.

    De overige inkomsten komen van de sociale akkoorden en het generatiepact, waarbij het globaal beheer enkel int en doorstort.

Uitgaven van de vroegere DIBISS

De vroegere DIBISS heeft ook als taak de opbrengst van sommige geïnde bijdragen door te storten en sociale prestaties uit te betalen.

De volgende tabellen geven een overzicht van de verschillende uitgaven weer.

Uitgaven binnen en buiten globaal beheer: overzicht (in miljoenen euro)
  2017
1. Binnen globaal beheer 466
Bijzondere toewijzingen 466
2. Buiten globaal beheer 3.087
Lokale besturen 2.316
Overzeese Sociale Zekerheid 353
Lokale Sociale Maribel 418
Totaal 3.553

13% van de uitgaven wordt betaald vanuit het globaal beheer en 87% buiten het globaal beheer.

Uitgaven binnen globaal beheer: detail (in miljoenen euro)
  2017
1. Bijzondere toewijzingen namens de lokale besturen: 466
Forfaitaire boni kinderbijslag (FPD) 49
Verminderingen Sociale Maribel 314
Interdepartementaal begrotingsfonds (IBF) 103

De bijzondere toewijzingen namens de lokale besturen bestaan uit 3 onderdelen:

  • Forfaitaire boni kinderbijslag

    Deze uitgave is een maandelijkse storting aan de Federale Pensioendienst (FPD).

    Dit bedrag van 47.000.000 euro wordt jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen.

  • Verminderingen Sociale Maribel

    Deze uitgave gebeurd via een maandelijkse storting aan de lokale Sociale Maribel.

    Dit zijn de dotaties voor de werkgevers van de lokale sector die gefinancierd worden door het globaal beheer.

  • Interdepartementaal begrotingsfonds

    Dit zijn uitgaven die maandelijks gebeurd aan de verschillende ziekenhuizen, afhankelijk van hun tewerkstellingsbeleid.

    Het interdepartementaal begrotingsfonds in de sector van de ziekenhuizen beoogt de tewerkstelling van langdurig werklozen en bestaansminimumtrekkers in de verzorgingssector als administratief personeel, arbeider of verzorgend personeel. De werkgever in kwestie ontvangt hiervoor een subsidie.

Uitgaven buiten globaal beheer: detail (in miljoenen euro)
  2017
1. Lokale besturen: 2316
FPD (PDOS-bijdragen) 7
FPD (gesolidariseerd pensioenfonds) 2226
FBZ (beroepsziekten) 21
Sociale diensten (GSD, GSDV en politie) 9
Vakbonden (syndicale premies) 17
Ethias (2de pijler) 35
FPD (DVG Mandatarissen) 1
2. Overzeese Sociale Zekerheid 353
Prestaties binnen- en buitenland 338
Diverse uitgaven 15
3. Lokale Sociale Maribel 418
Prestaties voor de lokale Sociale Maribel 418
Totaal  3087

Net zoals voor de inkomsten binnen het globaal beheer, zijn er dezelfde 3 rubrieken voor de uitgaven van de vroegere DIBISS:

  1. Lokale besturen

    Gebaseerd op de inkomsten minus de administratiekosten.

  2. Overzeese Sociale Zekerheid

    Gebaseerd op de betalingen van sociale prestaties (in beheer bij de Dienst Overzeese Sociale Zekerheid) en de kosten voor het beheer.

  3. Lokale Sociale Maribel

    Gebaseerd op de betalingen van sociale prestaties (in beheer bij de Dienst Lokale Sociale Maribel) en de kosten voor het beheer.