Aan het woord

Inge Van Nuffel, Dossierbeheerder, Directie van de Controle

Het was toch met een klein hartje dat ik bij de RSZ aankwam. 17 jaar lang had ik als administratief assistent bij de ondersteuningsdiensten van de DIBISS gewerkt. Die functie lag mij goed en bood mij een stabiliteit. Door de fusie werd mijn professionele wereld plots volledig overhoop gehaald: een nieuwe werkgever, een nieuwe functie, nieuwe collega's... Kortom, erg veel veranderingen op korte tijd!

Bij mijn aankomst op de RSZ, was ik aangenaam verrast door de ontvangst die ik kreeg. Mijn oversten en mijn nieuwe collega's hebben zich meteen over mij ontfermd. Omdat ik ook een nieuwe functie kreeg en voortaan als dossierbeheerder zou werken, was er een volledig opleidingsprogramma voor mij uitgewerkt: alle leden van mijn team legden mij hun eigen expertisedomein uit. Op die manier heb ik kennis gemaakt met de materie, maar ook met alle leden van het team! Die persoonlijke begeleiding en het warme onthaal door mijn collega's hebben ervoor gezorgd dat ik mij snel thuis voelde in de dienst.

Opnieuw van nul starten na een carrière van 17 jaar is natuurlijk niet gemakkelijk. Ik heb nog een hele weg af te leggen voordat ik mijn nieuwe functie perfect beheers en ik mij helemaal op mijn gemak kan voelen. Maar ik ben ervan overtuigd dat ik mij met een beetje tijd en doorzettingsvermogen binnen de RSZ zowel menselijk als professioneel zal kunnen ontplooien.

Wanneer ik met ex-collega's van de DIBISS praat, merk ik wel dat de initiatieven voor integratie en opleiding niet in alle teams optimaal verlopen zijn... Dat is voor mij dan ook een verbeterpunt om de fusie op alle vlakken een succes te kunnen noemen.

Marc Laloux, Sociaal inspecteur, Directie Inspectie van de Overheidsdiensten

Als medewerker op het terrein kijk ik al een tijdje uit naar de fusie. Het is namelijk een goede gelegenheid om oude gewoontes te doorbreken en onze werkwijze eens grondig in vraag te stellen. Persoonlijk denk ik dat je op een bepaald moment in je loopbaan uit je ‘comfort zone’ moet durven stappen om verder te kunnen evolueren en nieuwe uitdagingen te vinden. Zo geef je een tweede adem aan je motivatie, en misschien zelfs aan je ambities...

Ik beschouw deze fusie als een gelegenheid om mijn competenties verder te ontwikkelen, om mijn professionele perimeter uit te breiden en nieuwe kennis op te doen. Ik ben er als ex-DIBISS'er heilig van overtuigd dat ik veel kan bijleren, maar ook dat ik mijn steentje kan bijdragen aan de grotere structuur die de RSZ is. "Vele kleintjes maken een groot", zeggen ze toch? Wel, dan nodig ik mijn collega's uit om hetzelfde te doen, want afwachten en in het verleden leven leiden nergens toe. Behalve dan dat de trein zonder jou is vertrokken... Of we dat nu willen of niet, onze toekomst ligt bij de RSZ. Het is dus beter om de deur op een kier te zetten en te kijken wat we kunnen gebruiken om beter en performanter te worden in onze job, zowel tegenover onze collega's als voor de burger.

Martine Mezecaze, adviseur, Directie Bijzondere Toepassingen (DBT)

Een fusie tussen twee instellingen is altijd een uitdaging, zowel op menselijk als op technisch vlak... Gelukkig hebben wij bij de DBT drie zeer sympathieke en efficiënte collega's mogen verwelkomen, die elk een grote expertise hebben binnen hun vakgebied. Sinds 1 oktober 2016 zijn zij eigenlijk perfect geïntegreerd in het team. In eerste instantie moesten ze de continuïteit verzekeren van de taken die ze bij de DIBISS uitvoerden, en konden ze zich ondertussen al vertrouwd maken met de eigenheden van de RSZ. Vandaag verloopt de samenwerking binnen de dienst vlot en efficiënt, om het even welke materie we behandelen.

De fusie heeft onze dienst dus sterker en doeltreffender gemaakt. Die vaststelling geldt ook voor de Algemene Directie Identificatie en Controle van de Aangiften (AD III), en in het bijzonder voor de cel Managementondersteuning.

De ondersteuning die deze nieuwe collega's bieden, de complementariteit van hun competenties met de onze en hun nieuwe visie vormen een bijzondere meerwaarde voor onze Directie.

Mathieu Corbisier, informatica-assistent, Directie Bijzondere Toepassingen

Ik heb het geluk gehad om vóór de eigenlijke fusie al naar de RSZ te mogen komen. Hierdoor kon ik aan mijn nieuwe professionele omgeving wennen terwijl ik verder mijn oude taken van de DIBISS uitvoerde. Mijn integratie binnen de Directie Bijzondere Toepassingen (DBT) is trouwens erg vlot verlopen, onder andere dankzij mijn collega's die mij erg hartelijk hebben onthaald.

Sinds 1 januari 2017 is mijn pakket aan zogenaamde DIBISS-taken drastisch verminderd. Bij de DIBISS beheerde ik namelijk alle informaticatoepassingen in het kader van de sociale zekerheid, terwijl ik mij bij de DBT vooral bezighoud met de DmfA... En dat brengt heel wat uitdagingen met zich mee! Zo staan we bij team DBT 1 in voor de technische ondersteuning van alle controledirecties van Algemene Directie Identificatie en Controle (AD III). Ikzelf ben onder meer verantwoordelijk voor de aanmaak en het beheer van macro's. Dat zijn programma's die worden ontwikkeld om bepaalde repetitieve taken, acties en berekeningen te automatiseren... En dat is helemaal nieuw voor mij!

Sinds 1 januari 2017 ben ik dus eigenlijk voortdurend in opleiding. Ik leer macro' s coderen die het werk van de dossierbeheerders van de Controledirecties vereenvoudigen, en die mij inzicht geven in alle verschillen tussen de DmfA en de DmfA voor de provinciale en lokale overheidsdiensten (‘DmfAPPL’).

Door de fusie heb ik er dus enkele pijlen bij op mijn professionele boog en kan ik doorgroeien in mijn job... En dat is zeer verrijkend!

Peggy Soetens, administratief Assistent, dienst Actieve Verzekerden/directie Overzeese Sociale Zekerheid

In april 2001 ben ik bij de toenmalige Dienst voor de Overzeese Sociale Zekerheid (DOSZ) gaan werken, op de dienst Actieve Verzekerden. Ik begon bij de dienst Inningen en kwam even later in de cel Aansluitingen terecht. Die is het eerste aanspreekpunt voor mogelijk verzekerden die werken buiten de Europese Economische Ruimte en Zwitserland. Ik moest mij vooral inwerken in de materie van de overzeese sociale zekerheid. Later kwam daar ook de communicatie bij: op bijeenkomsten, beurzen en uiteenzettingen bij werkgeversorganisaties verzorgde ik de publiciteit voor onze instelling.

De DOSZ fusioneerde met de RSZPPO. In de aanloop naar die fusie kwam mijn expertise van de overzeese materie goed van pas. Omdat er al veel werk verzet was tijdens de eerst fusie, was de fusie tussen het ondertussen ontstane DIBISS en de RSZ veel eenvoudiger. Samen met alle andere diensten van de Overzeese Sociale Zekerheid behoren wij nu tot de AD VII van de RSZ.

Onze dienst Actieve Verzekerden neemt tot op vandaag nog steeds dezelfde taken op zich als vroeger bij de DOSZ. De wetgeving is nog niet veel veranderd, dus onze jobinhoud is nog dezelfde. We weten wel al dat er nog een aantal wijzigingen aankomen, maar op dit moment kunnen we nog moeilijk inschatten welke invloed die op ons werk zullen hebben.

In vele opzichten is het interessant om samen te werken met de dienst Internationale Betrekkingen van de RSZ. Een aantal aspecten van onze taken overlappen, en de verstandhouding tussen de medewerkers van de verschillende instellingen is altijd goed geweest. De fusie kan dus alleen maar positieve gevolgen hebben.

Nieuw arbeidsreglement

Op het gebied van personeelszaken is er wel een en ander veranderd. Zo is er sinds 1 januari een nieuw arbeidsreglement zonder tijdsregistratie van toepassing. Dat was voor velen een aanpassing, maar zelfstandig je werk regelen en uitvoeren, draagt zeker bij tot je productiviteit. Zodra de telewerkovereenkomst in orde is, kunnen ook de werknemers van de Overzeese Sociale Zekerheid thuiswerken. Dan zijn alle RSZ-medewerkers echt gelijk.

Als de verhuizing van alle diensten van de Overzeese Sociale Zekerheid achter de rug is en iedereen samen in één gebouw werkt, zullen wij als één blok achter onze nieuwe instelling staan. Pas dan zal de integratie in alle opzichten verwezenlijkt zijn.

Peter Vets, adviseur, directie Statistiek

Bij de afsplitsing van de RSZPPO (dat later DIBISS zou worden) in 1986 besloot de RSZ om de gegevens van de provinciale en lokale besturen te blijven opnemen in de brochures over werknemers op de Belgische arbeidsmarkt. Voor de gebruikers van onze statistieken maakt het immers niet uit bij welke rijksdienst een werknemer wordt aangegeven. De meesten zijn zelfs niet op de hoogte dat er meer dan een rijksdienst bevoegd was voor loontrekkenden.

In de eerste jaren na de splitsing bleven de aangiften van RSZ en RSZPPO nog gelijklopend en was de integratie van RSZPPO-gegevens vrij eenvoudig. Maar in het begin van de jaren negentig begonnen de procedures sterk van elkaar te verschillen. Bij mijn aankomst op de RSZ werd ik dan ook meteen geconfronteerd met de moeilijkheden die dat met zich meebracht. Gedurende een paar jaar kon RSZPPO ons geen kwaliteitsvolle gegevens overmaken. We waren genoodzaakt om de cijfers van het voorgaande jaar ’met de hand’ bij te werken om toch tot volledige statistieken te komen.

In de tweede helft van de jaren negentig begon de RSZ stilaan de extra mogelijkheden van de elektronische aangiften en de oprichting van de Kruispuntbank te exploiteren. Daardoor werd een uitsplitsing van de statistieken naar bijvoorbeeld leeftijd en woonplaats van de werknemer mogelijk. Die uitbreiding van het aanbod kende een groot succes, maar botste opnieuw op één grote beperking: de gegevens van de provinciale en lokale besturen ontbraken.

De droom krijgt weer leven

Vanaf het begin van deze eeuw werden de procedures van RSZ en RSZPPO meer op elkaar afgestemd (invoering Dimona, Dmfa, gebruik vestigingseenheden in KBO…). Daardoor kon de RSZPPO heel wat van onze statistische methoden overnemen. En zo kreeg onze droom opnieuw leven: gegevens kunnen aanbieden die betrekking hebben op álle loontrekkende werknemers. Zo moeten we de gebruikers van onze statistieken er niet steeds op wijzen dat de RSZ wel over veel gegevens beschikt en dat de werknemers van de privé-rusthuizen inbegrepen zijn, maar dat ze nog op een andere deur moeten gaan kloppen als ze ook de informatie over de werknemers van de OCMW-rusthuizen willen.

Al een paar jaar werken we aan het project ’Statwork’ om onze statistieken interactief op onze website aan te bieden. Zo zijn ze op een eenvoudige manier beschikbaar voor een groot publiek. Het spreekt voor zich dat die statistieken volledig moeten zijn. Dit project werd samen met de RSZPPO opgestart. We werken dus al enkele jaren samen met de medewerkers van de RSZPPO, die intussen onze collega’s zijn geworden.

Dat we nu werken in een gefuseerde organisatie biedt voordelen. Bij de uitwerking van onze droom, statistieken over alle loontrekkende werknemers, worden we niet langer gehinderd door wetten of praktische problemen. We kunnen de methodologie beter afstemmen op de verschillende basisgegevens en we erven de kennis en ervaring over de tewerkstelling bij de provinciale en lokale besturen. Daar kan de dienstverlening aan onze gebruikers alleen maar wel bij varen.

Roel van Laethem, medewerker cel Management Support, Algemene Directie Identificatie en Controle (AD III)

De aankondiging van een fusie en de komst van nieuwe collega’s zorgt altijd voor wat uitdagingen. Bij uitstek was dit het geval voor onze Algemene Directie. Wij kregen immers een dertigtal nieuwe collega’s en zelfs een nieuwe directeur-generaal!

Voorafgaand aan de fusie werkte ik als medewerker bij de beleidscel van de Directie Controle. Na een aantal verkennende gesprekken met de nieuwe directeur-generaal – die al enkele maanden op voorhand van de DIBISS overgekomen was naar de RSZ – ging ik deel uitmaken van de cel Management Support van de Algemene Directie Identificatie en Controle. Binnen deze cel, die ook versterkt werd met twee gemotiveerde collega's (ex-DIBISS), kreeg ik een nieuw en uitdagend takenpakket. Zo werd ik bijvoorbeeld aangesteld als projectleider ‘New Way of Working’ voor onze Algemene Directie. Ik behartig de belangen van onze algemene directie in de verschillende aspecten van het nieuwe werken: inplanning van de nieuwe werkomgeving, gedragscode, papierloos werken… In deze hoedanigheid kwam ik ook vaak in contact met onze andere nieuwe collega's, bijvoorbeeld bij het coördineren van hun verhuizing naar het Hortagebouw.

Ondertussen zijn er al enkele maanden verstreken sinds de creatie van onze nieuwe cel en de komst van mijn nieuwe collega's. Onze samenwerking verloopt steeds vlotter, en ik ben ervan overtuigd dat we samen en elk met onze eigen expertise kunnen bijdragen tot het verbeteren van de werking van de AD III.

Vincent Barthelemy, Directeur-generaal Ondersteuningsdiensten

Bij de Ondersteuningsdiensten zorgen we ervoor dat de operationele diensten hun werk in optimale omstandigheden kunnen uitvoeren. Wij zijn bijvoorbeeld verantwoordelijk voor een goede logistiek, een aantrekkelijk personeelsbeleid en een performante uitrusting.

Dankzij de integratie met de DIBISS kunnen we die opdrachten nog beter uitvoeren. In de eerste plaats is het management binnen onze algemene directie versterkt. We hebben een team van businessanalisten kunnen oprichten, waardoor we aantal problemen die al langer bestonden nu eindelijk kunnen aanpakken. Zo werken we aan een verbetering van de kwaliteitsindicatoren. Maar behalve mankracht hebben we er ook expertise bijgekregen, bijvoorbeeld op het gebied van openbare aanbestedingen.

Mensen van buitenaf brengen ook altijd een andere blik mee, en dat ervaar ik als positief. Ik merk dat we binnen de Ondersteuningsdiensten sinds de fusie veel makkelijker verbanden leggen tussen onze verschillende opdrachten, bijvoorbeeld tussen logistiek en duurzame ontwikkeling. Dat komt de kwaliteit van de dienstverlening natuurlijk ten goede!